+5. Aanvullende specificaties voor beloningsgegevens
---+34. Wat de indiening van de tabellen REM1, REM2, REM3, REM4 en REM5 betreft, dienen instellingen …
---+35. Het aantal personeelsleden dient te worden opgegeven zoals vastgesteld aan het einde van het …
---+36. Bij het indienen van tabellen REM1, REM2, REM3, REM4 en REM5 van Uitvoeringsverordening (EU) …
---+37. De informatie over de voor het boekjaar toegekende beloningen dient de toegekende vaste en …
---+38. Bij het indienen van tabel REM1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/637 van de Commissie …
---+39. Bij het indienen van de tabellen REM1 en REM3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/637 van de …
---+40. Ontslagvergoedingen voor aangewezen personeelsleden dienen te worden opgenomen in het variabele …
---+41. Wanneer aangewezen personeelsleden de instelling vóór het einde van het boekjaar hebben …
---+42. Gegarandeerde variabele beloning dient te worden opgenomen in de variabele beloning in tabel …
---+43. Bij het indienen van bijlage I en REM5 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/637 van de …
---+44. Voor de toewijzing van personeelsleden aan bedrijfssectoren dienen instellingen hun interne …
|
5. Aanvullende specificaties voor beloningsgegevens
5. Aanvullende specificaties voor beloningsgegevens
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
34. Wat de indiening van de tabellen REM1, REM2, REM3, REM4 en REM5 betreft, dienen instellingen …
|
Wat de indiening van de tabellen REM1, REM2, REM3, REM4 en REM5 betreft, dienen instellingen behalve deze afdeling ook de instructies in Bijlage XXXIV van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/637 van de Commissie in acht te nemen, evenals de in bijlage VII vermelde valideringsregels.
|
|
35. Het aantal personeelsleden dient te worden opgegeven zoals vastgesteld aan het einde van het …
|
Het aantal personeelsleden dient te worden opgegeven zoals vastgesteld aan het einde van het boekjaar (d.w.z. personeelsleden die in de loop van het boekjaar uit dienst zijn getreden worden niet meegeteld, terwijl personeelsleden die in de loop van het boekjaar in dienst zijn genomen wel worden meegeteld, rekening houdend met hun contractuele arbeidstijdregelingen). - a. Wanneer het aantal personeelsleden als aantal personen moet worden opgegeven, dient het aantal natuurlijke personen te worden ingevoerd, ongeacht het aantal arbeidsuren waarop hun overeenkomst is gebaseerd en ongeacht wijzigingen in het aantal personeelsleden gedurende het jaar en rekening houdend met het totaalbedrag aan beloningen dat voor het jaar is toegekend.
- b. Wanneer aantallen in termen van voltijdsequivalenten moeten worden opgegeven, dient het cijfer te zijn gebaseerd op het tijdspercentage dat individuele personeelsleden werkzaam zijn vergeleken met een voltijdsovereenkomst (zo wordt 0,5 opgegeven voor een medewerker die de halve tijd werkt).
|
|
36. Bij het indienen van tabellen REM1, REM2, REM3, REM4 en REM5 van Uitvoeringsverordening (EU) …
|
Bij het indienen van tabellen REM1, REM2, REM3, REM4 en REM5 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/637, en de bijlagen II en III van deze richtsnoeren, worden onder aangewezen personeelsleden verstaan de personeelsleden die de risicoprofielen van de instellingen, zoals vastgesteld in alle instellingen en andere dochterondernemingen, op geconsolideerde basis wezenlijk beïnvloeden en op wie de beloningsbepalingen van de artikelen 92 en 94 van Richtlijn 2013/36/EU van toepassing zijn, volgens welke de leden van het leidinggevend orgaan van dochterondernemingen worden gerapporteerd onder de bedrijfssectoren in plaats van onder het functiegebied “leidinggevend orgaan”. Onder “aangewezen personeelsleden” worden begrepen: - a. de aangewezen personeelsleden binnen instellingen die onder de prudentiële consolidatie vallen, ongeacht of ze worden aangewezen op individueel of geconsolideerd niveau;
- b. overeenkomstig artikel 109, lid 5, van Richtlijn 2013/36/EU, de personeelsleden die gemachtigd zijn om beroepsactiviteiten uit te oefenen die het risicoprofiel of de bedrijfsactiviteiten van de instellingen rechtstreeks wezenlijk beïnvloeden binnen dochterondernemingen die een vermogensbeheerder zijn of een onderneming die de beleggingsdiensten en -activiteiten aanbiedt bedoeld in deel A, punten 2, 3, 4, 6 en 7, van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU;
- c. aangewezen personeelsleden binnen dochterondernemingen waarop lidstaten de artikelen 92, 94 en 95 op geconsolideerde basis toepassen overeenkomstig artikel 109, EBA Public
lid 6, van Richtlijn 2013/36/EU, wanneer de personeelsleden het risicoprofiel van de instellingen op geconsolideerd niveau wezenlijk beïnvloeden; en - d. aangewezen personeelsleden binnen andere entiteiten waarop de artikel 92 en 94 van Richtlijn 2013/36/EU enkel op geconsolideerde basis van toepassing zijn, d.w.z. entiteiten die noch een instelling noch een dochteronderneming zijn die onderworpen zijn aan een specifiek beloningskader overeenkomstig artikel 109, lid 4, van Richtlijn 2013/36/EU ten aanzien van die personeelsleden wier beroepswerkzaamheden het risicoprofiel van de instellingen op geconsolideerd niveau wezenlijk beïnvloeden.
|
|
37. De informatie over de voor het boekjaar toegekende beloningen dient de toegekende vaste en …
|
De informatie over de voor het boekjaar toegekende beloningen dient de toegekende vaste en variabele brutobeloning te omvatten voor het hele boekjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de beloningsgegevens worden ingediend.
|
|
38. Bij het indienen van tabel REM1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/637 van de Commissie …
|
Bij het indienen van tabel REM1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/637 van de Commissie overeenkomstig deze richtsnoeren, dienen belastbare niet-geldelijke beloningselementen met hun geldelijke tegenwaarde in die tabel te worden opgenomen onder “andere vormen” van beloning.
|
|
39. Bij het indienen van de tabellen REM1 en REM3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/637 van de …
|
Bij het indienen van de tabellen REM1 en REM3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/637 van de Commissie overeenkomstig deze richtsnoeren, dienen enkel de bedragen van de voor het boekjaar toegekende uitgestelde variabele beloning te worden opgenomen in de post “waarvan: uitgesteld” in tabel REM1, terwijl uitgestelde variabele beloning voor eerdere perioden overeenkomstig de instructies voor tabel REM3 apart dient te worden opgenomen.
|
|
40. Ontslagvergoedingen voor aangewezen personeelsleden dienen te worden opgenomen in het variabele …
|
Ontslagvergoedingen voor aangewezen personeelsleden dienen te worden opgenomen in het variabele beloningsbedrag in tabel REM1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/637 van de Commissie, in aanvulling op de specifieke rijen van tabel REM2 en, wanneer uitstel wordt toegepast, in tabel REM3 van die verordening.
|
|
41. Wanneer aangewezen personeelsleden de instelling vóór het einde van het boekjaar hebben …
|
Wanneer aangewezen personeelsleden de instelling vóór het einde van het boekjaar hebben verlaten, dient de voor het boekjaar toegekende beloning te worden vermeld, met inbegrip van betalingen bij ontslag en alle andere vormen van beloning; het personeelslid dient echter niet te worden meegeteld in het aantal vermelde aangewezen personeelsleden wier arbeidsovereenkomst reeds vóór het einde van het boekjaar is beëindigd. Aangewezen personeelsleden die in de loop van het boekjaar in dienst zijn getreden van de instelling, dienen te worden opgenomen in het aantal aangewezen personeelsleden, rekening houdend met hun contractuele arbeidstijdregelingen (bijv. worden voltijdwerknemers die in de loop van het boekjaar in dienst zijn getreden altijd meegeteld als “1” aan het einde van het boekjaar). De volledige beloning die aan deze aangewezen personeelsleden is toegekend voor het boekjaar, dient te worden vermeld.
|
|
42. Gegarandeerde variabele beloning dient te worden opgenomen in de variabele beloning in tabel …
|
Gegarandeerde variabele beloning dient te worden opgenomen in de variabele beloning in tabel REM1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/637 van de Commissie, en daarnaast in tabel REM2 en, wanneer uitstel wordt toegepast, in tabel REM3 van die verordening. EBA Public
|
|
43. Bij het indienen van bijlage I en REM5 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/637 van de …
|
Bij het indienen van bijlage I en REM5 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/637 van de Commissie dienen personeelsleden te worden ingedeeld bij het functiegebied of bedrijfssectoren waarbinnen ze het grootste deel van hun beroepswerkzaamheden uitvoeren. Het volledige bedrag van de aan het personeelslid binnen de groep of de instelling toegekende beloning behoort te worden opgenomen in dit functiegebied of deze bedrijfssector.
|
|
44. Voor de toewijzing van personeelsleden aan bedrijfssectoren dienen instellingen hun interne …
|
Voor de toewijzing van personeelsleden aan bedrijfssectoren dienen instellingen hun interne organisatie en het volgende in aanmerking te nemen: - a. onder het “leidinggevend orgaan in zijn toezichthoudende functie” dienen te worden begrepen de leden van het leidinggevend orgaan op het hoogste consolidatieniveau die tot taak hebben toezicht te houden op de besluitvorming van het management (d.w.z. niet-uitvoerend directeuren) en deze te controleren, zoals gespecificeerd in de instructies bij tabel REM1 kolom a van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/637 van de Commissie. Instellingen dienen leden van leidinggevende organen van dochterondernemingen toe te wijzen aan de betreffende bedrijfssector onder de punten c) tot en met i) wanneer is voorzien in een dergelijke opsplitsing, en anders aan de categorie “andere aangewezen personeelsleden”.
- b. Onder het “leidinggevend orgaan in zijn leidinggevende functie” dienen te worden begrepen de leden van het leidinggevend orgaan op het hoogste consolidatieniveau die verantwoordelijk zijn voor de leidinggevende functies (d.w.z. uitvoerend directeuren), zoals gespecificeerd in de instructies bij tabel REM1 kolom a van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/637 van de Commissie. Instellingen dienen leden van leidinggevende organen van dochterondernemingen toe te wijzen aan de betreffende bedrijfssector onder de punten c) tot en met i) wanneer is voorzien in een dergelijke opsplitsing, en anders aan de categorie “andere directieleden”.
- c. “Beleggingsbankactiviteiten” omvatten ondernemingsfinanciering, handel en verkoop zoals gedefinieerd in artikel 317, tabel 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013, kapitaalmarktgerelateerde transacties zoals gedefinieerd in artikel 193, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013, en eigen vermogen.
- d. “Bankdiensten ten behoeve van particulieren” omvatten de totale kredietverleningsactiviteit van de instelling (aan particulieren en ondernemingen).
- e. “Vermogensbeheer” omvat het vermogensbeheer binnen:
- i. de instelling die is opgenomen in de steekproef;
- ii. dochterondernemingen die een instelling zijn, met inbegrip van beleggingsondernemingen, gelet op artikel 1, lid 2 of lid 5, van Verordening (EU) 2019/2033; en
- iii. dochterondernemingen die een beleggingsonderneming, een instelling voor collectieve belegging in effecten (icbe’s), een alternatieve beleggingsinstelling (abi’s) of een beleggingsonderneming zijn die op grond van artikel 109, lid 5 of EBA Public
lid 6, van deze richtlijn op geconsolideerde basis zijn onderworpen aan de artikelen 92 en 94 van Richtlijn 2013/36/EU. - f. “Bedrijfsfuncties” omvatten personeelsleden in alle functies met verantwoordelijkheid voor de gehele instelling op geconsolideerd niveau en voor dochterondernemingen met dergelijke functies op individueel niveau, bijv. personeelszaken, informatietechnologie.
- g. “onafhankelijke controlefuncties” omvatten alleen personeelsleden die actief zijn in de onafhankelijke risicobeheer-, compliance- en interne-auditfuncties, zoals beschreven in afdeling 19 van de EBA-richtsnoeren inzake interne governance overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU.
- h. Voor bijlage I worden onder “personeelsleden in dochterondernemingen die onderworpen zijn aan een specifiek beloningskader” verstaan alle personeelsleden die werkzaam zijn voor een dochteronderneming die een beleggingsonderneming, icbe of abi is waarvoor een specifiek beloningskader geldt en die niet onderworpen is aan de toepassing van de beloningsvereisten op geconsolideerde basis zoals vastgesteld in artikel 109 van Richtlijn 2013/36/EU.
- i. “Alle overige personeelsleden” omvat personeelsleden en leden van het leidinggevend orgaan van dochterondernemingen, niet zijnde beleggingsondernemingen, icbe’s en abi’s, die niet kunnen worden toegewezen aan de categorieën onder a) tot en met h).
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|