+4.2 Consistentie en continuïteit tussen de toekenning van de vergunning en de beoordeling in het lopend toezicht
---+22. In overeenstemming met de GBM moeten de bevoegde autoriteiten de aanvraag voor een vergunning …
---+23. Om duplicering en inconsistentie in de regelgeving te voorkomen, moeten deze richtsnoeren …
---+24. Bij de beoordeling door de bevoegde autoriteiten moet er vooral op worden gelet dat de …
---+25. Om ervoor te zorgen dat dit doel wordt bereikt, mogen de bevoegde autoriteiten de vergunning …
---+26. De bevoegde autoriteiten kunnen zelf beslissen om de aanvragende kredietinstelling op het …
---+27. In overeenstemming met paragraaf 26 mogen de bevoegde autoriteiten alleen ontbindende …
---+28. Overeenkomstig de voorschriften en beperkingen van de paragrafen 26 en 27 kunnen de bevoegde …
---+29. In overeenstemming met paragraaf 26 kunnen de bevoegde autoriteiten de aanvragende …
---+30. De bevoegde autoriteiten kunnen, onverminderd de naleving van alle voorwaarden voor de …
---+31. Ten behoeve van duidelijkheid en rechtszekerheid moeten de bevoegde autoriteiten dergelijke …
---+32. Mits aan alle voorwaarden voor het toekennen van de vergunning is voldaan, mogen de bevoegde …
---+33. Indien de aanvragende kredietinstelling deel uitmaakt van een bankgroep en de aanvragende …
---+34. De bevoegde autoriteiten moeten nagaan of er belemmeringen bestaan, in het bijzonder in de vorm …

4.2 Consistentie en continuïteit tussen de toekenning van de vergunning en de beoordeling in het lopend toezicht

4.2 Consistentie en continuïteit tussen de toekenning van de vergunning en de beoordeling in het lopend toezicht

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
22. In overeenstemming met de GBM moeten de bevoegde autoriteiten de aanvraag voor een vergunning …

In overeenstemming met de GBM moeten de bevoegde autoriteiten de aanvraag voor een vergunning als kredietinstelling beoordelen in overeenstemming met de prudentiële vereisten en de methodieken voor beoordeling van het lopende bedrijf door de toezichthouder. Beoordelingspraktijken die tegenstrijdige benaderingen tussen de verschillende fasen van de levenscyclus van de kredietinstelling in de hand werken, moeten zij vermijden.

23. Om duplicering en inconsistentie in de regelgeving te voorkomen, moeten deze richtsnoeren …

Om duplicering en inconsistentie in de regelgeving te voorkomen, moeten deze richtsnoeren daarom worden gelezen in het licht van de bepalingen van de wetgevingshandelingen waarnaar in artikel 1, lid 2 van de oprichtingsverordening van de EBA wordt verwezen, en ook in het licht van de daaraan gerelateerde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen, RTS, ITS, richtsnoeren en aanbevelingen die in het kader van deze wetgevingshandelingen zijn aangenomen, die relevant zijn voor de GBM en waar dat passend en opportuun is naar deze bepalingen verwijzen.

24. Bij de beoordeling door de bevoegde autoriteiten moet er vooral op worden gelet dat de …

Bij de beoordeling door de bevoegde autoriteiten moet er vooral op worden gelet dat de kredietinstelling vanaf de eerste dag van toegang tot de markt degelijk en prudent wordt beheerd.

25. Om ervoor te zorgen dat dit doel wordt bereikt, mogen de bevoegde autoriteiten de vergunning …

Om ervoor te zorgen dat dit doel wordt bereikt, mogen de bevoegde autoriteiten de vergunning alleen toekennen wanneer zij ervan overtuigd zijn dat aan alle vergunningsvereisten is voldaan. Desalniettemin moeten de bevoegde autoriteiten rekening houden met de technische en operationele aanpassingen die de kredietinstelling in de oprichtingsfase zou kunnen ondergaan. Om te waarborgen dat met deze omstandigheden voldoende rekening wordt gehouden, kunnen de bevoegde autoriteiten overeenkomstig de hiernavolgende paragrafen 26 tot en met 29 voorwaarden vooraf en/of vervolgverplichtingen of beperkingen opleggen, of een verduidelijking geven van hun verwachtingen ten aanzien van specifieke gebieden waarop het toezicht zich concentreert.

26. De bevoegde autoriteiten kunnen zelf beslissen om de aanvragende kredietinstelling op het …

De bevoegde autoriteiten kunnen zelf beslissen om de aanvragende kredietinstelling op het tijdstip van de afgifte van de vergunning ontbindende voorwaarden en/of vervolgverplichtingen op te leggen. Het opleggen van dergelijke ontbindende voorwaarden en/of vervolgverplichtingen moet afhankelijk worden gesteld van een positieve beoordeling door de bevoegde autoriteiten dat inhoudelijk is voldaan aan alle vereisten voor het toekennen van de vergunning en dat zij kunnen instemmen met de toekenning van de vergunning. Teneinde duidelijkheid en rechtszekerheid te waarborgen, moeten de bevoegde autoriteiten dergelijke ontbindende voorwaarden en/of vervolgverplichtingen bij toepassing ervan duidelijk en goed omschrijven.

27. In overeenstemming met paragraaf 26 mogen de bevoegde autoriteiten alleen ontbindende …

In overeenstemming met paragraaf 26 mogen de bevoegde autoriteiten alleen ontbindende voorwaarden toepassen bij formele en niet-inhoudelijke aspecten van de vergunningsvereisten, waaraan de aanvragende kredietinstelling in de praktijk mogelijk alleen kan voldoen na het positieve oordeel van de bevoegde autoriteit dat inhoudelijk aan alle vergunningsvereisten is voldaan. Ter illustratie: tot formele of niet-inhoudelijke aspecten van de vergunningsvereisten kan, afhankelijk van de omstandigheden, de indiening behoren van bepaalde documentatie die formeel door de aanvrager is goedgekeurd, de formele afronding van een interne procedure bij de aanvrager of IT-systeemtests om na te gaan of zij in de praktijk volledig functioneren.

28. Overeenkomstig de voorschriften en beperkingen van de paragrafen 26 en 27 kunnen de bevoegde …

Overeenkomstig de voorschriften en beperkingen van de paragrafen 26 en 27 kunnen de bevoegde autoriteiten aan de vergunning ontbindende voorwaarden verbinden met betrekking tot zaken waarbij de aanvrager of de entiteit verplicht is een handeling te verrichten of een handeling na te laten voordat de vergunning van kracht wordt. De bevoegde autoriteiten dienen een termijn vast te stellen waarbinnen aan de voorwaarde moet zijn voldaan en duidelijk aangeven dat de vergunning pas dan van kracht wordt. Zolang niet aan de voorwaarde is voldaan, mag de aanvragende kredietinstelling geen bankactiviteiten verrichten of gebruik maken van de naam “bank”, “spaarbank” of andere namen voor een bank.

29. In overeenstemming met paragraaf 26 kunnen de bevoegde autoriteiten de aanvragende …

In overeenstemming met paragraaf 26 kunnen de bevoegde autoriteiten de aanvragende kredietinstelling vervolgverplichtingen opleggen voor zaken die zich voordoen nadat de vergunning is toegekend. Dergelijke vervolgverplichtingen mogen alleen door de bevoegde autoriteiten worden opgelegd indien, ondanks het feit dat de aanvragende kredietinstelling inhoudelijk aan alle vergunningsvoorwaarden voldoet, de voortdurende naleving van een of meer van deze voorwaarden specifiek moet worden gecontroleerd en zo nodig afgedwongen. De bevoegde autoriteiten dienen dus duidelijk te maken dat, hoewel het niet-nakomen van een verplichting op zich niet leidt tot ongeldigheid van de initiële afgifte van de vergunning, de niet-nakoming ervan met toezichtinstrumenten moet worden aangepakt of moet leiden tot de toepassing van handhavingsmaatregelen en/of sancties. Zo kunnen verplichtingen worden opgelegd ten aanzien van zaken die gezien worden als een onderdeel van de implementatie van de vergunning, zoals rapportageverplichtingen of waarborgen dat leden van het leidinggevend orgaan voldoende specifieke kennis kunnen laten zien (bijvoorbeeld door opleidingen te volgen).

30. De bevoegde autoriteiten kunnen, onverminderd de naleving van alle voorwaarden voor de …

De bevoegde autoriteiten kunnen, onverminderd de naleving van alle voorwaarden voor de vergunning door de aanvragende kredietinstelling en onder voorbehoud van een positieve beoordeling inzake de verlening van de vergunning, bij de toekenning van de vergunning naar eigen goeddunken beperkingen opleggen ten aanzien van de reikwijdte van sommige of alle activiteiten waarvoor de kredietinstelling een vergunning wordt toegekend. De bevoegde autoriteiten kunnen in het document waarin de vergunning wordt toegekend of in een document los daarvan beperkingen opleggen ten aanzien van sommige of alle bankactiviteiten van de aanvragende kredietinstelling. Een restrictieve uitvoering van sommige of alle bankactiviteiten door de aanvragende kredietinstelling kan door de aanvragende kredietinstelling zelf in de aanvraag worden voorgesteld, maar ook de uitkomst zijn van de totaalbeoordeling door de bevoegde autoriteit.

31. Ten behoeve van duidelijkheid en rechtszekerheid moeten de bevoegde autoriteiten dergelijke …

Ten behoeve van duidelijkheid en rechtszekerheid moeten de bevoegde autoriteiten dergelijke beperkingen duidelijk omschrijven. De bevoegde autoriteiten kunnen bijvoorbeeld aan de vergunning beperkingen verbinden door voor te schrijven dat deposito’s slechts tot een bepaald bedrag per deposant in ontvangst mogen worden genomen, of dat slechts specifieke categorieën effecten mogen worden uitgegeven of dat effecten slechts aan specifieke categorieën beleggers mogen worden verstrekt. De opheffing van de toegepaste beperkingen is afhankelijk van een evenredige beoordeling door de bevoegde autoriteit, in overeenstemming met paragraaf 18.

32. Mits aan alle voorwaarden voor het toekennen van de vergunning is voldaan, mogen de bevoegde …

Mits aan alle voorwaarden voor het toekennen van de vergunning is voldaan, mogen de bevoegde autoriteiten op het tijdstip dat de vergunning wordt toegekend de aandacht van de aanvragende kredietinstelling vestigen op specifieke gebieden waarop het toezicht zich concentreert en hun verwachtingen in hetzelfde document of in een afzonderlijk document toelichten. De bevoegde autoriteiten moeten dit motiveren en de kwestie en de doelstellingen die worden nagestreefd zorgvuldig uiteenzetten. De verwachtingen van de bevoegde autoriteit zijn weliswaar niet juridisch bindend, maar moeten wel als leidraad dienen voor het lopende bedrijf van de kredietinstelling.

33. Indien de aanvragende kredietinstelling deel uitmaakt van een bankgroep en de aanvragende …

Indien de aanvragende kredietinstelling deel uitmaakt van een bankgroep en de aanvragende kredietinstelling of haar moederonderneming op grond van hun geconsolideerde situatie moeten voldoen aan de prudentiële vereisten van deel twee tot en met acht van de CRR, moeten de bevoegde autoriteiten de door de aanvrager overeenkomstig artikel 4, punt f), van de RTS on information for authorisation verstrekte analyse onderzoeken om de volledigheid ervan te beoordelen. Wanneer de bevoegde autoriteit tevens de consoliderende toezichthouder is, moet zij ook de mogelijke effecten op de toepasselijke prudentiële vereisten op geconsolideerd niveau onderzoeken.

34. De bevoegde autoriteiten moeten nagaan of er belemmeringen bestaan, in het bijzonder in de vorm …

De bevoegde autoriteiten moeten nagaan of er belemmeringen bestaan, in het bijzonder in de vorm van nauwe banden in de zin van artikel 14, lid 3, van de CRD, voor de effectieve uitoefening van de toezichthoudende taken, waar van toepassing ook van die op geconsolideerde basis, en alle overeenkomstig artikel 12 van de RTS on information for authorisation relevante informatie, omstandigheden of situaties in overweging nemen.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/