+15.2 Uitstelperiode en percentage van de uitgestelde beloning
---+253. De uitstelperiode begint nadat de toekenning heeft plaatsgevonden (bv. op het moment waarop …
---+254. Wanneer beleggingsondernemingen de feitelijke uitstelperiode en het uit te stellen percentage …
---+255. Beleggingsondernemingen dienen te bepalen voor welke categorieën aangewezen personeelsleden …
---+256. Beleggingsondernemingen dienen zorg te dragen voor uitstel van een passend percentage van de …
---+257. Beleggingsondernemingen dienen vast te stellen welk niveau van variabele beloning als …
---+258. Wanneer beleggingsondernemingen het uitgestelde deel vaststellen als een opeenvolging van …
---+259. Wanneer de algemene beginselen van het nationale verbintenissen- en arbeidsrecht niet toestaan …
|
15.2 Uitstelperiode en percentage van de uitgestelde beloning
15.2 Uitstelperiode en percentage van de uitgestelde beloning
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
253. De uitstelperiode begint nadat de toekenning heeft plaatsgevonden (bv. op het moment waarop …
|
De uitstelperiode begint nadat de toekenning heeft plaatsgevonden (bv. op het moment waarop het direct uit te keren deel van de variabele beloning wordt uitbetaald). Uitstel kan worden toegepast op beide soorten variabele beloning, namelijk geldmiddelen en instrumenten.
|
|
254. Wanneer beleggingsondernemingen de feitelijke uitstelperiode en het uit te stellen percentage …
|
Wanneer beleggingsondernemingen de feitelijke uitstelperiode en het uit te stellen percentage vaststellen overeenkomstig de minimumvereisten van artikel 32, lid 1, onder l), van Richtlijn (EU) 2019/2034, dienen zij daarbij het volgende in overweging te nemen: - a. de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van aangewezen personeelsleden en de taken die zij hebben verricht;
- b. de bedrijfscyclus en de aard van de activiteiten van de beleggingsonderneming;
- c. verwachte fluctuaties in de economische activiteit, prestaties en risico’s van de beleggingsonderneming en de bedrijfseenheid, en de invloed van aangewezen personeelsleden op deze fluctuaties;
- d. de verhouding tussen de variabele en vaste componenten van de totale beloning en het absolute bedrag aan variabele beloning.
|
|
255. Beleggingsondernemingen dienen te bepalen voor welke categorieën aangewezen personeelsleden …
|
Beleggingsondernemingen dienen te bepalen voor welke categorieën aangewezen personeelsleden, tevens rekening houdend met hun functies en verantwoordelijkheden, langere uitstelperioden dan de vereiste minimumperiode van drie tot vijf jaar moeten worden toegepast om te waarborgen dat de variabele beloning wordt afgestemd op het risicoprofiel op de lange termijn. Wanneer een langere meerjarige opbouwperiode wordt gebruikt en die langere opbouwperiode meer zekerheid biedt omtrent de risico’s die zich sinds het begin van de opbouwperiode hebben voorgedaan, dienen beleggingsondernemingen hiermee rekening te houden bij het vaststellen van uitstel- en retentieperioden en kunnen zij waar passend uitstelperioden vaststellen die korter zijn dan de uitstelperioden die passen bij een opbouwperiode van één jaar. In alle gevallen geldt de minimumvereiste van een uitstelperiode van drie jaar.
|
|
256. Beleggingsondernemingen dienen zorg te dragen voor uitstel van een passend percentage van de …
|
Beleggingsondernemingen dienen zorg te dragen voor uitstel van een passend percentage van de beloning van ten minste 40 % voor de categorie aangewezen personeelsleden of een individueel aangewezen personeelslid. In het geval van bijzonder hoge bedragen aan variabele beloning dient het percentage dat wordt uitgesteld voor dergelijke personeelsleden ten minste 60 % te bedragen. EBA Public
|
|
257. Beleggingsondernemingen dienen vast te stellen welk niveau van variabele beloning als …
|
Beleggingsondernemingen dienen vast te stellen welk niveau van variabele beloning als bijzonder hoog bedrag wordt aangemerkt, rekening houdend met de gemiddelde beloning die binnen de beleggingsonderneming wordt betaald, indien beschikbaar het EBA-verslag over de benchmarking van beloningen en, indien beschikbaar, de uitkomsten van nationale en andere benchmarkingexercities en door de bevoegde autoriteiten vastgestelde drempels. Bij de tenuitvoerlegging van de richtsnoeren moeten de bevoegde autoriteiten een absolute of relatieve drempel vaststellen met inachtneming van de bovengenoemde criteria. Beloningen op of boven die drempel moeten altijd worden beschouwd als een bijzonder hoog bedrag.
|
|
258. Wanneer beleggingsondernemingen het uitgestelde deel vaststellen als een opeenvolging van …
|
Wanneer beleggingsondernemingen het uitgestelde deel vaststellen als een opeenvolging van absolute bedragen (bijvoorbeeld het deel tussen 0 en 100: 100 % direct, het deel tussen 100 en 200: 50 % direct en de rest uitgesteld, het deel boven 200: 25 % direct en de rest uitgesteld), dienen zij in staat te zijn tegenover de bevoegde autoriteit aan te tonen dat zij op gemiddelde gewogen basis voor elke aangewezen personeelslid de minimumdrempel voor uitstel van 40 % tot 60 % in acht nemen en dat het uitgestelde percentage passend is en correct is afgestemd op de aard van de bedrijfsactiviteiten, de risico’s van de bedrijfsactiviteiten en op de activiteiten van het aangewezen personeelslid in kwestie.
|
|
259. Wanneer de algemene beginselen van het nationale verbintenissen- en arbeidsrecht niet toestaan …
|
Wanneer de algemene beginselen van het nationale verbintenissen- en arbeidsrecht niet toestaan dat de variabele beloning aanzienlijk wordt verlaagd in het geval van matige of negatieve financiële prestaties van de beleggingsonderneming, dienen beleggingsondernemingen een uitstelschema toe te passen en instrumenten voor de toekenning van variabele beloning te hanteren die waarborgen dat voor zover mogelijk risicoaanpassingen achteraf worden toegepast. Het kan hierbij onder meer gaan om het volgende: - a. de vaststelling van langere uitstelperioden;
- b. het vermijden van het gebruik van pro-rataverwerving in situaties waarin een malusregeling kan worden toegepast, maar de toepassing van een terugvorderingsregeling op juridische beperkingen zou stuiten;
- c. de toekenning van een groter deel van de variabele beloning in instrumenten die zijn afgestemd op de prestaties van de beleggingsonderneming en waarvoor uitstel- en retentieperioden gelden die lang genoeg zijn.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|