+33. Wanneer het leidinggevend orgaan besluit geen afzonderlijke AML/CFT-nalevingsfunctionaris aan …
|
33. Wanneer het leidinggevend orgaan besluit geen afzonderlijke AML/CFT-nalevingsfunctionaris aan …
Wanneer het leidinggevend orgaan besluit geen afzonderlijke AML/CFT-nalevingsfunctionaris aan te stellen, dienen de redenen te worden verantwoord en gedocumenteerd waarbij uitdrukkelijk wordt gerefereerd aan ten minste de volgende criteria: - a) de aard van het bedrijf van de kredietinstelling of financiële instelling en de daarmee verband houdende ML/TF-risico’s, rekening houdend met haar geografische blootstelling, cliëntenbestand, distributiekanalen en aanbod van producten en diensten;
- b) de omvang van haar activiteiten in het rechtsgebied, het aantal cliënten, aantal en volume van transacties en het totale aantal werknemers (voltijdse betrekkingen);
- c) de rechtsvorm van de kredietinstelling of financiële instelling, waaronder de vraag of de kredietinstelling of financiële instelling deel uitmaakt van een groep.
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|