+5. Passend bedrag aan door de debiteur bijgedragen eigen vermogen
---+19. Het bedrag aan door de debiteur bijgedragen eigen vermogen in verhouding tot de waarde van het …
---+20. Voor de toepassing van paragraaf 19 van deze richtsnoeren worden uitsluitend de door de …
---+21. Het door de debiteur bijgedragen eigen vermogen is het totale bedrag van de investeringen die …
|
5. Passend bedrag aan door de debiteur bijgedragen eigen vermogen
5. Passend bedrag aan door de debiteur bijgedragen eigen vermogen
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
19. Het bedrag aan door de debiteur bijgedragen eigen vermogen in verhouding tot de waarde van het …
|
Het bedrag aan door de debiteur bijgedragen eigen vermogen in verhouding tot de waarde van het niet-zakelijk onroerend goed na voltooiing, moet als passend worden beschouwd voor de toepassing van artikel 126 bis, lid 2, punt b), van de CRR indien de verhouding tussen het bedrag aan door de debiteur bijgedragen eigen vermogen en de waarde van het niet-zakelijk onroerend goed na voltooiing gelijk is aan of hoger is dan 25 %.
|
|
20. Voor de toepassing van paragraaf 19 van deze richtsnoeren worden uitsluitend de door de …
|
Voor de toepassing van paragraaf 19 van deze richtsnoeren worden uitsluitend de door de debiteur in het onroerend goed gedane investeringen aangemerkt als een inbreng in eigen vermogen waaraan de debiteur slechts een eventuele restvordering op het onroerend goed, in de vorm van eigen gebruik van het onroerend goed of uit kasstromen voortvloeiend uit verkoop of verhuur van het onroerend goed, kan ontlenen die in elk geval is achtergesteld bij elke vordering die de instelling uit de verstrekte financiering kan hebben, mits de bedoelde investeringen de vorm aannemen van een van de volgende elementen, of een combinatie daarvan: - a. contanten die in het project zijn geïnvesteerd en gescheiden zijn van andere activa van de debiteur, en die beschikbaar zijn om de geraamde kosten van het project te dekken, berekend in de valuta van de financiering voor de debiteur en op het moment van de berekening van de kapitaalvereisten;
- b. subsidies en toelagen die reeds zijn geïnvesteerd om de gemaakte kosten van het project te dekken of gescheiden zijn van andere activa van de debiteur, en die beschikbaar zijn om de geraamde kosten van het project te dekken, berekend in de valuta van de financiering voor de debiteur en op het moment van de berekening van de kapitaalvereisten;
- c. onbezwaarde vlot verhandelbare activa die rechtstreeks verband houden met het project en beschikbaar zijn om de geraamde kosten van het project te dekken, berekend in de valuta van de financiering voor de debiteur en gewaardeerd tegen de marktwaarde van deze activa op het moment van de berekening van de kapitaalvereisten. Deze activa moeten vlot op de markt kunnen worden verkocht of verhandeld. Deze activa moeten contractueel zijn vastgelegd voor gebruik ter betaling van ontwikkelings- of bouwkosten in verband met het project en moeten vrij zijn van rechtsvorderingen, retentierechten of beperkingen;
- d. kosten voor ontwikkeling of bouw, die door de debiteur uit eigen middelen worden betaald in rechtstreeks verband met het project, berekend in de valuta van de financiering voor de debiteur en op het moment van de berekening van de kapitaalvereisten;
- e. grond of verbeteringen, uit eigen middelen betaald of reeds in eigendom van de debiteur, die rechtstreeks verband houden met het project, gemeten in de valuta van de financiering voor de debiteur en tegen de marktwaarde op het moment van zijn bijdrage aan het project.
|
|
21. Het door de debiteur bijgedragen eigen vermogen is het totale bedrag van de investeringen die …
|
Het door de debiteur bijgedragen eigen vermogen is het totale bedrag van de investeringen die overeenkomstig paragraaf 20 in aanmerking komen en die de debiteur reeds heeft bijgedragen, verminderd met de actueel verwachte extra kosten voor de voltooiing van het onroerend goed. De extra kosten worden gekwantificeerd aan de hand van het verschil, indien positief, tussen de totale kosten voor de voltooiing van het onroerend goed, zowel de reeds gemaakte als de nog te verwachten kosten, en de onroerendgoedwaarde bij voltooiing, bepaald overeenkomstig artikel 229, lid 1, CRR, d.w.z. alsof het onroerend goed reeds was voltooid, rekening houdend met de looptijd van de lening en de mogelijkheid dat de actuele marktwaarde van een dergelijk voltooid onroerend goed aanzienlijk hoger ligt dan de stabiele waarde over de gehele looptijd van de lening. Voor de toepassing van deze definitie wordt onder “extra kosten” het bedrag verstaan waarmee de totale kosten voor de voltooiing van het onroerend goed de waarde van het onroerend goed na voltooiing overstijgen, en niet het bedrag waarmee de verwachte kosten de bij initiëring geraamde kosten overstijgen.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|