+5.2 Model development in PD estimation
---+56. Ten behoeve van modelontwikkeling dienen instellingen ervoor te zorgen dat de …
---+57. In het proces van het selecteren van risicodeterminanten en ratingcriteria dienen instellingen …
---+58. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat bij het selecteren van risicodeterminanten en …
---+59. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat de afnemende betrouwbaarheid van informatie in de …
---+60. Instellingen dienen de risicodeterminanten en ratingcriteria consequent toe te passen, in het …
---+61. Wanneer een significant percentage cliënten gebruik maakt van meerdere faciliteiten van …
---+62. Instellingen dienen te beschikken over duidelijke beleidslijnen die specificeren onder welke …
---+63. Om een interne of externe rating van een derde te kunnen opnemen in een PD-model, dienen …
---+64. Een ratingoverdracht mag de onderbrenging van blootstellingen in blootstellingsklassen …
---+65. De wezenlijke door een derde aan een debiteur verleende contractuele ondersteuning zou gezien …
---+66. Instellingen dienen een passende onderliggende filosofie voor de onderbrenging van debiteuren …
---+67. Instellingen dienen de gekozen ratingfilosofie consequent toe te passen. Instellingen dienen de …
---+68. Wanneer instellingen gebruik maken van verschillende ratingsystemen die worden gekenmerkt door …
---+69. Om te voldoen aan de vereisten van artikel 170, lid 1, en artikel 170, lid 3, onder c), van …

5.2 Model development in PD estimation

5.2.1 Data requirements specific for model development

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
56. Ten behoeve van modelontwikkeling dienen instellingen ervoor te zorgen dat de …

Ten behoeve van modelontwikkeling dienen instellingen ervoor te zorgen dat de referentiegegevensverzameling de waarden van de risicodeterminanten voor passende punten in de tijd omvat. Deze punten in de tijd kunnen variëren tussen verschillende risicodeterminanten. Bij de selectie van passende punten in de tijd zouden instellingen rekening moeten houden met de dynamiek en de actualiseringsfrequentie van risicodeterminanten gedurende de hele periode waarin een debiteur deel uitmaakt van de portefeuille en, in geval van een wanbetaling, gedurende het jaar voorafgaand aan de wanbetaling.

5.2.2 Risicodeterminanten en ratingcriteria

57. In het proces van het selecteren van risicodeterminanten en ratingcriteria dienen instellingen …

In het proces van het selecteren van risicodeterminanten en ratingcriteria dienen instellingen uit te gaan van een breed scala aan informatie die relevant is voor het soort blootstellingen dat door een ratingsysteem wordt bestreken. Potentiële door de instellingen te analyseren risicodeterminanten zijn met name de volgende:

  • (a) debiteurenkenmerken, waaronder de sector en de geografische locatie in geval van ondernemingen;
  • (b) financiële informatie, waaronder financiële overzichten of winst-en-verliesrekeningen;
  • (c) trendinformatie, waaronder een stijging of daling van de omzet of de winstmarge;
  • (d) gedragsinformatie, waaronder over delinquentie en het gebruik van kredietfaciliteiten.
58. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat bij het selecteren van risicodeterminanten en …

Instellingen dienen ervoor te zorgen dat bij het selecteren van risicodeterminanten en ratingcriteria de relevante deskundigen van bedrijfsonderdelen van de instelling worden geraadpleegd over de bedrijfslogica achter en de bijdrage aan het risico van de betrokken risicodeterminanten en ratingcriteria.

59. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat de afnemende betrouwbaarheid van informatie in de …

Instellingen dienen ervoor te zorgen dat de afnemende betrouwbaarheid van informatie in de tijd, bijvoorbeeld informatie over debiteurenkenmerken die is verkregen ten tijde van de initiëring van de lening, op adequate wijze wordt weerspiegeld in de PD-raming. Ook zouden instellingen ervoor moeten zorgen dat het model het risiconiveau correct raamt op basis van alle relevante, op dat moment beschikbare en meest actuele informatie en dat er een passende voorzichtigheidsmarge wordt toegepast wanneer er een hogere mate van onzekerheid bestaat als gevolg van een gebrek aan actuele informatie. Met name zou het model of het onderbrengingsproces moeten zorgen voor een adequate en conservatieve aanpassing in beide volgende situaties:

  • (a) overeenkomstig artikel 24, lid 1, onder g), van de TRN inzake de IRB-beoordelingsmethode, wanneer de financiële overzichten ouder zijn dan 24 maanden en informatie die afkomstig is uit deze financiële overzichten een relevante risicodeterminant is;
  • (b) wanneer de informatie van een kredietbureau ouder is dan 24 maanden, indien nog relevant op dat punt in de tijd, en deze informatie een relevante risicodeterminant is.
60. Instellingen dienen de risicodeterminanten en ratingcriteria consequent toe te passen, in het …

Instellingen dienen de risicodeterminanten en ratingcriteria consequent toe te passen, in het bijzonder met betrekking tot de gebruikte tijdshorizon, bij de modelontwikkeling, -kalibratie en -toepassing.

61. Wanneer een significant percentage cliënten gebruik maakt van meerdere faciliteiten van …

Wanneer een significant percentage cliënten gebruik maakt van meerdere faciliteiten van hetzelfde type binnen een gegeven retailratingsysteem, dienen instellingen het risiconiveau van die cliënten te analyseren en te vergelijken met dat van cliënten die slechts één faciliteit van het desbetreffende type gebruiken, en, indien noodzakelijk, het verschil tot uiting te laten komen in het risiconiveau in het model door middel van passende risicodeterminanten. 5.2.3 Behandeling van ratings van derden

62. Instellingen dienen te beschikken over duidelijke beleidslijnen die specificeren onder welke …

Instellingen dienen te beschikken over duidelijke beleidslijnen die specificeren onder welke voorwaarden de rating van een derde die een contractuele of organisatorische relatie met een debiteur van de instelling heeft in aanmerking kan worden genomen in de beoordeling van risico van de betrokken debiteur. In deze beleidslijnen dient rekening te worden gehouden met de volgende mogelijke manieren waarop de rating van die derde in aanmerking kan worden genomen in de beoordeling van het risico van de betrokken debiteur:

  • (a) de rating van die derde wordt overgedragen aan een relevante debiteur (“ratingoverdracht"), waarbij er geen verschil in risico is tussen de debiteur en de gelieerde derde omdat het bestaan van een passende garantie en de rating van de derde intern wordt ondergebracht in overeenstemming met het ratingsysteem waarvoor de instelling toestemming heeft verkregen overeenkomstig artikel 143, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013;
  • (b) de rating van die derde wordt in aanmerking genomen als indicator voor een bijsturing van de onderbrenging van de betrokken debiteur in een klasse of groep;
  • (c) de rating van die derde dient als input voor het PD-model, als weerspiegeling van de contractuele ondersteuning door de gelieerde derde van de debiteur.
63. Om een interne of externe rating van een derde te kunnen opnemen in een PD-model, dienen …

Om een interne of externe rating van een derde te kunnen opnemen in een PD-model, dienen instellingen te zorgen voor al het volgende:

  • (a) dat de rating van een derde voldoet aan alle vereisten voor relevante risicodeterminanten als uiteengezet in deel 5.2.2;
  • (b) dat andere relevante debiteuren- en transactierisicokenmerken naar behoren worden weerspiegeld in het model overeenkomstig artikel 170, lid 1, onder a), en artikel 170, lid 3, onder a), van Verordening (EU) nr. 575/2013, en dat er geen wezenlijke vertekeningen worden ingevoerd door een hoge weging van de interne of externe ratinginformatie;
  • (c) dat er geen dubbele telling van effecten van relaties met derden plaatsvindt.
64. Een ratingoverdracht mag de onderbrenging van blootstellingen in blootstellingsklassen …

Een ratingoverdracht mag de onderbrenging van blootstellingen in blootstellingsklassen, ratingsystemen of modellen niet wijzigen, maar mag alleen van invloed zijn op de onderbrenging in klassen of groepen. Ratingoverdrachten dienen zodanig te worden georganiseerd dat wijzigingen van een rating van een derde die wezenlijke informatie betreffende de debiteur of blootstelling vormt in verband met artikel 173, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 575/2013, tijdig worden weerspiegeld in alle beïnvloede ratings.

65. De wezenlijke door een derde aan een debiteur verleende contractuele ondersteuning zou gezien …

De wezenlijke door een derde aan een debiteur verleende contractuele ondersteuning zou gezien moeten worden als een aantasting van de vrije financiële kracht van de ondersteunende debiteur, waaronder de kracht om alle verplichtingen jegens de instelling volledig na te komen. Dit dient tot uitdrukking te komen in de rating van de ondersteunende debiteur.

5.2.4 Ratingfilosofie

66. Instellingen dienen een passende onderliggende filosofie voor de onderbrenging van debiteuren …

Instellingen dienen een passende onderliggende filosofie voor de onderbrenging van debiteuren of blootstellingen in klassen of groepen (“ratingfilosofie") te kiezen, rekening houdend met alle volgende beginselen:

  • (a) Instellingen dienen te beoordelen of de methode die wordt gebruikt om de risicoparameter te kwantificeren, passend is voor de ratingfilosofie, en ze dienen de kenmerken en dynamiek van de onderbrenging van debiteuren of blootstellingen in klassen of groepen (“onderbrenging in ratingklassen"), en van de ramingen van de risicoparameter die uit de gebruikte methode resulteren, te begrijpen.
  • (b) Instellingen dienen de adequaatheid van de resulterende kenmerken en dynamiek van de onderbrenging in ratingklassen en ramingen van de risicoparameter die uit de gebruikte methode resulteren, te beoordelen met betrekking tot hun verschillende gebruikstoepassingen en de impact daarvan op de dynamiek en de volatiliteit van eigenvermogensvereisten te begrijpen.
  • (c) De ratingfilosofie zou ook moeten worden gebruikt voor backtestingdoeleinden. Filosofieën die gevoelig zijn voor economische omstandigheden leiden veelal tot PD-ramingen die betere voorspellers van de wanbetalingsgraden voor elk jaar zijn. Anderzijds leiden filosofieën die minder gevoelig zijn voor economische omstandigheden veelal tot PD-ramingen die dichter bij de over de verschillende staten van de economie gemeten gemiddelde PD liggen, maar afwijken van waargenomen wanbetalingsgraden in jaren waarin de staat van de economie boven of onder zijn gemiddelde ligt. Afwijkingen van waargenomen wanbetalingsgraden en het gemiddelde over een lange periode voor de desbetreffende wanbetalingsgraad zullen derhalve waarschijnlijker zijn in ratingsystemen die minder gevoelig zijn voor economische omstandigheden. Daarentegen zullen migraties tussen graden waarschijnlijker zijn in ratingsystemen die gevoeliger zijn voor economische omstandigheden. Deze patronen dienen in aanmerking te worden genomen bij het beoordelen van de resultaten van backtesting en, indien relevant, benchmarkinganalyse.
67. Instellingen dienen de gekozen ratingfilosofie consequent toe te passen. Instellingen dienen de …

Instellingen dienen de gekozen ratingfilosofie consequent toe te passen. Instellingen dienen de passendheid van de onderliggende filosofie voor de onderbrenging van debiteuren of blootstellingen in klassen of groepen (“ratingfilosofie") te analyseren, rekening houdend met al het volgende:

  • (a) het ontwerp van risicodeterminanten;
  • (b) migratie tussen klassen of groepen;
  • (c) veranderingen in de jaarlijkse wanbetalingsgraden van elke klasse of groep.
68. Wanneer instellingen gebruik maken van verschillende ratingsystemen die worden gekenmerkt door …

Wanneer instellingen gebruik maken van verschillende ratingsystemen die worden gekenmerkt door verschillende ratingfilosofieën, dienen ze de informatie over de onderbrenging in ratingklassen of ramingen van risicoparameters met de nodige voorzichtigheid te gebruiken, met name wanneer ze gebruik maken van externe ratingbureaus verkregen ratinginformatie of wanbetalingservaring. Wanneer instellingen gebruik maken van verschillende ratingsystemen met verschillende kenmerken, zoals verschillende filosofieën of verschillende niveaus van objectiviteit, nauwkeurigheid, stabiliteit of conservatisme, dienen ze ervoor te zorgen dat de ratingsystemen een passend niveau van consistentie hebben en dat eventuele verschillen tussen de systemen goed worden begrepen. Dit begrip zou de instelling ten minste in staat moeten stellen om op een passende manier door de verschillende ratingsystemen geproduceerde informatie te combineren of te aggregeren wanneer dit volgens het beleid van de instelling nodig is. Instellingen dienen de aannamen van en de potentiële onnauwkeurigheden die voortvloeien uit dergelijke combinaties of aggregaties volledig te begrijpen.

5.2.5 Homogeniteit van debiteurenklassen of -groepen

69. Om te voldoen aan de vereisten van artikel 170, lid 1, en artikel 170, lid 3, onder c), van …

Om te voldoen aan de vereisten van artikel 170, lid 1, en artikel 170, lid 3, onder c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 en van artikel 38 van de TRN inzake IRB-beoordelingsmethode, dienen instellingen de homogeniteit van in dezelfde klassen of groepen ondergebrachte debiteuren of blootstellingen te controleren. Met name zouden klassen zodanig moeten worden gedefinieerd dat het risico van wanbetaling voor elke debiteur binnen elke klasse of groep van een redelijk vergelijkbaar niveau is en dat significante overlappingen van de verdelingen van het risico van wanbetaling tussen klassen of groepen worden vermeden.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/