+Richtsnoeren inzake de initiëring en monitoring van leningen (EBA/GL/2020/06)
---+1. Nalevings- en rapportageverplichtingen
------+Status van deze richtsnoeren
---------+1. Dit document bevat richtsnoeren die zijn uitgebracht op grond van artikel 16 van Verordening …
---------+2. De richtsnoeren geven weer wat in de opvatting van de Europese Bankautoriteit (EBA) passende …
------+Rapportageverplichtingen
---------+3. Overeenkomstig artikel 16, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1093/2010 stellen bevoegde …
---------+4. Kennisgevingen worden overeenkomstig artikel 16, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1093/2010 op de …
---+2. Onderwerp, toepassingsgebied en definities
------+Onderwerp
---------+5. In deze richtsnoeren worden de in artikel 74, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU bedoelde interne …
------+Toepassingsgebied
---------+6. Deze richtsnoeren zijn ook van toepassing op instellingen, zoals gedefinieerd in artikel 4, lid …
---------+7. Deze richtsnoeren zijn van toepassing op de interne governanceregeling van instellingen en - …
---------+8. De afdelingen 4 en 8 zijn van toepassing op alle kredietrisico's die door instellingen, worden …
---------+9. De afdelingen 5 en 6 zijn van toepassing op leningen aan consumenten, micro- en kleine …
---------+10. De bevoegde autoriteiten kunnen overwegen de afdelingen 6 en 7 toe te passen op kredietgevers …
---------+11. In verband met vastgoedkredietverlening moet onroerend goed dat een gemengd gebruik kent, zoals …
---------+12. De bevoegde autoriteiten moeten er overeenkomstig artikel 109 van Richtlijn 2013/36/EU op …
------+Geadresseerden
---------+13. Deze richtsnoeren zijn gericht tot bevoegde autoriteiten, zoals gedefinieerd in artikel 4, lid …
------+Definities
---------+14. Tenzij anders aangegeven, hebben de termen die worden gebruikt en gedefinieerd in Verordening …
---------+15. In deze richtsnoeren gelden bovendien de volgende definities: een kredietcommissie …
------+Evenredige toepassing
---------+16. met het oog op een evenredige toepassing van deze richtsnoeren dient rekening te worden …
---------+17. Met betrekking tot leningen aan consumenten dienen instellingen en kredietgevers ervoor te …
---+3. Tenuitvoerlegging
------+Toepassingsdatum
---------+18. Deze richtsnoeren zijn van toepassing vanaf 30 juni 2021.
---------+19. De afdelingen 5 en 6 zijn van toepassing op leningen en voorschotten die zijn geïnitieerd na 30 …
---------+20. Afdeling 7 is van toepassing op de waardering, monitoring en herwaardering van zekerheden in de …
---------+21. Afdeling 8 is van toepassing op alle kredietfaciliteiten die zijn geïnitieerd na 30 juni 2021.
------+Overgangsbepalingen
---------+22. Voor deze specifieke bepalingen van de richtsnoeren gelden de volgende overgangsregelingen …
------+Intrekking
---------+23. Met ingang van de datum van toepassing van deze richtsnoeren worden de volgende richtsnoeren …
---+4. Interne governance voor kredietverlening en -monitoring
------+24. Naast de bepalingen in de EBA-richtsnoeren inzake interne governance moeten instellingen met …
------+4.1 Kredietrisicobeheer en -cultuur
---------+25. Met betrekking tot kredietverlening moet het leidinggevend orgaan, als bedoeld in de …
---------+26. Als onderdeel van de algemene risicocultuur moeten instellingen een kredietrisicocultuur …
---------+27. De kredietrisicocultuur moet de juiste "toon aan de top" omvatten en ervoor zorgen dat krediet …
---------+28. Instellingen zorgen ervoor dat de kredietrisicocultuur op alle niveaus van de instelling op …
---------+29. Instellingen dienen beleid en procedures vast te stellen om toe te zien op de naleving van de …
------+4.2 Kredietrisicobereidheid, kredietrisicostrategie en kredietrisicolimieten
---------+30. De kredietrisicobereidheid, de kredietrisicostrategie en het algehele kredietrisicobeleid …
---------+31. Het beleid inzake de kredietrisicobereidheid moet worden geïmplementeerd met behulp van …
---------+32. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat de kredietrisicobereidheid en de bijbehorende …
---------+33. Met het oog op het beheer van het concentratierisico moeten instellingen kwantitatieve interne …
------+4.3 Kredietrisicobeleid en -procedures
---------+34. Instellingen moeten in hun kredietrisicobeleid en -procedures de criteria voor het vaststellen …
---------+35. Het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures moeten erop zijn gericht een proactieve …
---------+36. Het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures moeten alle …
---------+37. Het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures moeten specifieke beleidslijnen en …
---------+38. In het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures moet het volgende worden …
---------+39. Binnen hun kredietrisicobeleid en -procedures en voortbouwend op de kredietrisicostrategie …
---------+40. Met betrekking tot kredietproducten die aan consumenten worden aangeboden, moeten instellingen …
---------+41. In hun kredietrisicobeleid en -procedures in verband met de in punt 38, onder a), bedoelde …
---------+42. Instellingen moeten ervoor zorgen dat het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures zo …
---------+43. Instellingen dienen het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures regelmatig te …
---------+44. Instellingen moeten in hun beleid ook specificeren hoe zij de risico's op witwassen en …
---------+45. Instellingen dienen over interne procedures te beschikken om ervoor te zorgen dat de ten …
---------+46. Instellingen moeten beleidsmaatregelen en procedures vaststellen om ervoor te zorgen dat …
---------+47. In het kader van hun beleid en procedures moeten instellingen beschikken over een …
---------+48. Het toepassingsgebied en de uitvoering van de definitie van een transactie met hefboomwerking …
---------+49. Instellingen definiëren hun bereidheid en strategie voor transacties met hefboomwerking op een …
---------+50. Instellingen moeten hun risicobereidheid vastleggen met betrekking tot de syndicering van …
---------+51. Instellingen moeten een solide governancestructuur vaststellen voor transacties met …
---------+52. Instellingen moeten ervoor zorgen dat alle transacties met hefboomwerking naar behoren worden …
---------+53. Wanneer instellingen op technologie gebaseerde innovatieve toepassingen voor kredietverlening …
---------+54. Bij het gebruik van geautomatiseerde modellen voor kredietwaardigheidsbeoordeling en …
---------+55. Instellingen dienen te beschikken over toereikende modeldocumentatie die betrekking heeft op …
---------+56. De instellingen moeten in hun beleid ten aanzien van kredietrisicobereidheid en …
---------+57. Instellingen dienen in hun risicobereidheid, beleidsregels en procedures op het gebied van …
---------+58. Instellingen die ecologisch duurzame kredietfaciliteiten initiëren of voornemens zijn te …
---------+59. Instellingen dienen hun beleid en procedures inzake ecologisch duurzame leningen te plaatsen in …
---------+60. Instellingen dienen over een geschikte gegevensinfrastructuur en over relevante beleidslijnen …
---------+61. De gegevensinfrastructuur moet tot op detailniveau gegevens met voldoende granulariteit …
---------+62. Ten behoeve van het ontwerp en onderhoud van deze gegevensinfrastructuur dienen instellingen te …
------+4.4 Kredietbesluitvorming
---------+63. Instellingen dienen een duidelijk en goed gedocumenteerd kredietbeslissingskader vast te …
---------+64. De structuur van de kredietbeslissers moet in overeenstemming zijn met en geïntegreerd zijn in …
---------+65. In het kredietbeslissingskader moeten de beslissingsbevoegdheden en limieten van elke beslisser …
---------+66. Bij het delegeren van kredietbeslissingsbevoegdheden, met inbegrip van limieten, aan …
---------+67. Het kredietbeslissingskader moet het risicoperspectief in de besluitvorming in aanmerking …
---------+68. In het kader moeten ook de werkwijze van de kredietcomités en de rol van hun leden worden …
---------+69. Indien de instellingen aan het hoofd van de risicobeheerfunctie specifieke vetorechten …
---------+70. Instellingen zorgen ervoor dat de door de kredietbeslissers genomen besluiten onpartijdig en …
---------+71. Niettegenstaande de in de instellingen toegepaste governancestructuren om het …
------+4.5 Kredietrisicobeheer en interne controlekaders
---------+72. Overeenkomstig de EBA-richtsnoeren inzake interne governance dienen instellingen een robuust en …
---------+73. Het risicobeheer en de interne controles voor het kredietrisico moeten worden geïntegreerd in …
---------+74. Instellingen dienen mechanismen voor regelmatige en transparante rapportage in te voeren, zodat …
---------+75. Instellingen dienen de toewijzing van verantwoordelijkheden en bevoegdheden, met inbegrip van …
---------+76. De bedrijfsonderdelen en eenheden die het kredietrisico initiëren, moeten in de eerste plaats …
---------+77. In overeenstemming met de EBA-richtsnoeren inzake interne governance moeten de instellingen …
---------+78. Voor de toepassing van punt 75 dienen instellingen rekening te houden met de volgende …
------+4.6 Middelen en vaardigheden
---------+79. Instellingen dienen over voldoende toegewezen middelen en personeel voor het nemen van …
---------+80. Instellingen zorgen ervoor dat de personeelsleden die bij de kredietverlening, met name de …
---------+81. Het personeel dat betrokken is bij de kredietverlening, met inbegrip van kredietbeslissing …
------+4.7 Beloning
---------+82. Als onderdeel van de vereisten betreffende het beloningsbeleid van de instellingen die zijn …
---------+83. Het beloningsbeleid en de beloningspraktijken van de instellingen moeten er met name voor …
---+5. Procedures voor de initiëring van leningen
------+5.1 Informatie en documentatie
---------+84. Instellingen en kredietgevers moeten beschikken over toereikende, nauwkeurige en actuele …
---------+85. Ten behoeve van de kredietwaardigheidsbeoordeling van consumenten moeten instellingen en …
---------+86. Ten behoeve van de kredietwaardigheidsbeoordeling van kleine, middelgrote en grote …
---------+87. Instellingen en kredietgevers mogen de reeds beschikbare informatie en gegevens voor bestaande …
---------+88. Indien de informatie en gegevens niet onmiddellijk beschikbaar zijn, moeten instellingen en …
---------+89. Indien instellingen en kredietgevers bedenkingen hebben bij de juistheid en betrouwbaarheid van …
---------+90. Instellingen en kredietgevers moeten beschikken over een nauwkeurig single customer view …
---------+91. Indien het waarschijnlijk is dat de kredietnemer financiële moeilijkheden ondervindt bij de …
---------+92. Indien een leningsovereenkomst in garanties van derden voorziet, moeten instellingen en …
---------+93. Indien de kredietnemer lid is van een groep verbonden cliënten, moeten instellingen in …
---------+94. Instellingen en kredietgevers documenteren de informatie en gegevens die tot de goedkeuring van …
------+5.2 Beoordeling van de kredietwaardigheid van de kredietnemer
---------+95. Instellingen dienen de kredietaanvraag van de kredietnemer te analyseren om ervoor te zorgen …
---------+96. Instellingen en kredietgevers moeten, in overeenstemming met de desbetreffende wetgeving inzake …
---------+97. In het geval van gedekte leningen mag de zekerheid op zich geen doorslaggevend criterium zijn …
---------+98. Bij de beoordeling van het vermogen van de kredietnemer om aan de uit de leningsovereenkomst …
---------+99. Indien de kredietaanvraag door meer dan één kredietnemer wordt ingediend, dienen instellingen …
---------+100. Indien een leningsovereenkomst enige vorm van garanties van derden inhoudt, dienen …
---------+101. Om te beoordelen of de kredietnemer in staat is de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende …
---------+102. In deze afdeling worden de factoren gespecificeerd die relevant zijn voor de beoordeling of de …
---------+103. Met name in het geval van kredietnemers die als zelfstandige werken of een seizoensgebonden of …
---------+104. Als de looptijd van de lening zich uitstrekt tot na de verwachte datum van pensionering van de …
---------+105. Instellingen en kredietgevers dienen erop toe te zien dat het vermogen van de consument om de …
---------+106. Instellingen en kredietgevers houden bij de beoordeling van het vermogen van de kredietnemer …
---------+107. Als onderdeel van de kredietwaardigheidsbeoordeling voeren instellingen en kredietgevers een …
---------+108. In het geval van leningen in vreemde valuta als bedoeld in artikel 4, punt 28, van Richtlijn …
---------+109. Voor leningovereenkomsten die betrekking hebben op een onroerend goed waarin uitdrukkelijk …
---------+110. Met betrekking tot andere door onroerend goed gedekte leningen dan die bedoeld in afdeling …
---------+111. Indien het goed nog in aanbouw is en bedoeld is om na de voltooiing ervan een inkomen te …
---------+112. Voor leningsovereenkomsten betreffende onroerend goed waarin uitdrukkelijk wordt vermeld dat …
---------+113. In het kader van de kredietwaardigheidsbeoordeling moeten instellingen gevoeligheidsanalyses …
---------+114. In deze afdeling worden de vereisten voor de beoordeling van de kredietwaardigheid van de …
---------+115. Met name in het geval van kredietnemers die als zelfstandige werken of een seizoensgebonden of …
---------+116. Instellingen en kredietgevers dienen erop toe te zien dat het vermogen van de consument om de …
---------+117. In het kader van de kredietwaardigheidsbeoordeling moeten instellingen en kredietgevers …
---------+118. Instellingen moeten een beoordeling verrichten van de huidige en toekomstige mogelijkheden van …
---------+119. Instellingen moeten de kasstroom uit de gewone bedrijfsactiviteiten van de kredietnemer in …
---------+120. Bij de beoordeling van de kredietwaardigheid van de kredietnemer moeten instellingen de nadruk …
---------+121. Bij het uitvoeren van de kredietwaardigheidsbeoordeling moeten instellingen: a. de financiële …
---------+122. Instellingen dienen bij de uitvoering van de kredietwaardigheidsbeoordeling rekening te houden …
---------+123. Om te beoordelen of de kredietnemer in staat is aan de uit de leningsovereenkomst …
---------+124. Indien de kredietnemer lid is van een groep verbonden cliënten, moeten instellingen de …
---------+125. Voor kredietverleningsactiviteiten met grensoverschrijdende elementen (bv. …
---------+126. Instellingen dienen een beoordeling te maken van de blootstelling van de kredietnemer aan …
---------+127. Om te bepalen welke kredietnemers direct of indirect aan een verhoogd risico in verband met …
---------+128. Met het oog op de analyse van de financiële positie in het kader van de voornoemde …
---------+129. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat de bij de analyse gebruikte financiële prognoses …
---------+130. Indien van toepassing dienen instellingen bij het verstrekken van leningen aan holdings de …
---------+131. Bij de beoordeling van de financiële positie van de kredietnemers moeten instellingen de …
---------+132. Instellingen beoordelen het bedrijfsmodel en de bedrijfsstrategie van kredietnemers, waaronder …
---------+133. Instellingen beoordelen de kennis, ervaring en capaciteit van de kredietnemer om …
---------+134. Instellingen beoordelen de haalbaarheid van het bedrijfsplan en bijbehorende financiële …
---------+135. Instellingen beoordelen de afhankelijkheid van de kredietnemer van belangrijke contracten …
---------+136. Instellingen beoordelen of bij de kredietnemer sprake is van afhankelijkheid van een …
---------+137. Instellingen beoordelen alle in pand gegeven zekerheden die ten behoeve van risicobeperking …
---------+138. Instellingen dienen eventuele garanties, convenanten, negatieve onderpandclausules en …
---------+139. Wanneer dit relevant is voor kredietbeslissingen, moeten instellingen het eigen vermogen en de …
---------+140. Indien een leningsovereenkomst enige vorm van garanties van derden inhoudt, dienen …
---------+141. Instellingen moeten een beoordeling verrichten van de huidige en toekomstige mogelijkheden van …
---------+142. Instellingen moeten de kasstroom uit de gewone bedrijfsactiviteiten van de kredietnemer in …
---------+143. Bij de beoordeling van de kredietwaardigheid van de kredietnemer moeten instellingen de nadruk …
---------+144. Bij het uitvoeren van de kredietwaardigheidsbeoordeling moeten instellingen: a. de financiële …
---------+145. Instellingen dienen bij de uitvoering van de kredietwaardigheidsbeoordeling rekening te houden …
---------+146. Instellingen dienen een beoordeling te maken van de blootstelling van de kredietnemer aan …
---------+147. Indien de kredietnemer lid is van een groep verbonden cliënten, moeten instellingen de …
---------+148. Voor kredietverleningsactiviteiten met grensoverschrijdende elementen (bv. …
---------+149. Om te bepalen welke kredietnemers direct of indirect aan verhoogde risico's in verband met …
---------+150. Met het oog op de analyse van de financiële positie in het kader van de voornoemde …
---------+151. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat de bij de analyse gebruikte prognoses realistisch en …
---------+152. Instellingen moeten ook de capaciteit van de kredietnemer voor toekomstige winstgevendheid …
---------+153. Instellingen moeten een beoordeling van de cash conversion cycle van de kredietnemer uitvoeren …
---------+154. De instellingen beoordelen, in voorkomend geval, deze financiële parameters aan de hand van de …
---------+155. Bij het verstrekken van leningen aan holdings dienen instellingen de financiële positie ervan …
---------+156. Instellingen beoordelen de houdbaarheid en haalbaarheid van de financiële positie van de …
---------+157. Bij deze gevoeligheidsanalyse moet rekening worden gehouden met alle algemene en …
---------+158. Bij het uitvoeren van een gevoeligheidsanalyse van de terugbetalingscapaciteit van de …
---------+159. Instellingen dienen een beoordeling te verrichten van het bedrijfsmodel en de …
---------+160. Instellingen moeten de kennis, de ervaring en het vermogen van de kredietnemer beoordelen om …
---------+161. Instellingen moeten de haalbaarheid beoordelen van het bedrijfsplan en bijbehorende financiële …
---------+162. Instellingen moeten een beoordeling verrichten van de afhankelijkheid van de kredietnemer van …
---------+163. Instellingen dienen een beoordeling te verrichten van alle in pand gegeven zekerheden in het …
---------+164. Instellingen dienen eventuele garanties, convenanten, negatieve onderpandclausules en …
---------+165. Instellingen dienen het eigen vermogen en de kredietverbeteringen van de kredietnemer te …
---------+166. Indien een leningsovereenkomst enige vorm van garanties van derden inhoudt, dienen …
---------+167. Indien de betalingsstromen in de gesyndiceerde leningtransacties of …
---------+168. Bij het beoordelen van de kredietwaardigheid van kredietnemers in het geval van …
---------+169. De instellingen dienen de ervaring van de kredietnemer met betrekking tot het type, de omvang …
---------+170. Instellingen moeten een beoordeling uitvoeren van de inkomensgenerernde capaciteit van het …
---------+171. Bij de beoordeling van de terugbetalingscapaciteit van de kredietnemer beoordelen …
---------+172. Bij de beoordeling van de vooruitzichten voor wederverhuur moeten de instellingen rekening …
---------+173. Wanneer aflossingsvrije leningen worden verstrekt voor zakelijk onroerend goed, dienen …
---------+174. Ten behoeve van de gevoeligheidsanalyse in het kader van ongunstige marktomstandigheden en …
---------+175. Bij het beoordelen van de kredietwaardigheid van kredietnemers in het geval van …
---------+176. De kredietwaardigheidsbeoordeling moet, in overeenstemming met de levenscyclus van de lening …
---------+177. Bij de beoordeling van de ontwikkelingsfase moeten instellingen vaststellen dat de …
---------+178. Instellingen moeten ervoor zorgen dat bij de berekening van de kosten in verband met de …
---------+179. Instellingen moeten een beoordeling uitvoeren van de haalbaarheid van een eventuele verwachte …
---------+180. Instellingen moeten bezoeken ter plaatse uitvoeren, in voorkomend geval vergezeld van een …
---------+181. Naast de beoordeling van de kredietwaardigheid van de kredietnemer dienen instellingen, indien …
---------+182. Bij het beoordelen van de kredietwaardigheid van de kredietnemers in geval van geleveragede …
---------+183. Instellingen dienen een uitgebreide beoordeling uit te voeren van het vermogen van een …
---------+184. Bij het beoordelen van de kredietwaardigheid van kredietnemers in het geval van …
---------+185. Instellingen moeten ook rekening houden met andere factoren, zoals vraag en aanbod op de markt …
---------+186. In het geval van leningen aan de scheepsbouw moeten instellingen verifiëren dat de …
---------+187. Bij het beoordelen van de kredietwaardigheid van kredietnemers in het geval van …
---------+188. Instellingen dienen de primaire bron van terugbetaling van de lening te beoordelen, d.w.z. de …
---------+189. Instellingen moeten er zoveel mogelijk voor zorgen dat alle activa van het project en de …
---------+190. Bij de beoordeling van de ontwikkelingsfase van het project moeten instellingen verifiëren dat …
---------+191. Instellingen moeten ervoor zorgen dat bij de berekening van de kosten in verband met de …
---------+192. Naast de beoordeling van de kredietwaardigheid van de kredietnemer, moeten de instellingen een …
------+5.3 Kredietbesluit en leningsovereenkomst
---------+193. Om een betrouwbare en accurate kredietwaardigheidsbeoordeling te kunnen uitvoeren, moeten …
---------+194. De in overeenstemming met afdeling 5.2 uitgevoerde kredietwaardigheidsbeoordeling moet naar …
---------+195. De beslissing om de kredietaanvraag goed te keuren of te weigeren ("kredietbeslissing"), moet …
---------+196. De kredietbeslissing moet duidelijk en goed gedocumenteerd zijn en alle voorwaarden omvatten …
---------+197. De geldigheidsduur van de kredietbeslissing moet duidelijk worden vermeld. Indien een …
---------+198. Er mag alleen een kredietovereenkomst worden gesloten wanneer de instellingen en de …
---+6. Prijsstelling
------+199. De prijsstellingskaders moeten een weerspiegeling zijn van de kredietrisicobereidheid en de …
------+200. Instellingen dienen te overwegen een onderscheid te maken tussen hun prijsstellingskaders …
------+201. Instellingen dienen specifieke benaderingen voor de prijsstelling van stimuleringsleningen …
------+202. Instellingen houden rekening met en baseren de prijsstelling van leningen op alle relevante …
------+203. Ten behoeve van de prijsstelling en het meten van de winstgevendheid, met inbegrip van …
------+204. Instellingen moeten het onderliggende kader voor de toewijzing van kosten op transparante …
------+205. Instellingen moeten transactiehulpmiddelen vooraf en regelmatige monitoring achteraf invoeren …
---+7. Waardering van roerende en onroerende goederen
------+7.1 Waardering ten tijde van initiëring
---------+206. Wanneer een kredietfaciliteit wordt gedekt door een zekerheid in de vorm van een onroerend of …
---------+207. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat de zekerheden in de vorm van onroerend goed worden …
---------+208. In voorkomend geval moeten instellingen rekening houden met MSG-factoren die de waarde van de …
---------+209. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat de waarde van alle zekerheden in de vorm van …
---------+210. In afwijking van het bepaalde in punt 209 kan, met het oog op de waardering van niet-zakelijk …
---------+211. Wanneer instellingen een beroep doen op externe taxateurs, moeten zij een panel (een lijst) …
---------+212. Instellingen moeten ervoor zorgen dat de taxateurs een onpartijdige, duidelijke, transparante …
---------+213. Aan het einde van het taxatieproces moeten instellingen ervoor zorgen dat zij voor elk …
---------+214. Instellingen moeten de taxatie die zij ontvangen van de taxateur kritisch beoordelen, met name …
---------+215. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat de waarde van alle roerende zakelijke zekerheden ten …
---------+216. In voorkomend geval moeten instellingen in hun beleid en procedures benaderingen ten behoeve …
---------+217. Wanneer instellingen een beroep doen op externe taxateurs, dienen zij een panel (selectie) van …
---------+218. Voor zekerheden in de vorm van roerende goederen die individueel gewaardeerd moeten worden …
---------+219. Voor roerende goederen waarop een waardering op basis van statistische modellen van toepassing …
---------+220. Instellingen moeten beschikken over adequate IT-processen, -systemen en -vermogens en over …
------+7.2 Monitoring en herwaardering
---------+221. Bij het monitoren van de in artikel 208, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013 vastgelegde …
---------+222. Instellingen moeten passende frequenties voor het monitoren van de waarde van de zekerheid …
---------+223. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat de indexen en statistische modellen die worden …
---------+224. Instellingen moeten beschikken over beleidslijnen en procedures voor de herwaardering van …
---------+225. Wanneer aan de voorwaarden voor een herziening overeenkomstig artikel 208, lid 3, onder b) …
---------+226. Wanneer niet is voldaan aan de voorwaarden voor een herziening overeenkomstig artikel 208, lid …
---------+227. Voor de monitoring van de zekerheden in de vorm van roerende goederen kunnen instellingen …
---------+228. Instellingen moeten in hun beleid en procedures, met het oog op het gebruik van een taxateur …
---------+229. Het beleid en de procedures van instellingen moeten, indien van toepassing, criteria omvatten …
---------+230. Instellingen dienen te beschikken over adequate IT-processen, systemen, capaciteiten en …
------+7.3 Criteria voor taxateurs
---------+231. Instellingen dienen erop toe te zien dat een taxateur die de waarderings- of …
---------+232. Instellingen dienen erop toe te zien dat de vergoeding of het salaris van de taxateur en het …
---------+233. Instellingen dienen de prestaties van de taxateurs, met name de nauwkeurigheid van de …
---------+234. Om elk belangenconflict in voldoende mate te beperken, moeten de instellingen redelijke …
---------+235. Instellingen dienen te zorgen voor een adequate roulatie van taxateurs en bepalen het aantal …
------+7.4 Criteria voor geavanceerde statistische modellen voor de waardering
---------+236. De instellingen dienen in hun beleid en procedures de criteria te vermelden voor het gebruik …
---------+237. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat de gebruikte geavanceerde statistische modellen: a. …
---------+238. Bij het gebruik van deze geavanceerde statistische modellen zijn de instellingen uiteindelijk …
---------+239. Instellingen dienen te beschikken over adequate IT-processen, -systemen en -capaciteiten en …
---+8. Monitoringkader
------+8.1 Algemene bepalingen voor het kader voor kredietrisicomonitoring
---------+240. Instellingen moeten beschikken over een robuust en doeltreffend monitoringkader, ondersteund …
---------+241. Het monitoringkader moet instellingen in staat stellen hun kredietrisicoposities te beheren en …
---------+242. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat het monitoringkader voor het kredietrisico goed wordt …
---------+243. De instellingen moeten bij het ontwerp en de uitvoering van hun monitoringkader voor het …
---------+244. Het monitoringsproces moet gebaseerd zijn op een beginsel van vervolgactie dat ondersteuning …
---------+245. Het kader voor kredietrisicomonitoring dient het volgende te omvatten: a. het betalingsgedrag …
---------+246. Het monitoringkader en de gegevensinfrastructuur moeten de instellingen in staat stellen het …
---------+247. Instellingen moeten ervoor zorgen dat het monitoringkader voor het kredietrisico en de …
---------+248. In het kader van de monitoring van en de rapportage over kredietrisico moeten instellingen de …
---------+249. Bij de monitoring van kredietrisico moeten instellingen over passende methoden en praktijken …
---------+250. Instellingen dienen erop toe te zien dat de operationele parameters met betrekking tot de …
------+8.2 Monitoring van kredietposities en kredietnemers
---------+251. In het kader van de monitoring van kredietposities en kredietnemers moeten instellingen alle …
---------+252. Instellingen moeten ook monitoren of de kredietnemer en de zekerheid in overeenstemming zijn …
---------+253. Instellingen moeten de kwaliteit van de kredietposities en de financiële situatie van …
---------+254. De voortdurende monitoring moet gebaseerd zijn op interne informatie over de …
---------+255. Daarnaast moeten instellingen ook de concentratiemaatregelen monitoren ten opzichte van de …
---------+256. Instellingen die betrokken zijn bij de syndicering van transacties met hefboomwerking dienen …
------+8.3 Regelmatige kredietbeoordeling van kredietnemers
---------+257. Instellingen moeten ook regelmatig kredietbeoordelingen uitvoeren van kredietnemers die ten …
---------+258. Het beoordelingsproces en de frequentie moeten specifiek zijn en in verhouding staan tot het …
---------+259. Daartoe moeten instellingen, in voorkomend geval, de relevante financiële informatie over de …
---------+260. Instellingen dienen periodieke evaluaties uit te voeren met het oog op de beoordeling van het …
---------+261. De kredietbeoordelingen van kredietnemers dienen een beoordeling te omvatten van de …
---------+262. Instellingen dienen de risico's te beoordelen die verbonden zijn aan de herfinanciering van …
---------+263. Bij een regelmatige beoordeling van het kredietrisico moet rekening worden gehouden met zowel …
---------+264. In voorkomend geval moeten de instellingen ook een beroep doen op de garanten in het kader van …
---------+265. Naast de monitoring van krediet- en financiële parameters moeten instellingen rekening houden …
------+8.4 Monitoring van convenanten
---------+266. In voorkomend geval en indien van toepassing op specifieke kredietovereenkomsten dienen …
---------+267. In voorkomend geval dienen instellingen de naleving van de in de kredietovereenkomsten …
---------+268. Instellingen moeten ook niet-financiële convenanten monitoren, niet alleen door middel van het …
------+8.5 Gebruik van early warning indicators/watch lists voor kredietmonitoring
---------+269. Als onderdeel van hun monitoringkader moeten instellingen relevante kwantitatieve en …
---------+270. Voor de EWI's moeten triggerniveaus zijn gedefinieerd met betrekking tot de niveaus die zijn …
---------+271. Het EWI-kader moet een beschrijving bevatten van de relevantie van de indicatoren met …
---------+272. Bij het identificeren van een geïnitieerde EWI-gebeurtenis op het niveau van een individuele …
---------+273. Wanneer de maatregelen interactie met de kredietnemer omvatten, moeten instellingen rekening …
---------+274. In het kader van hun voortdurende monitoring van het kredietrisico moeten instellingen …
---------+275. Wanneer een EWI is geactiveerd voor nadere monitoring en verder onderzoek, moet onmiddellijk …
---------+276. De betrokken kredietbeslissers moeten, op basis van de bovengenoemde analyse en andere …
---------+277. Het activeren van EWI's moet leiden tot een hogere frequentie in het evaluatieproces, met …
---+Bijlage 1 — Kredietverleningscriteria
------+1. Acceptatiecriteria voor de klant, d.w.z. klantencategorieën, leeftijdslimieten voor de klant …
------+2. Definitie van aanvaardbaar inkomen
------+3. Minimumvereisten voor zekerheden
------+4. Minimumvereisten voor garanties
------+5. Maximumbedragen van de leningen
------+6. Maximale looptijden van de leningen
------+7. Amortisatievereisten (inclusief rentevoettype voor de leningen)
------+8. Risicogrenzen (concentratie, soort product, enz.)
------+9. Aanvaardbare grenswaarden voor de loan-to-value ratio (voor gedekte leningen)
------+10. Aanvaardbare limieten voor loan-to-income-ratio
------+11. Aanvaardbare limieten voor de debt-to-income ratio
------+12. Aanvaardbare limieten voor de ratio inkomsten t.o.v. de totale kredietverplichtingen (inclusief …
------+13. Aanvaardbare maximale omvang van de lening met het oog op de terugbetalingscapaciteit
------+14. Nalevingsbeleid ten aanzien van de macroprudentiële vereisten, indien van toepassing …
------+1. Specificatie van de geografische markten en economische sectoren
------+2. Acceptatiecriteria voor de klant, d.w.z. voor specifieke PD’s, externe ratings, klantentypes …
------+3. Minimumvereisten voor inkomsten, kasstroom en financiële prognoses
------+4. Minimumvereisten voor zekerheden
------+5. Minimumvereisten voor garanties en kredietverbeteringen
------+6. Minimumvereisten voor aanvaardbare convenanten
------+7. Vereisten voor de kredietopneming van de kredietnemer
------+8. Maximumbedragen van de leningen
------+9. Passende limieten voor leningen met gedeeltelijk regres of zonder regres
------+10. Maximale looptijden van de leningen
------+11. Amortisatieschema's en normen voor de aanvaardbaarheid van en beperkingen op aflossingsvrije …
------+12. Risicogebaseerde limieten(voor concentratie, soort product, enz.)
------+13. Aanvaardbare limieten voor de loan-to-value ratio (voor gedekte leningen)
------+14. Aanvaardbare limieten voor de dekkingsgraad van de schuldendienst
------+15. Aanvaardbare limieten voor de rentedekkingsgraad
------+16. Aanvaardbare EBITDA-limieten
------+17. Aanvaardbare limieten voor de hefboomratio
------+18. Aanvaardbare limieten voor de verhouding vreemd/eigen vermogen
------+19. Aanvaardbare limieten voor de verhouding inkomsten/kosten
------+20. Aanvaardbare limieten voor de verhouding kasstroom/schuldendienst
------+21. Aanvaardbare limieten voor het rendement op het eigen vermogen
------+22. Aanvaardbaar limieten voor het niveau van kapitalisatie (netto bedrijfsopbrengsten/marktwaarde)
------+23. Normen voor het aanpakken en beperken van risico's in verband met milieurisico's
------+24. Nalevingsbeleid ten aanzien van de macroprudentiële vereisten, indien van toepassing …
------+1. Specifieke vormen zakelijk onroerend goed die een instelling voornemens is te financieren …
------+2. De minimumomvang van het door de kredietnemer te verstrekken eigen vermogen en de marktwaarde …
------+3. Risicogebaseerde limieten voor leningen voor speculatieve ontwikkeling
------+4. Normen voor de beoordeling van de verschillende stadia van de ontwikkeling/bouw van het zakelijk …
------+5. Minimumnormen met betrekking tot de vereisten voor prestatie- en betalingsobligaties en …
------+6. Minimumnormen om te zorgen voor een minimumniveau van toezicht op de bouw door middel van een …
------+7. Minimumnormen om de geschiktheid en ervaring van contractanten of leveranciers van materialen …
------+8. Minimumnormen voor pre-leasing/pre-selling vereisten voor zakelijk onroerend goed …
------+1. Het doel van de financiering (d.w.z. scheepsbouw, aankoop, exploitatie)
------+2. Het soort financiering (door hypotheken gedekte leningen, nieuwbouwfinanciering …
------+3. Basisvoorwaarden van de leningsovereenkomst (maximumduur op basis van de levensduur van het …
------+4. Minimumeisen voor de benodigde certificaten (classificatie, verontreiniging, veiligheid, enz.)
------+5. Minimumeisen voor aanvaardbare registers/"vlaggen"
------+6. Minimumeisen voor aanvaardbare classificatiebureaus
---+Bijlage 2 — Informatie en gegevens voor de kredietwaardigheidsbeoordeling
------+1. Bewijs van identificatie
------+2. Bewijs van woonplaats
------+3. Indien van toepassing, informatie over het doel van de lening
------+4. Indien van toepassing, bewijs dat aan toelatingsvoorwaarden is voldaan voor de lening
------+5. Bewijs van dienstverband, met inbegrip van type, sector, status (bv. voltijds, deeltijd …
------+6. Bewijzen van inkomsten of andere bronnen van terugbetaling (met inbegrip van jaarlijkse bonus …
------+7. Informatie over financiële activa en verplichtingen, bv. spaarrekeningoverzichten en …
------+8. Informatie over andere financiële verplichtingen, zoals alimentatie voor kinderen, schoolgeld en …
------+9. Informatie over de samenstelling van het huishouden en afhankelijke personen
------+10. Bewijs van de belastingstatus
------+11. In voorkomend geval, bewijs van levensverzekeringen voor de genoemde kredietnemers
------+12. Indien van toepassing, gegevens van kredietregisters of kredietinformatiebureaus of andere …
------+13. Informatie over de zekerheid, indien van toepassing
------+14. Bewijs van eigendom van de zekerheid
------+15. Bewijs van de waarde van de zekerheid
------+16. Bewijs van verzekering van de zekerheid
------+17. Informatie over garanties, andere kredietrisicobeperkende factoren en garanten, indien van …
------+18. Huurovereenkomst of bewijs van eventuele huurinkomsten voor leningen met het oog op verhuur …
------+19. Ramingen voor vergunningen en kosten, indien van toepassing, voor de bouw en renovatie van …
------+1. Informatie over het doel van de lening
------+2. Indien van toepassing, bewijs van het doel van de lening
------+3. Financiële overzichten en begeleidende nota's over het niveau voor één entiteit en het …
------+4. Verouderde verslagen/verklaringen van de schuldenaar
------+5. Bedrijfsplan zowel voor de kredietnemer als ten opzichte van het doel van de lening
------+6. Financiële prognoses (balans, winst of verlies, kasstroom)
------+7. Bewijs van belastingstatus en belastingverplichtingen
------+8. Gegevens uit kredietregisters of kredietinformatiebureaus, die ten minste betrekking hebben op …
------+9. Informatie over de externe kredietrating van de kredietnemer, indien van toepassing
------+10. Informatie over bestaande convenanten en de naleving daarvan door de kredietnemer, indien van …
------+11. Informatie over grote rechtszaken waarbij de kredietnemer betrokken is op het ogenblik van de …
------+12. Informatie over de zekerheid, indien van toepassing
------+13. Bewijs van de eigendom van de zekerheid, indien van toepassing
------+14. Bewijs van de waarde van de zekerheid
------+15. Bewijs van verzekering van de zekerheid
------+16. Informatie over de afdwingbaarheid van de zekerheden (in het geval van gespecialiseerde …
------+17. Informatie over garanties, andere kredietrisicobeperkende factoren en garanten, indien van …
------+18. Informatie over de eigendomsstructuur van de kredietnemer ten behoeve van de bestrijding van …
------+1. Informatie over huurprijzen, leegstand en huurders, met inbegrip van contracten voor het …
------+2. Informatie over het type vastgoedportefeuille
------+3. Bewijzen van de leegstand en de omloopsnelheid van de portefeuille, per type onroerend goed …
------+4. Bewijzen van het huurpeil per type onroerend goed, leeftijd en locatie van het onroerend goed
------+5. Informatie over de belangrijkste huurders per type onroerend goed, leeftijd en locatie van het …
------+6. Informatie over de motivering voor het met de lening verbonden onroerend goed, ondersteund door …
------+7. Bewijs van de waarde van de zekerheid en afzonderlijke eenheden van de zekerheden in de vorm van …
------+1. Bewijs van ervaring met soortgelijke projecten en soortgelijke soorten activa, bijvoorbeeld …
------+2. Informatie over het lopende project dat door de kredietnemer wordt ontwikkeld
------+3. Bewijs van bestemmings- en bouwvergunningen
------+4. Informatie over architecten, ingenieurs en aannemers
------+5. Bewijs van contracten met contractanten en relevante documentatie over de ontwikkeling, met …
------+6. Informatie over de motivering voor de ontwikkeling, ondersteund door een locatiespecifieke …
------+7. Bewijs van kostenramingen en een tijdschema voor de ontwikkeling, met inbegrip van reserveringen …
------+1. Bewijs van ervaring in een soortgelijk type vaartuig en segment
------+2. Bewijs van de eigendom van de activa met informatie over de vaartuigen, bv. naam …
------+3. Informatie over verzekeringen en classificatie van activa door een classificatiebureau dat voor …
------+4. Bewijs van de naleving van de veiligheids- en milieuvoorschriften die van toepassing zijn op de …
------+5. Informatie, op basis van marktgegevens, over elk vaartuigtype en segmentprognoses, bv. …
------+6. Bewijzen van verplichtingen buiten de balanstelling, zoals gecharterd door schepen en posities …
------+1. Informatie over het bedrijfsplan met betrekking tot het project
------+2. Bewijs van ervaring met soortgelijke projecten
------+3. Informatie over het lopende project dat door de kredietnemer wordt ontwikkeld
------+4. Bewijs van de bestemmings- en bouwvergunning in verband met het project
------+5. Informatie over architecten, ingenieurs en aannemers
------+6. Bewijs van contracten met contractanten en relevante documentatie over de ontwikkeling, met …
------+7. Informatie over de motivering voor de ontwikkeling, ondersteund door een locatiespecifieke …
------+8. Bewijs van kostenramingen en een tijdschema, met inbegrip van reservering voor onvoorziene …
---+Bijlage 3 — Parameters voor kredietverlening en monitoring
------+1. Lening t.o.v. inkomen
------+2. Rente en aflossing t.o.v. inkomen
------+3. Schulden t.o.v. inkomen
------+4. Schuldendienst t.o.v. inkomen
------+5. LTV B. Kredietverlening aan micro-, kleine, middelgrote en grote ondernemingen
------+6. Ratio eigen vermogen (eigen vermogen van aandeelhouders gedeeld door totale activa)
------+7. (Langetermijn)verhouding vreemd/eigen vermogen
------+8. EBITDA
------+9. Schuldenopbrengst (netto bedrijfsinkomen/leningbedrag)
------+10. Rentedragende schuld/EBITDA
------+11. Bedrijfswaarde (som van de marktwaarde van gewone aandelen, marktwaarde van preferente …
------+12. Kapitalisatiepercentage (netto bedrijfsinkomen/marktwaarde)
------+13. Kwaliteit van de activa
------+14. Totale dekkingsgraad van de schuldendienst (EBITDA) van de totale schuldendienst
------+15. Dekkingsgraad van de kasschuld (netto kasmiddelen die worden geleverd door bedrijfsactiviteiten …
------+16. Dekkingsgraad (totale vlottende activa gedeeld door de totale kortlopende schuld)
------+17. Analyse van de toekomstige kasstromen
------+18. Rendement van de activa
------+19. Schuldendienst
------+20. Lening t.o.v. kosten (LTC)
------+21. Rentedekkingsgraad
------+22. Verhouding rendement op eigen vermogen (netto inkomsten na rente en belastingen over het …
------+23. Kapitaalopbrengst
------+24. Nettowinstmarge
------+25. Ontwikkeling van de omzet C. Kredietverlening in verband met de ontwikkeling van onroerend goed
------+26. Ratio tussen vaste activa en eigen vermogen
------+27. LTV
------+28. Locatie en kwaliteit van het onroerend goed
------+29. LTC
------+30. DSCR voor zakelijk-onroerendgoedactiviteiten
------+31. Ontwikkeling van de bezettingsgraad Winstgevendheid
------+32. Inkomsten uit verhuur aan het zakelijk onroerend goed gerelateerde rente-uitgaven D. …
------+33. Waarde van de goodwillovername
------+34. Ringfencing
------+35. LTV
------+36. Naleving van het ondernemingsplan
------+37. Hefboomratio (totale schuld boven EBITDA)
------+38. Terugbetalingscapaciteit E. Scheepsfinanciering
------+39. Hefboomratio
------+40. Rating
------+41. Terugbetaling uit de operationele kasstroom
------+42. Terugbetaling via de garant
------+43. Terugbetaling uit verkoop van het vaartuig
------+44. Uitstaande betalingen
|
English -
European Union -
Financial Industry -
Richtsnoeren inzake de initiëring en monitoring van leningen (EBA/GL/2020/06)
Richtsnoeren inzake de initiëring en monitoring van leningen (EBA/GL/2020/06) https://www.eba.europa.eu/activities/single-rulebook/regulatory-activities/credit-risk/guidelines-loan-origination-and-monitoring – PDF
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
1. Nalevings- en rapportageverplichtingen
|
1. Nalevings- en rapportageverplichtingen
|
|
2. Onderwerp, toepassingsgebied en definities
|
2. Onderwerp, toepassingsgebied en definities
|
|
3. Tenuitvoerlegging
|
3. Tenuitvoerlegging
|
|
4. Interne governance voor kredietverlening en -monitoring
|
4. Interne governance voor kredietverlening en -monitoring
|
|
5. Procedures voor de initiëring van leningen
|
5. Procedures voor de initiëring van leningen
|
|
6. Prijsstelling
|
6. Prijsstelling
|
|
7. Waardering van roerende en onroerende goederen
|
7. Waardering van roerende en onroerende goederen
|
|
8. Monitoringkader
|
8. Monitoringkader
|
|
Bijlage 1 — Kredietverleningscriteria
|
Deze bijlage bevat een reeks criteria ter overweging bij het opstellen en documenteren van de criteria voor de kredietverlening, in overeenstemming met deze richtsnoeren. Kredietverlening aan consumenten
|
|
Bijlage 2 — Informatie en gegevens voor de kredietwaardigheidsbeoordeling
|
Deze bijlage bevat een overzicht van de informatie, gegevens en het bewijsmateriaal ter overweging van instellingen en kredietgevers bij het verzamelen van informatie ten behoeve van de kredietwaardigheidsbeoordeling overeenkomstig deze richtsnoeren. Wanneer dat relevant en passender is, bijvoorbeeld wanneer geautomatiseerde modellen bij de kredietverlening worden gebruikt, mogen instellingen en kredietgevers, in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving en met name Richtlijn 2008/48/EG, Richtlijn 2014/17/EU en Verordening (EU) 2016/679, andere soorten/bronnen van informatie en gegevens van economische of financiële aard gebruiken die voor de beoordeling noodzakelijk zijn. A. Kredietverlening aan consumenten
|
|
Bijlage 3 — Parameters voor kredietverlening en monitoring
|
Deze bijlage bevat een reeks kredietspecifieke parameters ter overweging van instellingen en kredietgevers bij het uitvoeren van kredietwaardigheidsbeoordelingen en het monitoren van kredietrisico, in overeenstemming met deze richtsnoeren. Indien relevant en meer passend, kunnen instellingen en kredietgevers daartoe gebruikmaken van andere parameters. A. Kredietverlening aan consumenten
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
Gekoppelde issues
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|