+7.2 Beoordelingsmethode
---+74. De bevoegde autoriteiten moeten de bedrijfsstrategie van de aanvragende kredietinstelling aan …
---+75. Daartoe moeten de bevoegde autoriteiten een duidelijk beeld krijgen van: a) de soorten …
---+76. Specifiek bij innovatieve bedrijfsmodellen en/of leveringsmechanismen moeten de bevoegde …
---+77. Door een duidelijk inzicht in de geplande bedrijfsstrategie zijn de bevoegde autoriteiten in …
---+78. De bevoegde autoriteiten dienen een duidelijk beeld te krijgen van de geplande bronnen voor de …
---+79. De bevoegde autoriteiten dienen een grondiger beoordeling uit te voeren, waaronder …
---+80. Financieringskosten moeten worden beoordeeld in het kader van de beoordeling van de financiële …
---+81. De bevoegde autoriteiten moeten de ingediende informatie onderzoeken, in het bijzonder zoals …
---+82. De bevoegde autoriteiten moeten de ingediende informatie met name onderzoeken op een wijze als …
---+83. In overeenstemming met de in paragraaf 70 beschreven evenredigheidsbenadering moeten de …
---+84. Waar relevant moeten de bevoegde autoriteiten ervoor zorgen dat in de ingediende beschrijving …
---+85. Bij de beoordeling van de risico’s voor de liquiditeit en de financiering moeten de bevoegde …
---+86. Om inzicht te krijgen in de aannemelijkheid van de strategische hypothesen waar de instelling …
---+87. In overeenstemming met de in paragraaf 70 uiteengezette evenredigheidsbenadering moeten de …
---+88. Daartoe moeten de bevoegde autoriteiten de analyse onderzoeken van de trends op de doelmarkt …
---+89. Waar toepasselijk en op basis van een analyse per geval kunnen beschouwingen over bestaande …
---+90. In overeenstemming met de evenredigheidsbenadering als uiteengezet in paragraaf 71 en …
---+91. In dit verband moeten de bevoegde autoriteiten een analyse maken van de voornaamste endogene …
---+92. De bevoegde autoriteiten moeten ook nagaan of de financiële prognoses overeenstemmen met de in …
---+93. De bevoegde autoriteiten moeten een kwantitatief onderzoek uitvoeren van het ondernemingsplan …
---+94. Het kwantitatief onderzoek van de financiële prognoses van het bedrijfsplan heeft tot doel bij …
---+95. Bij de beoordeling van de financiële prognoses moet rekening worden gehouden met de beoogde …
---+96. Bij de beoordeling van de winstgevendheid van het bedrijfsplan moeten de bevoegde autoriteiten …
---+97. Daartoe moeten de bevoegde autoriteiten de beargumentering onderzoeken van de initiële …
---+98. Mogelijk moeten de bevoegde autoriteiten een bedrijfsplan met een langere tijdshorizon …
---+99. Voor zover mogelijk en waar passend moeten de bevoegde autoriteiten de aanvragende …
---+100. De bevoegde autoriteiten moeten kijken naar de ontwikkeling van de winstgevendheid en de …
---+101. De bevoegde autoriteiten moeten een duidelijk inzicht kunnen verwerven in de bronnen van …
---+102. In overeenstemming met het in paragraaf 70 uitgewerkte evenredigheidsbeginsel moeten de …
---+103. De bevoegde autoriteiten moeten zich een helder beeld vormen van de verschillende …
---+104. De bevoegde autoriteiten moeten extra aandacht hebben voor hoge groeicijfers en daarmee …
---+105. De nagestreefde kostenstructuur (bijvoorbeeld arbeidskosten, administratieve kosten of …
---+106. Speciaal met betrekking tot kostenmodellen zijn de marginale kosten van aanvragende …
---+107. Op basis van het bedrijfsplan en de verstrekte financiële prognoses moeten de bevoegde …
---+108. Op basis van de onderzochte informatie moet de bevoegde autoriteit de aannames van de …
---+109. De ontwikkeling van het toezichtsoordeel en de gevoeligheidsanalyse moet proportioneel zijn …
|
7.2 Beoordelingsmethode
7.2.1 Bedrijfsstrategie
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
74. De bevoegde autoriteiten moeten de bedrijfsstrategie van de aanvragende kredietinstelling aan …
|
De bevoegde autoriteiten moeten de bedrijfsstrategie van de aanvragende kredietinstelling aan een kwalitatief onderzoek onderwerpen om inzicht te krijgen in de soorten activiteiten die zij voornemens is uit te oefenen, de geografische spreiding ervan, de geloofwaardigheid van de onderliggende aannames en het daaruit voortvloeiende risicoprofiel van de aanvragende kredietinstelling.
|
|
75. Daartoe moeten de bevoegde autoriteiten een duidelijk beeld krijgen van: a) de soorten …
|
Daartoe moeten de bevoegde autoriteiten een duidelijk beeld krijgen van: - a) de soorten activiteiten die de aanvragende kredietinstelling wil gaan uitoefenen, waaronder het vaststellen van de kern- en nevenactiviteiten en de naar type onderscheiden beoogde klanten. Deze analyse moet functioneel zijn om te bepalen welke activiteiten onder de vergunning vallen of, in overeenstemming met paragraaf 58, wat de reikwijdte van de vergunning is, alsook, afhankelijk van het geval, of er andere geschikte vergunningstelsels beschikbaar zijn. Het onderzoek moet de bevoegde autoriteit ook inzicht verschaffen in het eraan verbonden risicoprofiel, waaronder het risico op het witwassen van geld of de financiering van terrorisme, en de gevolgen voor de kapitaalvereisten en de liquiditeits- en financieringsbehoeften, alsmede op de interne governanceregelingen.
- b) de geografische spreiding van de activiteiten, waaronder de voorgenomen uitoefening ervan via dochterondernemingen en bijkantoren of via het vrij verrichten van diensten binnen de EU of in een derde land, en de geplande toekomstige expansie. Met name wanneer het bedrijfsmodel het gebruik van digitale oplossingen voorziet, moeten de bevoegde autoriteiten beoordelen of de geplande grensoverschrijdende activiteiten onder “vrije dienstverlening” of de “vrijheid van vestiging” vallen. De analyse moet de bevoegde autoriteiten onder meer helpen om vast te stellen of verdere regelgeving is vereist voor de toegang tot de doelmarkten (bijvoorbeeld melding paspoortgegevens), eventuele daarmee samenhangende regelgevingsrisico’s, en de zakelijke of financiële beweegredenen voor de voorziene bedrijfsstructuur en geografische spreiding. Tevens moet een analyse worden gemaakt van het aan een rechtsgebied verbonden risico op het witwassen van geld of de financiering van terrorisme. Deze analyse moet worden verricht in het kader van de beoordeling van de operationele structuur. Indien een aanvragende kredietinstelling voornemens is een groot deel van haar werkzaamheden uit te oefenen buiten het rechtsgebied waar zij de vergunningaanvraag heeft ingediend, moet de bevoegde autoriteit overeenkomstig overweging 16 van de CRD nagaan of de keuze van het rechtsgebied voor de aanvraag tot doel heeft in een andere lidstaat van kracht zijnde strengere regelgevingsnormen (bijvoorbeeld met betrekking tot het AML/CFT-stelsel) te omzeilen.
- c) de algemene strategie, waarbij de zakelijke redenen van de aanvragende kredietinstelling worden onderzocht, alsmede de algemene groepsstrategie wanneer de aanvrager tot een groep behoort. Dit omvat een goed begrip van de strategische doelstellingen, de belangrijkste zakelijke drijfveren, mogelijk vastgestelde concurrentievoordelen, kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen van het ondernemingsplan, waaronder het product of de dienst van de onderneming, het waardevoorstel en de marktpositionering.
|
|
76. Specifiek bij innovatieve bedrijfsmodellen en/of leveringsmechanismen moeten de bevoegde …
|
Specifiek bij innovatieve bedrijfsmodellen en/of leveringsmechanismen moeten de bevoegde autoriteiten ook aandacht besteden aan de beschrijving van de innovatieve kenmerken van de voorziene diensten en producten, waaronder een eventuele verhoogde blootstelling aan het risico op het witwassen van geld of de financiering van terrorisme. In lijn met de evenredigheids- en risicogebaseerde aanpak kunnen de bevoegde autoriteiten onderzoek overwegen naar de onderliggende verklaring voor de aantrekkelijkheid van het nieuwe product, de prijsstelling, de structuur en het comparatieve voordeel van het product. Een dergelijk onderzoek moet worden gecoördineerd en aangevuld met de doelmarktanalyse zoals beschreven in afdeling 7.2.3, en de mogelijke effecten van de belangrijkste externe indicatoren op de bedrijfsstrategie.
|
|
77. Door een duidelijk inzicht in de geplande bedrijfsstrategie zijn de bevoegde autoriteiten in …
|
Door een duidelijk inzicht in de geplande bedrijfsstrategie zijn de bevoegde autoriteiten in staat een beoordeling te maken van de ermee samenhangende financieringsstrategie, de relevante externe en interne factoren om de strategische doelstellingen te bereiken en de plausibiliteit van de kwantitatieve aannames. In haar totaliteit moet de beoordeling de bevoegde autoriteit een beeld geven van de sterke en zwakke punten en de kansen en risico’s van de bedrijfsstrategie. 7.2.2 Financieringsstructuur, liquiditeitsbeoordeling en beheer
|
|
78. De bevoegde autoriteiten dienen een duidelijk beeld te krijgen van de geplande bronnen voor de …
|
De bevoegde autoriteiten dienen een duidelijk beeld te krijgen van de geplande bronnen voor de financiering van de geplande bedrijfsactiviteiten, waaronder de bron(nen) van het aanvangskapitaalbedrag. De bevoegde autoriteiten moeten de door de aanvragende kredietinstelling ingediende informatie onderzoeken (met name ingevolge artikel 4 van de RTS on information for authorisation ) om het liquiditeitsprofiel en de passivastructuur te beoordelen, met bijzondere aandacht voor de geloofwaardigheid van de onderliggende aannames. Wat de passivastructuur betreft, moeten de bevoegde autoriteiten een beoordeling maken van de verschillende financieringsbronnen (soorten passiva, instrumenten en tegenpartijen), de daarmee samenhangende kosten, ingebedde opties en hun contractuele en gedragsmatige looptijden. Een duidelijk beeld van het liquiditeitsprofiel en de passivastructuur zal de bevoegde autoriteiten in staat stellen een beoordeling te maken van de prognoses voor de wettelijke liquiditeits- en financieringsratio’s, zoals de LCR10 en de NSFR11 , waarbij mede moet worden gelet op de ontwikkeling van deze ratio’s tijdens de planningshorizon als gevolg van de geleidelijke toename van de bedrijfsactiviteiten en de uitvoering van de financieringsstrategie (bijvoorbeeld het geleidelijk aantrekken van depositohouders) in de opbouwfase. De bevoegde autoriteiten moeten er ook rekening mee houden dat, hoewel in het eerste jaar van activiteiten het merendeel van de beschikbare financieringsbronnen gewoonlijk stabiel is (bijvoorbeeld aandelenkapitaal) en het aandeel van de liquide activa hoog, de ontwikkeling van de voorgeschreven ratio’s afhankelijk van de geplande bedrijfsactiviteiten en de daarmee verband houdende financieringsstrategie van de aanvrager kan variëren.
10 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie ter aanvulling van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het liquiditeitsdekkingsvereiste voor kredietinstellingen. 11 Zie titel IV – deel zes VKV (ingevoerd in VKV II).
|
|
79. De bevoegde autoriteiten dienen een grondiger beoordeling uit te voeren, waaronder …
|
De bevoegde autoriteiten dienen een grondiger beoordeling uit te voeren, waaronder gedetailleerde vragen over mogelijke alternatieve scenario’s, indien de financieringsstructuur een hoge mate van concentratie of een onevenwichtig financieringsprofiel laat zien (bijvoorbeeld buitensporige looptijdmismatch).
|
|
80. Financieringskosten moeten worden beoordeeld in het kader van de beoordeling van de financiële …
|
Financieringskosten moeten worden beoordeeld in het kader van de beoordeling van de financiële prognose (zie 7.2.5) als onderdeel van de winst en het verlies van de aanvragende kredietinstelling en, indien zulks haalbaar en passend is, moeten zij worden vergeleken met die van soortgelijke instellingen. Voorts moeten de onderliggende veronderstellingen, met name de geplande rentevoeten, worden beoordeeld in het licht van de zakelijke en macro-economische omgeving.
|
|
81. De bevoegde autoriteiten moeten de ingediende informatie onderzoeken, in het bijzonder zoals …
|
De bevoegde autoriteiten moeten de ingediende informatie onderzoeken, in het bijzonder zoals beschreven in artikel 4, punt g), ii) tot en met v)12 van de RTS on information for authorisation , om te beoordelen of de aanvragende kredietinstelling in staat is haar liquiditeitspositie en de relatieve buffers in overeenstemming met haar behoeften13 te financieren, te bewaken, te actualiseren en daar verslag van te doen.
12 Artikel 4, punt g), van de RTS betreffende informatie voor het toekennen van een vergunning bepaalt dat de aanvraag “een overzicht moet geven van de volgende kaders en beleidslijnen van de aanvragende kredietinstelling: [...] b) het beleid inzake het beheer van het liquiditeitsrisico; c) het beleid inzake concentratie en diversificatie van de financiering; d) het beleid inzake het beheer van zekerheden; e) het depositobeleid”. 13 Zie deel 9.4, Intern controlekader.
|
|
82. De bevoegde autoriteiten moeten de ingediende informatie met name onderzoeken op een wijze als …
|
De bevoegde autoriteiten moeten de ingediende informatie met name onderzoeken op een wijze als uiteengezet in artikel 4, punt a), v)14 van de RTS on information for authorisation , teneinde de algemene staat van voorbereiding van het interne proces van de beoordeling van de toereikendheid van de liquiditeit te beoordelen, waarbij zij bijvoorbeeld rekening moeten houden met de volgende aspecten: - a) governance ten aanzien van de liquiditeit. De bevoegde autoriteiten moeten een duidelijk inzicht krijgen in het daadwerkelijk vermogen van de instelling om haar liquiditeit te beheren en daarbij nagaan of de respectieve functies over voldoende middelen beschikken om een degelijk liquiditeitsbeheer te waarborgen en in staat zijn de NSFR en de LCR te berekenen. De bevoegde autoriteiten moeten tevens een duidelijk inzicht krijgen in de rapportagelijnen die zijn opgezet om de liquiditeits- en daarmee samenhangende risico’s van de instelling te bespreken, waaronder de voorgenomen inhoud en frequentie van de verslagen aan het leidinggevend orgaan, de directie en de relevante comités (indien van toepassing), teneinde vast te stellen dat zij de relevante aangelegenheden kunnen bespreken en ter discussie kunnen stellen;
- b) de financieringsstrategie en de liquiditeitsplanning. De bevoegde autoriteiten moeten een duidelijk inzicht krijgen in het vermogen van de kredietinstelling om scenario’s op te stellen, waaronder stresstests en financieringsplannen voor noodgevallen;
- c) het interne controlekader voor liquiditeit. De bevoegde autoriteiten moeten een duidelijk inzicht krijgen in de voorziene processen van toetsing, validering en staving met bewijsmateriaal (bijvoorbeeld verslagen, controle-informatie).
14 In artikel 4, punt h), van de RTS betreffende informatie voor het toekennen van een vergunning wordt bepaald: “In de aanvraag wordt het volgende vermeld over de financiële situatie van de aanvragende kredietinstelling: [...] een samenvatting van de interne beoordeling van de toereikendheid van de liquiditeit, op afhankelijk van het geval geconsolideerd, gesubconsolideerd en individueel niveau, waaruit blijkt dat de liquiditeitsmiddelen van de kredietinstelling toereikend zullen zijn om aan de individuele liquiditeitsvereisten te voldoen; [...]”.
|
|
83. In overeenstemming met de in paragraaf 70 beschreven evenredigheidsbenadering moeten de …
|
In overeenstemming met de in paragraaf 70 beschreven evenredigheidsbenadering moeten de bevoegde autoriteiten beoordelen in hoeverre de aanvragende kredietinstelling in staat en gereed is om financieringsstress te doorstaan. Daartoe moeten de bevoegde autoriteiten een analyse maken van het effect van het ingediende financierings- en liquiditeitsstressscenario, zoals een stijging van de financieringskosten, op de liquiditeits- en financieringsratio’s.
|
|
84. Waar relevant moeten de bevoegde autoriteiten ervoor zorgen dat in de ingediende beschrijving …
|
Waar relevant moeten de bevoegde autoriteiten ervoor zorgen dat in de ingediende beschrijving van het relevante proces voor de opstelling van het herstelplan liquiditeits- en financieringsindicatoren zijn opgenomen.
|
|
85. Bij de beoordeling van de risico’s voor de liquiditeit en de financiering moeten de bevoegde …
|
Bij de beoordeling van de risico’s voor de liquiditeit en de financiering moeten de bevoegde autoriteiten nagaan of de aanvragende kredietinstelling in de toekomst voldoet aan de minimumvereisten die in de toepasselijke EU- en nationale uitvoeringswetgeving zijn vastgelegd. De reikwijdte van de beoordeling mag evenwel verder gaan dan deze minimumvereisten, zodat de bevoegde autoriteiten van de aanvragende kredietinstelling hogere liquiditeitsmiddelen kunnen verlangen ter compensatie van niet nader vastgestelde risico’s en onzekerheden. 7.2.3 Belangrijke externe factoren, waaronder de bedrijfsomgeving
|
|
86. Om inzicht te krijgen in de aannemelijkheid van de strategische hypothesen waar de instelling …
|
Om inzicht te krijgen in de aannemelijkheid van de strategische hypothesen waar de instelling vanuit gaat, moeten de bevoegde autoriteiten in het kader van hun algehele beoordeling aan de hand van de hierna vermelde criteria aandacht besteden aan de voornaamste externe factoren van het bedrijfsplan, waaronder de bedrijfsomgeving.
|
|
87. In overeenstemming met de in paragraaf 70 uiteengezette evenredigheidsbenadering moeten de …
|
In overeenstemming met de in paragraaf 70 uiteengezette evenredigheidsbenadering moeten de bevoegde autoriteiten het door de aanvragende kredietinstelling ingediende overzicht van de analyse van de doelmarkten onderzoeken om zo voldoende inzicht te krijgen in de bestaande bedrijfsomgeving, waarbij rekening wordt gehouden met de activiteiten van de voornaamste bestaande spelers en te verwachten concurrenten op de doelmarkt(en), en in de waarschijnlijke ontwikkeling van de bedrijfsomgeving.
|
|
88. Daartoe moeten de bevoegde autoriteiten de analyse onderzoeken van de trends op de doelmarkt …
|
Daartoe moeten de bevoegde autoriteiten de analyse onderzoeken van de trends op de doelmarkt die van invloed kunnen zijn op de performance en de rentabiliteit van de instelling. Afhankelijk van de concrete situatie kan het daarbij gaan om trends op het gebied van regelgeving en macroprudentieel beleid (bijvoorbeeld wijzigingen in de wetgeving inzake de distributie van retailbankingproducten of in de toegestane maximale lening-/waarderatio voor hypotheken), technologische trends (bijvoorbeeld de overstap naar elektronische platforms voor bepaalde soorten handel) en maatschappelijke/demografische trends (bijvoorbeeld de opbouw van het klantenbestand, productwisselingen als gevolg van veranderende markttrends, grotere vraag naar islamitische bankfaciliteiten).
|
|
89. Waar toepasselijk en op basis van een analyse per geval kunnen beschouwingen over bestaande …
|
Waar toepasselijk en op basis van een analyse per geval kunnen beschouwingen over bestaande spelers en potentiële concurrenten naast gevestigde financiële instellingen ook betrekking hebben op mondiale technologiebedrijven die zich op de markt voor financiële dienstverlening begeven. Een dergelijk onderzoek moet worden uitgevoerd in samenhang met het onderzoek van de doelmarkt. Er moet worden gekeken naar het effect van dergelijke concurrenten op de aanvragende kredietinstelling, bijvoorbeeld op rechtstreeks op de consument gerichte marketing. 7.2.4 Belangrijkste interne factoren
|
|
90. In overeenstemming met de evenredigheidsbenadering als uiteengezet in paragraaf 71 en …
|
In overeenstemming met de evenredigheidsbenadering als uiteengezet in paragraaf 71 en afhankelijk van de concrete situatie moeten de bevoegde autoriteiten een analyse maken van de kwalitatieve kenmerken van het voorziene bedrijfsmodel van de aanvragende kredietinstelling teneinde inzicht te krijgen in de succesfactoren en de voornaamste afhankelijkheden bij het vormen van de visie van de aanvragende kredietinstelling.
|
|
91. In dit verband moeten de bevoegde autoriteiten een analyse maken van de voornaamste endogene …
|
In dit verband moeten de bevoegde autoriteiten een analyse maken van de voornaamste endogene factoren die van invloed zijn op het succes van het bedrijfsmodel, zoals de te verwachten sterke punten van de aanvragende kredietinstelling in de betrekkingen met klanten, leveranciers en partners, de kwaliteit van de IT-platforms en de operationele en personele capaciteit, alsook factoren zoals derde partij-providers, tussenpersonen, potentiële blootstelling aan het risico op het witwassen van geld of de financiering van terrorisme, en specifieke sturende factoren op het gebied van regelgeving.
|
|
92. De bevoegde autoriteiten moeten ook nagaan of de financiële prognoses overeenstemmen met de in …
|
De bevoegde autoriteiten moeten ook nagaan of de financiële prognoses overeenstemmen met de in het plan uitgestippelde bedrijfsstrategie, of er een duidelijk plan is voor de tenuitvoerlegging en of er voldoende capaciteit is om het bedrijfsplan daadwerkelijk te realiseren. Wat dit laatste betreft, moet er bij het onderzoek door de bevoegde autoriteiten ook naar worden gekeken of de professionele bekwaamheid van het management continu is gegarandeerd, ook gelet op het bedrijfsplan en de veranderingen daarin in de loop van de tijd, en of er voldoende personele middelen beschikbaar zijn om de uitvoering van de bedrijfsstrategie te garanderen. Ter ondersteuning van deze beoordeling moeten de bevoegde autoriteiten kijken naar de eerdere beroepservaring van de leden van het leidinggevend orgaan. 7.2.5 Financiële vooruitzichten
|
|
93. De bevoegde autoriteiten moeten een kwantitatief onderzoek uitvoeren van het ondernemingsplan …
|
De bevoegde autoriteiten moeten een kwantitatief onderzoek uitvoeren van het ondernemingsplan van de aanvragende kredietinstelling, waarbij de nadruk ligt op de ingediende financiële prognoses, zowel voor het basisscenario als voor het stressscenario. Dit geschiedt met inachtneming van de geografische spreiding, de soorten activiteiten en de marktpositie op individueel en, indien van toepassing, geconsolideerd groeps- of subgeconsolideerd niveau (artikel 4, punt a), van de RTS on information for authorisation15 ). De bevoegde autoriteiten moeten ook kijken naar de financiële posities (bijvoorbeeld op basis van de balans), de risico’s (bijvoorbeeld op basis van het totale risicopositiebedrag, of andere risicomaatstaven) en eventuele organisatorische of wettelijke beperkingen.
15 In artikel 4, punt a), van de RTS betreffende informatie voor het toekennen van een vergunning wordt bepaald dat de aanvraag “prognosegegevens [moet bevatten] over de aanvragende kredietinstelling op individueel niveau en, indien van toepassing, op geconsolideerd groeps- en subgeconsolideerd niveau (met vermelding van het aandeel daarin van de kredietinstelling) voor op zijn minst een basisscenario en een stressscenario, waaronder: [..]”.
|
|
94. Het kwantitatief onderzoek van de financiële prognoses van het bedrijfsplan heeft tot doel bij …
|
Het kwantitatief onderzoek van de financiële prognoses van het bedrijfsplan heeft tot doel bij zowel het basisscenario als het stressscenario de geloofwaardigheid vast te stellen van de onderliggende aannames (met betrekking tot groei van de activiteiten, genereren van inkomsten, kostenraming en onderliggende risico’s), de levensvatbaarheid en duurzaamheid van het bedrijfsmodel van de aanvrager en zijn algemene vermogen om de voorziene resultaten te behalen met inachtneming van de prudentiële vereisten.
|
|
95. Bij de beoordeling van de financiële prognoses moet rekening worden gehouden met de beoogde …
|
Bij de beoordeling van de financiële prognoses moet rekening worden gehouden met de beoogde bedrijfsstrategie van de aanvragende kredietinstelling ten aanzien van de meest wezenlijke geografische gebieden van de aanvragende kredietinstelling, zoals dochterondernemingen, bijkantoren, activiteiten in het kader van vrije dienstverrichting, soorten activiteiten, bedrijfsonderdelen en productlijnen op basis van winstbijdrage (bijvoorbeeld op basis van winst-en-verliesrekeningen) en moet de geloofwaardigheid van de onderliggende kwantitatieve hypothesen worden onderzocht (bijvoorbeeld omzet per regio, inkomsten uit vergoedingen, aantal klanten, personeelskosten, macro-economische veronderstellingen, enz.).
|
|
96. Bij de beoordeling van de winstgevendheid van het bedrijfsplan moeten de bevoegde autoriteiten …
|
Bij de beoordeling van de winstgevendheid van het bedrijfsplan moeten de bevoegde autoriteiten bijzondere aandacht besteden aan die onderdelen van de beoogde bedrijfsstrategie die het meest relevant zijn voor de toekomstige duurzaamheid van het bedrijfsmodel en het overleven in stresssituaties. Voor zover mogelijk en waar passend moeten zij ook rekening houden met de blootstelling van de aanvragende kredietinstelling aan bestaande of nieuwe risico’s en kwetsbare punten.
|
|
97. Daartoe moeten de bevoegde autoriteiten de beargumentering onderzoeken van de initiële …
|
Daartoe moeten de bevoegde autoriteiten de beargumentering onderzoeken van de initiële levensvatbaarheid van de kredietinstelling en van de duurzaamheid van het bedrijfsmodel gedurende de periode die de aanvragende kredietinstelling nodig heeft om een stabiele toestand te bereiken, in elk geval een periode van ten minste drie jaar. Wat het stressscenario betreft, is het voldoende als de kredietinstelling aan het einde van de planningshorizon aan de prudentiële vereisten kan voldoen.
|
|
98. Mogelijk moeten de bevoegde autoriteiten een bedrijfsplan met een langere tijdshorizon …
|
Mogelijk moeten de bevoegde autoriteiten een bedrijfsplan met een langere tijdshorizon, bijvoorbeeld tot vijf jaar, beoordelen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij aanvragers van wie de conjunctuurcyclus zich over vijf jaar ontwikkelt of bij wie de duurzaamheid in hun driejarige bedrijfsplannen zwakke punten vertoont. In dergelijke gevallen moet de grondigheid van de beoordeling worden afgestemd op het risicoprofiel, de potentiële zwakke punten en de onzekerheid van het bedrijfsplan die aan de langere tijdshorizon zijn verbonden.
|
|
99. Voor zover mogelijk en waar passend moeten de bevoegde autoriteiten de aanvragende …
|
Voor zover mogelijk en waar passend moeten de bevoegde autoriteiten de aanvragende kredietinstelling vergelijken met soortgelijke instellingen. De bevoegde autoriteit moet de soortgelijke instelling of de groep soortgelijke instellingen bepalen op basis van de concurrerende producten/bedrijfsonderdelen die op dezelfde bron van winst/klanten gericht zijn, en de analyse baseren op toezicht-, markt- en macro-economische gegevens die in het bezit zijn van de bevoegde autoriteit. In dergelijke gevallen moet de uitkomst van de beoordeling op basis van de onderlinge vergelijking een aanvulling vormen op het deskundig oordeel van de bevoegde autoriteit. Indien een vergelijking met soortgelijke instellingen niet haalbaar is, moeten de bevoegde autoriteiten zich baseren op het oordeel van deskundigen.
|
|
100. De bevoegde autoriteiten moeten kijken naar de ontwikkeling van de winstgevendheid en de …
|
De bevoegde autoriteiten moeten kijken naar de ontwikkeling van de winstgevendheid en de ratio’s en deze beoordelen in het licht van de risico’s die de aanvragende kredietinstelling voornemens is te aanvaarden en de relatieve performance in vergelijking met soortgelijke instellingen. Voor deze beoordeling kunnen de bevoegde autoriteiten gebruik maken van de meest gebruikte winstgevendheids- en risico-indicatoren, zoals rendement op eigen vermogen, rendement op activa, kosten/inkomstenratio, risicokosten en hefboomratio. De specifieke indicatoren die de bevoegde autoriteit gebruikt moeten het soort risico en het risiconiveau weerspiegelen dat de aanvragende kredietinstelling wil aanvaarden om winst te genereren (zo kan een instelling die met een behoudende risicobereidheid lagere en stabielere rendementen genereert, duurzamer zijn dan een instelling met hoge rendementen maar een zeer agressieve risicobereidheid). De bevoegde autoriteiten moeten het risico dat aan de economische performance ten grondslag ligt (bijvoorbeeld het risiconiveau van activa) zorgvuldig beoordelen, en daarbij ook, voor zover mogelijk, rekening houden met voor risico gecorrigeerde indicatoren.
|
|
101. De bevoegde autoriteiten moeten een duidelijk inzicht kunnen verwerven in de bronnen van …
|
De bevoegde autoriteiten moeten een duidelijk inzicht kunnen verwerven in de bronnen van winst- en verlies van de instelling (met name de onderliggende drijvende krachten zoals volume — voorraad- en stroomgrootheden — en prijs/marge) teneinde in kaart te brengen wat de belangrijkste factoren voor het bedrijfsresultaat zijn, waar het resultaat vooral van afhangt en waar zich potentiële kwetsbaarheden bevinden. Waar dit gelet op de in paragraaf 70 uiteengezette evenredigheidsbenadering passend is, moeten de bevoegde autoriteiten een uitsplitsing maken van de inkomsten of van de bronnen van inkomsten om vast te stellen of de verwachte bronnen van inkomsten in lijn zijn met de beoogde algemene bedrijfsstrategie (soort bedrijfsmodel, bedrijfsgrootte). In dit verband moeten de bevoegde autoriteiten letten op extreem optimistische winstverwachtingen, bijvoorbeeld met betrekking tot de termijnrente en andere relevante aannames inzake inkomstengenerering, en de mogelijke gevolgen daarvan voor de betrouwbaarheid en, uiteindelijk, de houdbaarheid van de prognoses.
|
|
102. In overeenstemming met het in paragraaf 70 uitgewerkte evenredigheidsbeginsel moeten de …
|
In overeenstemming met het in paragraaf 70 uitgewerkte evenredigheidsbeginsel moeten de bevoegde autoriteiten de prijsstelling en de structuur van de producten van de aanvragende kredietinstelling onderzoeken. Daartoe kan bijvoorbeeld worden gekeken naar de: - a) afhankelijkheid van risicovolle of geconcentreerde bronnen van inkomsten (bijvoorbeeld subprimehypotheken, leningen met hefboomfinanciering, consumptief krediet, specifieke klantengroepen) en de gevolgen daarvan voor het bedrijfsmodel, zoals verhoogde kwetsbaarheid voor veranderingen in de bedrijfsomgeving (bijvoorbeeld daling van de prijs van onroerend goed, daling van de vraag naar producten die met consumptief krediet worden gefinancierd);
- b) afhankelijkheid van meer volatiele inkomstenbronnen (bijvoorbeeld inkomsten uit handel, hedging of andere eenmalige bronnen) en de gevolgen voor de houdbaarheid van de inkomsten op lange termijn.
|
|
103. De bevoegde autoriteiten moeten zich een helder beeld vormen van de verschillende …
|
De bevoegde autoriteiten moeten zich een helder beeld vormen van de verschillende inkomstenmodellen, bijvoorbeeld op rente-inkomsten gebaseerd (zoals kredietverlening aan klanten) of op vergoedingen gebaseerd (zoals handelsfinanciering, correspondentbankieren, bewaarneming of adviesdiensten), de specifieke inkomstenbronnen, de belangrijkste prestatie-indicatoren en het risiconiveau van de ermee samenhangende bedrijfsactiviteiten. In alle gevallen moeten zij zich een helder beeld vormen van het inkomstenmodel van de aanvragende kredietinstelling, van de wijze waarop de instelling verwacht inkomsten te genereren in zowel normale als stresssituaties, en van de geloofwaardigheid van de onderliggende aannames.
|
|
104. De bevoegde autoriteiten moeten extra aandacht hebben voor hoge groeicijfers en daarmee …
|
De bevoegde autoriteiten moeten extra aandacht hebben voor hoge groeicijfers en daarmee samenhangende veronderstellingen over risico’s, onder meer in verband met de vraag of de aanvragende kredietinstelling over deugdelijke capaciteiten op het gebied van uitvoering en risicobeheer beschikt om de beoogde resultaten te realiseren, zulks in overeenstemming met de ingevolge paragraaf 92 verrichte analyse. Bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de onderliggende aannames moet op diverse elementen worden gelet, waaronder de algemene bedrijfsstrategie, de prijsstelling van producten, de bedrijfsomgeving, de financieringsstrategie, de risicotolerantie en -bereidheid, de aanwezigheid van beleid dat degelijk en prudent beheer moet waarborgen, enz. Wat de houdbaarheid van het businessmodel betreft, moeten de bevoegde autoriteiten een grondig inzicht verkrijgen in de kostenstructuur en de relevante indicatoren, bijvoorbeeld de ontwikkeling van de verhouding tussen kosten en streefinkomsten (in absolute zin of ten opzichte van vergelijkbare instellingen) aan het einde van de beoogde tijdshorizon van het businessplan en in stresssituaties.
|
|
105. De nagestreefde kostenstructuur (bijvoorbeeld arbeidskosten, administratieve kosten of …
|
De nagestreefde kostenstructuur (bijvoorbeeld arbeidskosten, administratieve kosten of IT-kosten) moet in absolute termen worden onderzocht en waar mogelijk en passend worden vergeleken met die van soortgelijke ondernemingen, waarbij rekening moet worden gehouden met de aanzienlijke negatieve gevolgen die een onderschatting van bepaalde kosten, met name tijdens de opstartfase of in stresssituaties, kan hebben voor de duurzaamheid van het bedrijfsmodel en/of de strategie. De bevoegde autoriteiten moeten letten op steeds terugkerende kostenconcentraties, die kunnen wijzen op een rigide kostenstructuur.
|
|
106. Speciaal met betrekking tot kostenmodellen zijn de marginale kosten van aanvragende …
|
Speciaal met betrekking tot kostenmodellen zijn de marginale kosten van aanvragende kredietinstellingen die in aanzienlijke mate gebruik maken van op technologie gebaseerde bedrijfsmodellen waarschijnlijk lager dan die van kredietinstellingen met transacties die samengaan met hoge variabele kosten. Dientengevolge zal de winstgevendheid van dergelijke bedrijfsmodellen in beginsel waarschijnlijk toenemen nadat een bepaalde kritische massa is bereikt waarmee de vaste investeringskosten worden gedekt. De bevoegde autoriteiten moeten daarom kijken naar de belangrijkste uitgaven van dergelijke aanvragers, zoals voor talent op het gebied van engineering of productmarketing en voor investeringen in infrastructuur. 7.2.6 Algemeen toezichtsoordeel
|
|
107. Op basis van het bedrijfsplan en de verstrekte financiële prognoses moeten de bevoegde …
|
Op basis van het bedrijfsplan en de verstrekte financiële prognoses moeten de bevoegde autoriteiten hun algemene toezichtsoordeel ontwikkelen om te beoordelen of a) het bedrijfsmodel van de aanvragende kredietinstelling levensvatbaar en duurzaam is en b) de aanvragende kredietinstelling in staat is gedurende de planningshorizon aan de prudentiële vereisten te voldoen. Op basis van het deskundig oordeel van de bevoegde autoriteit wordt met het algemene toezichtsoordeel beoogd een geïntegreerde en alomvattende beoordeling te geven van het bedrijfsplan en de financiële prognoses, en met name van de geloofwaardigheid van de onderliggende aannames. Het toezichtsoordeel moet worden gebaseerd op de beoordeling van de ontvangen informatie over de bedrijfsstrategie, de bedrijfsomgeving (potentiële vergelijkbare instellingen, markttendensen en andere externe factoren die van invloed kunnen zijn op de toekomstige winstgevendheid) en de voornaamste interne factoren, en moet worden vergeleken met de oordelen van de aanvragende kredietinstelling zelf (financiële prognoses, zoals uiteengezet in de paragrafen 93 tot en met 106), teneinde de algemene geloofwaardigheid ervan te beoordelen.
|
|
108. Op basis van de onderzochte informatie moet de bevoegde autoriteit de aannames van de …
|
Op basis van de onderzochte informatie moet de bevoegde autoriteit de aannames van de aanvragende kredietinstelling kritisch benaderen en haar eigen toezichtsoordeel ontwikkelen. Indien de aannames niet geloofwaardig zijn, kunnen de bevoegde autoriteiten alternatieve aannames ontwikkelen en een gevoeligheidsanalyse uitvoeren om de kwantitatieve gevolgen voor de ermee samenhangende onderdelen van het bedrijfsplan te bepalen. Door elke post kritisch te bekijken en er zo nodig alternatieve veronderstellingen op los te laten kunnen de bevoegde autoriteiten het totale effect van de gevoeligheidsanalyse op de financiële prognoses en uiteindelijk op de meest relevante prudentiële vereisten kwantificeren en beoordelen. Kritiek van de bevoegde autoriteit kan zowel het basisscenario als het stressscenario betreffen.
|
|
109. De ontwikkeling van het toezichtsoordeel en de gevoeligheidsanalyse moet proportioneel zijn …
|
De ontwikkeling van het toezichtsoordeel en de gevoeligheidsanalyse moet proportioneel zijn, in de zin van paragraaf 70, aan het relatieve risico en de complexiteit van het beoogde bedrijfsmodel. Indien het algemene toezichtsoordeel afwijkt van het oordeel van de aanvrager, kunnen de bevoegde autoriteiten overwegen specifieke opmerkingen met de aanvragende kredietinstelling te delen teneinde de informatiekloof te dichten en een beter inzicht te krijgen in de door de aanvragende kredietinstelling gemaakte veronderstellingen. De dialoog over het toezichtsoordeel kan het voor de aanvragende kredietinstelling makkelijker maken om een herzien bedrijfsplan en een herziene financiële prognose in te dienen waarin de nodige corrigerende maatregelen zijn opgenomen om de levensvatbaarheid en duurzaamheid van de instelling te waarborgen en uiteindelijk te voldoen aan de prudentiële vereisten voor de planningshorizon. In een dergelijke situatie kunnen de bevoegde autoriteiten ook risicobeperkende maatregelen overwegen, in de vorm van ontbindende voorwaarden, vervolgverplichtingen of beperkingen, zoals bepaald in afdeling 4.2, paragrafen 25 tot en met 32.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|