+4.2 Beoordeling van onderlinge verbanden
---+35. Ter ondersteuning van het in de paragrafen 99 tot en met 101 van de EBA-richtsnoeren inzake …
---+36. Instellingen moeten de afwikkelingsautoriteiten wijzen op mogelijke problemen bij het …
---+37. De instellingen moeten overeenkomstig paragraaf 100 van de EBA-richtsnoeren inzake …
---+38. Om i) onnodige financiële verstoringen te voorkomen en de betrouwbaarheid van de door de …
---+39. Ter ondersteuning van de afwikkelingsautoriteiten moeten instellingen de juridische onderlinge …
---+40. Instellingen moeten potentiële conflicten inzake afscheidbaarheid in verband met de …
---+41. De afwikkelingsautoriteiten moeten nagaan in hoeverre de bevoegdheden uit hoofde van artikel …
---+42. Naast het toewijzen van voltijdsequivalenten (vte’s) aan de componenten van de …
---+43. Instellingen moeten de onderlinge verbanden tussen bedrijven identificeren, zoals elke …
---+44. De afwikkelingsautoriteiten moeten de methode voor het definiëren van de overdrachtsperimeter …
|
4.2 Beoordeling van onderlinge verbanden
4.2 Beoordeling van onderlinge verbanden
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
35. Ter ondersteuning van het in de paragrafen 99 tot en met 101 van de EBA-richtsnoeren inzake …
|
Ter ondersteuning van het in de paragrafen 99 tot en met 101 van de EBA-richtsnoeren inzake afwikkelbaarheid bedoelde vereiste en om de continuïteit van de overdrachtsperimeter te waarborgen zodra deze van de rest van de groep is afgesplitst overeenkomstig paragraaf 13.b van deze richtsnoeren, moeten instellingen in staat zijn een toelichting te geven aan de afwikkelingsautoriteiten over de achtergrondanalyse ter ondersteuning van de identificatie van de onder de paragrafen 15, 16 en 44 van de EBA-afwikkelbaarheidsrichtsnoeren vallende informatie en ter ondersteuning van de afwikkelingsplanning. Met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel moeten de instellingen met name in staat zijn om: - - kernbedrijfsonderdelen en kritieke functies op te splitsen in functionele processen7 en deze waar nodig in kaart te brengen bij organisatorische eenheden;
- - de rol van organisatorische eenheden en de diensten die zij verlenen te beoordelen;
- - de overeenkomstige elementen, zoals activa, passiva, personeel, middelen, systemen en toepassingen, die bij de organisatorische eenheden betrokken zijn, als relevant te identificeren.
7 Functionele processen kunnen worden gedefinieerd als de dagelijkse activiteiten ter ondersteuning van de bedrijfsonderdelen.
|
|
36. Instellingen moeten de afwikkelingsautoriteiten wijzen op mogelijke problemen bij het …
|
Instellingen moeten de afwikkelingsautoriteiten wijzen op mogelijke problemen bij het afsplitsen van elementen van de organisatorische eenheden van de kerncomponenten (eerste laag) van de overdrachtsperimeter (conflicten inzake afscheidbaarheid), hetzij omdat zij niet gemakkelijk kunnen worden vervangen, hetzij omdat zij extra en onevenredige risico’s met zich mee kunnen brengen, hetzij omdat hun afsplitsing suboptimaal zou zijn met het oog op de afwikkelingsdoelstellingen. Bij het identificeren van potentiële conflicten inzake afscheidbaarheid moet rekening worden gehouden met de in de paragrafen 37 tot en met 49 van deze richtsnoeren genoemde elementen en moet zoveel mogelijk worden voortgebouwd op de herstelplanning. Het resultaat moet worden meegenomen in de definitie van de overdrachtsperimeter in het afwikkelingsplan en de beoordeling van de haalbaarheid van de afwikkelingsstrategie. Afhankelijk van de omvang van de onderlinge verbanden en van de verscheidenheid aan afwikkelingsscenario’s, kan de beoordeling van onderlinge verbanden in de loop van de tijd plaatsvinden. Financiële onderlinge verbanden
|
|
37. De instellingen moeten overeenkomstig paragraaf 100 van de EBA-richtsnoeren inzake …
|
De instellingen moeten overeenkomstig paragraaf 100 van de EBA-richtsnoeren inzake afwikkelbaarheid de afwikkelingsautoriteiten de identificatie van de door de artikelen 76 tot en met 80 van Richtlijn 2014/59/EU gewaarborgde verbindingen verstrekken.
|
|
38. Om i) onnodige financiële verstoringen te voorkomen en de betrouwbaarheid van de door de …
|
Om i) onnodige financiële verstoringen te voorkomen en de betrouwbaarheid van de door de overdrachtsperimeter verleende financiële diensten te waarborgen of ii) de financieringsinstabiliteit van de voort te zetten activiteiten (ook onder het instrument van afsplitsing van activa voor de oude entiteit) te beperken, dient de kern van de overdrachtsperimeter, indien mogelijk en met inachtneming van paragraaf 41 van deze richtsnoeren, te worden overgedragen met de daaraan verbonden financiële verplichtingen en beschermingsmaatregelen. Daarom moeten instellingen met een overdrachtsstrategie in hun afwikkelingsplan: - - de financiële verbanden identificeren tussen posten en verplichtingen buiten de balans en, met name, verstrekte en ontvangen garanties (met inbegrip van, in voorkomend geval, verwijzingen naar: toepassingsgebied8 ; duur; rechten op vervroegde beëindiging; clausules inzake wijziging van zeggenschap of bepalingen inzake kruiselingse wanbetaling; of toepasselijk recht), waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen externe garanties en garanties binnen de groep. Intragroepsgaranties9 moeten met name worden beoordeeld om na te gaan of ze moeten worden overgedragen of geannuleerd zonder ongewenste schade te veroorzaken;
- - bestaande afdekkingen identificeren die nog niet onder de bovengenoemde waarborgen vallen;
- - de organisatorische eenheden identificeren die verantwoordelijk zijn voor het verstrekken van financiering en hun contractuele banden met andere eenheden, rekening houdend met de in- en uitgaande kasstromen en compenserend vermogen;
- - in voorkomend geval regelingen ontwikkelen om de handhaving van bestaande overeenkomsten in en na afwikkeling, de continuïteit van back-to-backtransacties van de afgesplitste eenheden en de toegang tot valuta door de afgesplitste eenheden te waarborgen.
Juridische onderlinge verbanden
8 Zoals patronaatsverklaringen. 9 In het kader van deze richtsnoeren moeten intragroepsgaranties ruim worden opgevat als mechanismen voor de overdracht van verliezen.
|
|
39. Ter ondersteuning van de afwikkelingsautoriteiten moeten instellingen de juridische onderlinge …
|
Ter ondersteuning van de afwikkelingsautoriteiten moeten instellingen de juridische onderlinge verbanden tussen de kern van de overdrachtsperimeter en de rest van de instelling in kaart brengen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot: - a. Op het niveau tussen de entiteiten: i) eigendomsinstrumenten tussen de entiteiten; ii) fiscale banden; iii) verplichtingen jegens de andere coöperatieve leden indien relevant; iv) juridische relatie tussen de entiteiten en solidariteitsmechanismen of institutionele protectiestelsels; v) relevante contracten met uitsluitingsclausules, zoals joint ventures of andere partnerschappen, bijvoorbeeld met verzekeringsmaatschappijen.
- b. Op het niveau van organisatorische eenheden: juridische onderlinge verbanden door bestaande dienstverplichtingen al dan niet in het kader van dienstenniveauovereenkomsten, werknemerscontracten en collectieve overeenkomsten10 , en contractuele bepalingen verbonden aan de activa en passiva van elke eenheid.
10 Op grond van artikel 5, lid 1, van Richtlijn 2001/23/EG betreffende de verplaatsing van bedrijven (TUPE) en artikel 34, lid 4, van Richtlijn 2014/59/EU is het mogelijk dat het automatische karakter van de overdracht van werknemerscontracten niet van toepassing is bij een overdracht waarbij wordt gebruikgemaakt van een van de volgende instrumenten: instrument van de overbruggingsinstelling, instrument van verkoop van de onderneming of instrument van afsplitsing van activa.
|
|
40. Instellingen moeten potentiële conflicten inzake afscheidbaarheid in verband met de …
|
Instellingen moeten potentiële conflicten inzake afscheidbaarheid in verband met de bovengenoemde elementen vaststellen en de afwikkelingsautoriteiten alle nodige informatie verstrekken om de volgende elementen te verduidelijken: - (i) de mogelijke gevolgen van de definitie van de overdrachtsperimeter voor de eigendomsstructuur van de instelling en voor de onafhankelijkheid van de verwerver;
- (ii) of de tweede laag van de overdrachtsperimeter zodanig kan worden gestructureerd dat deze niet leidt tot onnodige verliezen vanwege fiscale factoren;
- (iii) of de samenwerkingsregelingen moeten worden voortgezet en de overdrachtsperimeter ten goede kunnen komen;
- (iv) of het lidmaatschap van een institutioneel protectiestelsel, vereniging of soortgelijke solidariteitsregelingen nog steeds kan worden voortgezet voor de overdrachtsperimeter en de mogelijke gerelateerde verplichtingen die aan de overdrachtsperimeter zijn verbonden, waarbij in voorkomend geval ook wordt beoordeeld of ontheffingen voor het IPS of de vereniging (zoals die waarin is voorzien in artikel 113, lid 7, en artikel 49, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013) worden voortgezet of beëindigd en wat de gevolgen daarvan zouden zijn;
- (v) of en in welke mate potentiële geschillenrisico’s (waaronder geschillenrisico’s die voortvloeien uit de afwikkelingsmaatregel zelf onder toezicht van de afwikkelingsautoriteiten) op de overdrachtsperimeter wegen.
|
|
41. De afwikkelingsautoriteiten moeten nagaan in hoeverre de bevoegdheden uit hoofde van artikel …
|
De afwikkelingsautoriteiten moeten nagaan in hoeverre de bevoegdheden uit hoofde van artikel 64, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU om contracten te wijzigen of te annuleren kunnen worden gebruikt om de tweede laag van de overdrachtsperimeter beter af te bakenen en onnodige onderlinge verbanden te verwijderen. Operationele onderlinge verbanden
|
|
42. Naast het toewijzen van voltijdsequivalenten (vte’s) aan de componenten van de …
|
Naast het toewijzen van voltijdsequivalenten (vte’s) aan de componenten van de overdrachtsperimeter (zie paragraaf 35 van deze richtsnoeren), dienen instellingen informatie te verstrekken over de expertise die nodig is voor het uitvoeren van de activiteiten die in de overdrachtsperimeter zijn opgenomen. Uiteindelijk wordt het inzicht van de expertise gebruikt bij het beoordelen van de vervangbaarheid van personeel en het beperken van conflicten inzake afscheidbaarheid. Zakelijke onderlinge verbanden
|
|
43. Instellingen moeten de onderlinge verbanden tussen bedrijven identificeren, zoals elke …
|
Instellingen moeten de onderlinge verbanden tussen bedrijven identificeren, zoals elke verbinding tussen organisatorische eenheden waarbij een bedrijfsonderdeel via meerdere organisatorische eenheden wordt geëxploiteerd of waarvan de inkomsten worden bepaald door de activiteiten die door verschillende organisatorische eenheden worden uitgeoefend, met inbegrip van synergieën of klanten die meerdere activiteiten verrichten.
|
|
44. De afwikkelingsautoriteiten moeten de methode voor het definiëren van de overdrachtsperimeter …
|
De afwikkelingsautoriteiten moeten de methode voor het definiëren van de overdrachtsperimeter in het licht van zakelijke onderlinge verbanden in overweging nemen, zodat i) de aan de vermogensbeheerder over te dragen perimeter geen negatieve gevolgen heeft voor de franchise van het bedrijf (met inbegrip van kritieke functies en kernbedrijfsonderdelen) dat bij de instelling in afwikkeling blijft die bedoeld is om te worden voortgezet, ii) of anders dat het achterlaten van eenheden bij de instelling in afwikkeling niet nadelig is voor de franchise van het bedrijf (met inbegrip van kritieke functies en kernbedrijfsonderdelen) dat aan de potentiële verwerver(s) of de overbruggingsinstelling wordt overgedragen.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|