+Richtsnoer 2: Methoden voor DGS-stresstests

Richtsnoer 2: Methoden voor DGS-stresstests

2.1 Teneinde een omvattende aanpak te waarborgen, dienen stresstests te worden geprogrammeerd voor de middellange termijn. Elke stresstest behoort een aantal essentiële fasen te doorlopen, zoals beschreven in richtsnoer 2.

2.2 Om naleving van artikel 4, lid 11, van Richtlijn 2014/49/EU te waarborgen, zorgen aangewezen autoriteiten ervoor dat DGS’en de informatie die nodig is om stresstests op hun systemen uit te voeren, alleen verkrijgen en gebruiken voor de uitvoering van die tests en niet langer bewaren dan daartoe noodzakelijk is. Om naleving van artikel 4, lid 9, van die richtlijn te waarborgen, in het bijzonder wanneer in de test gegevens met betrekking tot rekeningen van deposanten worden verwerkt, zorgen aangewezen autoriteiten ervoor dat DGS’en geheimhouding in acht nemen, deze gegevens met betrekking tot rekeningen van deposanten verwerken in overeenstemming met Richtlijn 95/46/EG P3F4 P en deze gegevens volledig beschermen door passende anonimiseringsmethoden toe te passen.

Programmering van stresstests

2.3 Over een periode van ten hoogste drie jaar dienen DGS’en een stresstestprogramma te ontwikkelen dat exercities van alle in richtsnoer 3 genoemde basistests omvat. Een stresstestcyclus is in ieder geval voltooid wanneer alle basistests ten minste eenmaal zijn uitgevoerd (sinds de inwerkingtreding van de richtsnoeren of de uitvoering van de laatste cyclus).

2.4 Het programma dient het geraamde tijdsbestek van de geprogrammeerde exercities vast te leggen, evenals de geplande reikwijdte van elke exercitie in termen van formats en aannames. Het programma kan een of meer stresstestcycli omvatten.

2.5 Het programma dient regelmatig te worden bijgewerkt, rekening houdend met de resultaten van voorgaande stresstests (bijv. resultaten waaruit de noodzaak van een diepgaander beoordeling naar voren komt), feitelijke DGS-interventies of ontwikkelingen op regelgevingsgebied (bijv. kortere terugbetalingstermijnen).

2.6 Wanneer zich tijdens de stresstestcyclus daadwerkelijk een interventie heeft voorgedaan die een DGS in staat heeft gesteld wat betreft sommige of alle basistests en/of indicatoren in het programma zijn veerkracht te beoordelen, kan het DGS het programma zodanig wijzigen dat de praktijktest de oorspronkelijk geplande test vervangt. In een dergelijk geval kan het DGS, in plaats van alle hieronder genoemde essentiële fasen te doorlopen, zich richten op de fasen rapportage en corrigerende maatregelen.

Essentiële fasen van een stresstestexercitie

2.7 DGS’en dienen de volgende fasen te doorlopen bij de uitvoering van een stresstestexercitie.

Planningsfase

2.8 DGS’en dienen onder hun interne medewerkers een stuurteam of stuurfunctionaris (hierna “stuurteam”) te benoemen. Dit stuurteam is verantwoordelijk voor de planning en coördinatie van de verschillende taken die in het kader van een stresstestexercitie worden uitgevoerd. In dezen wordt onder interne medewerkers verstaan, het personeel dat in dienst is van of in onderaanneming werkzaam is voor het DGS, en personeel van een andere overheidsinstantie waaraan de functies van het DGS zijn toegewezen waarin de DGS-richtlijn en de richtlijn herstel en afwikkeling van banken voorzien. Er kunnen externe deelnemers en observatoren bij de verschillende fasen van de stresstests worden betrokken zonder dat zij deel uitmaken van het stuurteam. Het hoger management dient ervoor te zorgen dat het stuurteam beschikt over alle noodzakelijke informatie en volledige steun krijgt van de overige medewerkers van het DGS.

2.9 Het stuurteam dient voorafgaand aan elke test de tijdplanning voor de uitvoering van de test vast te stellen en te bepalen welke interne en/of externe deelnemers en observatoren erbij moeten worden betrokken.

2.10 In het kader van het stresstestprogramma dient het stuurteam meer in detail vast te stellen waar de test zich op richt, welke formats worden gebruikt, welke indicatoren moeten worden gemeten en op welke aannames de exercitie wordt gebaseerd (bijv. het bedrag voor financiering van een DGS-interventie, het niveau van uitbetaling bij liquidatie, of kredietinstellingen waarbij kwaliteitscontroles van IKB-bestanden moeten worden uitgevoerd).

2.11 DGS’en kunnen gebruikmaken van aannames uit eerdere interventiecasussen en beoordelen hoe hun systemen hebben gepresteerd. Zij kunnen ook een simulatie uitvoeren van de wijze waarop hun systeem zich onder de huidige omstandigheden zou gedragen als het met een vergelijkbare situatie zou worden geconfronteerd.

2.12 De DGS’en dienen de voor de test noodzakelijke middelen in termen van ondersteunend personeel, budget en infrastructuur toe te wijzen. De toereikendheid van deze middelen dient tijdens de ontwikkeling van de exercitie continu te worden getoetst.

2.13 DGS’en dienen regelingen te treffen om de objectiviteit te waarborgen bij de bepaling van de aannames voor de stresstest, de uitvoering van de test en de formulering van onbevooroordeelde conclusies. DGS’en wordt verzocht over dergelijke regelingen verslag uit te brengen in het rapportageformulier. Deze regelingen dienen door het DGS te worden gedocumenteerd en te waarborgen dat de objectiviteitsvereisten in alle fasen van de test gelden voor alle deelnemers en observatoren die bij de test betrokken zijn. Als onderdeel van deze regelingen dienen DGS’en een duidelijke scheiding aan te brengen tussen het stuurteam en de andere deelnemers en observatoren die binnen het DGS eveneens aan de exercitie deelnemen. DGS’en dienen ook verslag uit te brengen over de aspecten waarmee zij rekening hebben gehouden bij het treffen van dergelijke regelingen, zoals de specifieke opzet/governance van het DGS, kosten, belangenconflicten, toegevoegde waarde, nationale bepalingen inzake geheimhouding en DGS-toezicht.

2.14 Deze regelingen kunnen voorzien in de betrokkenheid van externe observatoren bij het proces. Observatoren kunnen de aangewezen autoriteiten zijn mits zij de stelsels niet zelf beheren, of andere overheidsinstanties, adviesbureaus of andere DGS’en. Observatoren dienen ernaar te streven te verifiëren dat het proces op objectieve wijze wordt geleid. Bij twijfel dienen zij het stuurteam op de hoogte te stellen van hun punten van zorg. Observatoren dienen gedurende alle fasen van het proces toegang te hebben tot de relevante informatie. Voor alle informatie die in dit verband wordt gedeeld, dienen strikte professionele geheimhoudingseisen te gelden. Met betrekking tot de tests van IKB-bestanden dient ervan te worden uitgegaan dat is voldaan aan het vereiste dat ofwel een scheiding wordt aangebracht ofwel observatoren worden ingeschakeld.

2.15 Het stuurteam dient contact op te nemen met de interne en externe deelnemers en observatoren die bij de verschillende stadia van de exercitie worden betrokken, en ervoor te zorgen dat iedere deelnemer aan de exercitie begrijpt welke rollen iedereen vervult.

Uitvoeringsfase

2.16 Bij de uitvoering van de exercitie dient het stuurteam van de testdeelnemers en observatoren de informatie op te vragen en te verzamelen die nodig is om de prestaties van de systemen van het DGS te beoordelen ten aanzien van de in richtsnoer 3 en 4 omschreven testgebieden en indicatoren.

2.17 Exercities kunnen in verschillende formats worden uitgevoerd, waaronder live rollenspelsessies waarbij interne en externe deelnemers simuleren wat zij zouden doen en besluiten in een bepaalde basistest zoals gedefinieerd in richtsnoer 3, of backoffice-uitwisselingen (bijv. waarbij het stuurteam IKB-bestanden van een instelling opvraagt en de nauwkeurigheid van de informatie beoordeelt). DGS’en dienen in het rapportageformulier verslag uit te brengen over het voor elke exercitie gekozen type format, gebruikmakend van de volgende categorieën:

  • • desk research, die evaluaties (van de kwaliteit) van aanwezige procedures en regelingen omvatten, bijvoorbeeld om de processen van een (fictieve) uitbetalingsgebeurtenis van begin tot eind in kaart te brengen en door te nemen, ter beoordeling van een aantal gebieden;
  • • inspecties ter plaatse, bijvoorbeeld bezoeken door DGS’en of hun dienstverleners aan kredietinstellingen om de kwaliteit van hun IKB-bestanden te beoordelen. Deze bezoeken kunnen worden geregeld en gespecificeerd via het toepasselijke nationale kader;
  • • simulaties, bijvoorbeeld een end-to-end-simulatie van een bepaalde basistest, of simulaties van delen van het proces zoals de verzending van een bestand met betalingsinstructies van een DGS in de lidstaat van herkomst naar een DGS in de lidstaat van ontvangst, of de overmaking van een bedrag aan ex ante financiering, waarbij gebruik wordt gemaakt van een kredietlijn;
  • • praktijkgevallen die zich tijdens de stresstestcyclus hebben voorgedaan en die het mogelijk maakten de in deze richtsnoeren opgenomen capaciteiten van de DGS’en te beoordelen;
  • • andere soorten exercities, die alleen mogen worden toegepast wanneer de exercitie niet in een van de bovengenoemde categorieën valt en door het DGS moet worden toegelicht in de rapportage.

2.18 Los van het stuurteam dienen deelnemers in de uitvoeringsfase de autoriteiten, entiteiten of zelfs interne afdelingen, ook binnen het DGS, te vertegenwoordigen die in een praktijksituatie de noodzakelijke acties zouden moeten initiëren en besluiten zouden moeten nemen of de noodzakelijke informatie zouden moeten verschaffen. Hierbij kan het gaan om interne deelnemers (bijvoorbeeld de interne afdeling die binnen het DGS verantwoordelijk is voor financieringskwesties) of externe deelnemers (bijvoorbeeld afwikkelingsautoriteiten die, na raadpleging van het DGS, de bijdrage van het DGS aan een afwikkeling zouden bepalen). Fase van rapportage en corrigerende maatregelen

2.19 Het stuurteam dient de resultaten van de test te verwerken en interpreteren teneinde tot een objectief oordeel te komen over de veerkracht van het DGS bij het vervullen van zijn wettelijke functies.

2.20 Het stuurteam dient in de loop van de tijd de uitkomsten op consistente wijze vast te leggen met behulp van een standaardformulier, bijvoorbeeld het formulier dat is ontwikkeld door het Europees Forum van depositoverzekeraars. DGS’en dienen de resultaten van stresstests ten minste eenmaal per jaar te rapporteren aan de aangewezen autoriteiten.

2.21 Stresstests dienen te zijn onderworpen aan een continu verbeteringsproces. Dat houdt in dat wanneer er in het kader van een stresstest zwakke punten worden vastgesteld in de systemen van een DGS, het DGS in kwestie corrigerende maatregelen dient te nemen. Wanneer er zwakke punten zijn vastgesteld die aan kredietinstellingen zijn toe te schrijven, zoals tekortkomingen in de kwaliteit van IKB-bestanden, dient het DGS zich ervoor in te spannen, zo nodig via de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op die instellingen, dat bij de betrokken instellingen de nodige corrigerende maatregelen worden getroffen. Het DGS dient zich er daarna bij volgende tests van te vergewissen dat de zwakke punten zijn weggenomen.

Samenwerking met relevante administratieve overheidsinstanties

2.22 Tenzij een DGS zelf tevens de aangewezen autoriteit is, dient het de aangewezen autoriteiten volledig op de hoogte te houden van de planning en uitvoering van stresstests. Hiertoe dient het zijn stresstestprogramma binnen drie maanden na voltooiing daarvan in te dienen bij de aangewezen autoriteiten. Deze informatie-uitwisseling kan een constructieve dialoog op gang brengen en leiden tot verbetering van het programma. De aangewezen autoriteiten dienen hun input binnen zes maanden na ontvangst van het door het DGS ontwikkelde programma te verstrekken. Alle belangrijke wijzigingen dienen onmiddellijk te worden gemeld bij de aangewezen autoriteiten.

2.23 Vervolgens dienen DGS’en de aangewezen autoriteiten bij het plannen van elke exercitie in kennis te stellen van de reikwijdte van de test in termen van deelnemende kredietinstellingen, testformats, aannames en alle andere relevante informatie.

2.24 Daarnaast dienen DGS’en, alvorens een in richtsnoer 3 omschreven basistest uit te voeren, de overheidsinstanties op de hoogte te stellen die betrokken zijn bij de wettelijke functie die wordt getest. De “betrokken administratieve autoriteit” die is aangewezen overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2014/49/EU, alsmede de “bevoegde autoriteit” zoals bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 17, van diezelfde richtlijn, dienen in ieder geval op de hoogte te worden gesteld wanneer er een terugbetalingsscenario wordt getest. Wanneer er een afwikkelingsscenario wordt getest, dienen de bevoegde autoriteiten en de afwikkelingsautoriteiten op de hoogte te worden gesteld. 2.25 DGS’en dienen deze autoriteiten om advies over aannames voor de test te verzoeken en hun aan te bieden deel te nemen aan de uitvoering. Wanneer een DGS losstaat van de aangewezen autoriteit, kan die deelname of raadpleging via de aangewezen autoriteit worden georganiseerd.

2.26 Bevoegde autoriteiten en afwikkelingsautoriteiten dienen rechtstreeks of via aangewezen autoriteiten samen te werken met DGS’en bij het vaststellen van scenario’s en het uitvoeren van tests.

2.27 DGS’en dienen de resultaten van de stresstests met de aangewezen autoriteiten te delen middels het rapportageformulier in bijlage 1. Op verzoek van de relevante autoriteiten P4F5 P dienen zij tevens, via het rapportageformulier of anderszins, de resultaten van de stresstests met inachtneming van de toepasselijke geheimhoudingsbepalingen te delen met de relevante autoriteiten.


4 Vervangen door Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens.

5 Met inbegrip van (onder meer) afwikkelingsautoriteiten of nationale bevoegde autoriteiten.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/