+a) Gedragsaannamen voor cliëntrekeningen met ingebouwde cliëntopties met het oog op IRRBB
---+88. Voor het meten en bewaken van IRRBB dienen instellingen ten minste één meting van de …
---+89. Instellingen dienen regelmatig, ten minste elk kwartaal en vaker in perioden met toegenomen …
---+90. Instellingen dienen te overwegen of zij een voorwaardelijke of onvoorwaardelijke …
---+91. Instellingen dienen blootstellingen te beoordelen in elke valuta waarin zij posities hebben. …
---+92. Instellingen dienen bij het selecteren van renteschokscenario’s het volgende te overwegen: (a) …
---+93. De uitkomsten van schokscenario’s dienen als input te worden gebruikt voor de besluitvorming op …
---+94. IRRBB-stresstests dienen in aanmerking te worden genomen in het ICAAP, waar instellingen …
---+95. IRRBB-stresstests dienen ten minste jaarlijks te worden uitgevoerd, en vaker in perioden met …
---+96. Het IRRBB stresstestkader dient duidelijk gedefinieerde doelstellingen, scenario’s die zijn …
---+97. In ondernemingsbrede stresstests dient de interactie van IRRBB met andere risicocategorieën …
---+98. Instellingen dienen reverse stresstests uit te voeren om (i) rentescenario’s te identificeren …
---+99. Voor de beoordeling van IRRBB dienen instellingen bij het testen van kwetsbaarheden onder …
---+100. De uitkomsten van stress-scenario’s dienen als input te worden gebruikt voor de besluitvorming …
---+101. Met het oog op een gevoeligheidsanalyse bij stress-scenario’s dienen instellingen in de …
---+102. Instellingen die balansinstrumenten met aanzienlijke renteherzieningsbeperkingen (bijv. caps …
---+103. Wanneer instellingen IRRBB meten, dienen zij een volledig begrip te hebben van belangrijke …
---+104. Bij het beoordelen van het risico van rentegevoelige producten die gekoppeld zijn aan inflatie …
---+105. Wanneer instellingen IRRBB meten, dienen pensioenverplichtingen en pensioenplanactiva te …
---+106. Instellingen dienen met betrekking tot de diverse metingen van IRRBB in voorkomend geval …
---+107. Aangezien marktomstandigheden, concurrentieomgevingen en strategieën in de loop van de tijd …
---+108. Wanneer instellingen de implicaties van opties beoordelen, dienen zij rekening te houden met …
---+109. Instellingen dienen over beleid te beschikken voor de vaststelling en de regelmatige …
---+110. Deposito’s zonder vaste looptijd van financiële instellingen mogen niet worden onderworpen aan …
---+111. Met uitzondering van de in artikel 428 septies, lid 2, punt a), van de CRR bedoelde …
---+112. Wanneer instellingen ten behoeve van renterisicobeheer gedragsaannamen doen met betrekking tot …
|
a) Gedragsaannamen voor cliëntrekeningen met ingebouwde cliëntopties met het oog op IRRBB
a) Gedragsaannamen voor cliëntrekeningen met ingebouwde cliëntopties met het oog op IRRBB
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
88. Voor het meten en bewaken van IRRBB dienen instellingen ten minste één meting van de …
|
Voor het meten en bewaken van IRRBB dienen instellingen ten minste één meting van de netto-renteopbrengst plus veranderingen in de marktwaarde te gebruiken en ten minste één meting van de economische waarde waarmee, gecombineerd, alle componenten van IRRBB worden gevangen. Grote instellingen met grensoverschrijdende activiteiten, in het bijzonder instellingen die in de categorieën 1 en 2 van de SREP-richtsnoeren vallen, en instellingen met complexe of geavanceerde bedrijfsmodellen dienen meervoudige meetmethoden voor IRRBB te gebruiken als nader gespecificeerd in bijlage II. 4.3.3 Renteschokscenario’s voor continu beheer
|
|
89. Instellingen dienen regelmatig, ten minste elk kwartaal en vaker in perioden met toegenomen …
|
Instellingen dienen regelmatig, ten minste elk kwartaal en vaker in perioden met toegenomen volatiliteit van de rente of toegenomen IRRBB-niveaus, hun blootstelling aan IRRBB te meten in het kader van de diverse metingen van IRRBB bij uiteenlopende renteschokscenario’s voor potentiële veranderingen in het niveau en de vorm van renterendementscurven, evenals hun blootstelling aan veranderingen in de relatie tussen verschillende rentetarieven (d.w.z. basisrisico).
|
|
90. Instellingen dienen te overwegen of zij een voorwaardelijke of onvoorwaardelijke …
|
Instellingen dienen te overwegen of zij een voorwaardelijke of onvoorwaardelijke kasstroommodelleringsaanpak willen toepassen. Grotere en complexere instellingen, in het bijzonder instellingen die vallen in de categorieën 1 en 2 van de SREP-richtsnoeren, dienen ook rekening te houden met scenario’s waarbij verschillende rentepaden worden berekend en waarbij sommige aannamen (bijv. ten aanzien van gedrag, bijdrage tot risico en omvang en samenstelling van de balans) zelf worden beïnvloed door renteveranderingen.
|
|
91. Instellingen dienen blootstellingen te beoordelen in elke valuta waarin zij posities hebben. …
|
Instellingen dienen blootstellingen te beoordelen in elke valuta waarin zij posities hebben. Voor de materiële valutablootstellingen dienen de renteschokscenario’s valutaspecifiek en in lijn met de onderliggende economische kenmerken te zijn. Op basis van het interne meetsysteem (IMS) voor IRRBB dient ten minste rekening te worden gehouden met valutaspecifieke renteschokscenario’s voor elke valuta waarin de boekwaarde van in een valuta luidende financiële activa of passiva 5 % of meer bedraagt van de totale niet in de handelsportefeuille opgenomen financiële activa of passiva, of minder dan 5 % indien de som van de in de berekening opgenomen financiële activa of passiva minder bedraagt dan 90 % van de totale niet in de handelsportefeuille opgenomen financiële activa (exclusief materiële activa) of passiva. Instellingen dienen in hun interne meetsystemen methoden op te nemen voor het aggregeren van hun IRRBB in verschillende valuta’s. Wanneer instellingen gebruik maken van aannamen over afhankelijkheden tussen rentevoeten in verschillende valuta’s, dienen zij over het daartoe vereiste niveau van vaardigheden en geavanceerdheid te beschikken. Instellingen dienen rekening te houden met de impact van aannamen over afhankelijkheden tussen rentevoeten in verschillende valuta’s.
|
|
92. Instellingen dienen bij het selecteren van renteschokscenario’s het volgende te overwegen: (a) …
|
Instellingen dienen bij het selecteren van renteschokscenario’s het volgende te overwegen: - (a) eigen intern ontwikkelde renteschokscenario’s die evenredig zijn aan de aard, de schaal en de complexiteit van hun activiteiten en hun risicoprofiel, rekening houdend met plotselinge en geleidelijke parallelle en niet-parallelle verschuivingen en veranderingen in de rendementscurves. Scenario’s dienen gebaseerd te zijn op de historische bewegingen en het historische gedrag van rentevoeten, en op simulaties van toekomstige rentevoeten;
- (b) rentescenario’s die veranderingen in de relaties tussen belangrijke marktrentes weerspiegelen, zodat het basisrisico wordt meegenomen;
- (c) de voorgeschreven renteschokscenario’s als bedoeld in artikel 98, lid 5, van Richtlijn 2013/36/EU;
- (d) eventuele aanvullende renteschokscenario’s die worden geëist door toezichthouders;
- (e) de geldigheid van aannamen over diversificatie worden naar behoren benadrukt; en
- (f) in omgevingen met lage rentes dienen instellingen ook rekening te houden met negatieve-rentescenario’s en de mogelijkheid van asymmetrische effecten van negatieve rentes op hun rentegevoelige instrumenten.
|
|
93. De uitkomsten van schokscenario’s dienen als input te worden gebruikt voor de besluitvorming op …
|
De uitkomsten van schokscenario’s dienen als input te worden gebruikt voor de besluitvorming op een passend managementniveau. Hiertoe behoren ook strategische of zakelijke besluiten, de toewijzing van intern kapitaal en risicobeheerbesluiten door het leidinggevend orgaan of zijn gedelegeerden. De uitkomsten dienen ook in aanmerking te worden genomen bij de vaststelling en toetsing van het beleid en de limieten voor IRRBB. 4.3.4 Rentestress-scenario’s
|
|
94. IRRBB-stresstests dienen in aanmerking te worden genomen in het ICAAP, waar instellingen …
|
IRRBB-stresstests dienen in aanmerking te worden genomen in het ICAAP, waar instellingen rigoureuze, toekomstgerichte stresstests dienen uit te voeren waarmee de potentiële negatieve gevolgen van ernstige veranderingen in de marktomstandigheden op hun kapitaal of hun metingen van de netto-renteopbrengst plus veranderingen in de marktwaarde worden vastgesteld. Met het oog op IRRBB-stresstests dienen instellingen ook rekening te houden met veranderingen in het gedrag van hun cliënten. Stresstests voor IRRBB dienen geïntegreerd te worden in het algehele stresstestkader van instellingen, met inbegrip van reverse stresstests, en dienen evenredig te zijn aan hun aard, omvang en complexiteit, evenals aan hun bedrijfsactiviteiten en algehele risicoprofiel.
|
|
95. IRRBB-stresstests dienen ten minste jaarlijks te worden uitgevoerd, en vaker in perioden met …
|
IRRBB-stresstests dienen ten minste jaarlijks te worden uitgevoerd, en vaker in perioden met toegenomen volatiliteit van de rentes en toegenomen IRRBB-niveaus.
|
|
96. Het IRRBB stresstestkader dient duidelijk gedefinieerde doelstellingen, scenario’s die zijn …
|
Het IRRBB stresstestkader dient duidelijk gedefinieerde doelstellingen, scenario’s die zijn afgestemd op de activiteiten en risico’s van de instelling, goed gedocumenteerde aannamen en deugdelijke methoden te omvatten.
|
|
97. In ondernemingsbrede stresstests dient de interactie van IRRBB met andere risicocategorieën …
|
In ondernemingsbrede stresstests dient de interactie van IRRBB met andere risicocategorieën (krediet-risico, liquiditeitsrisico, marktrisico enz.) en eventuele materiële tweederonde-effecten te worden berekend.
|
|
98. Instellingen dienen reverse stresstests uit te voeren om (i) rentescenario’s te identificeren …
|
Instellingen dienen reverse stresstests uit te voeren om (i) rentescenario’s te identificeren die hun kapitaal, economische waarde en metingen van de netto-renteopbrengst plus veranderingen in de marktwaarde ernstig zouden kunnen bedreigen; en (ii) kwetsbaarheden aan het licht te brengen die voortvloeien uit hun afdekkingsstrategieën en de potentiële gedragsreacties van hun cliënten.
|
|
99. Voor de beoordeling van IRRBB dienen instellingen bij het testen van kwetsbaarheden onder …
|
Voor de beoordeling van IRRBB dienen instellingen bij het testen van kwetsbaarheden onder stressomstandigheden grotere en extremere verschuivingen en veranderingen in rentes te gebruiken dan ten behoeve van het normale beheer. Deze dienen ten minste het volgende te omvatten: - a) aanzienlijke veranderingen in de relaties tussen belangrijke marktrentes (basisrisico);
- b) plotselinge en aanzienlijke verschuivingen in de rendementscurve (zowel parallel als niet-parallel);
- c) opsplitsingen van essentiële aannamen over het gedrag van activa- en passivaklassen;
- d) veranderingen in belangrijke aannamen over correlaties tussen rentetarieven;
- e) significante veranderingen van actuele markt- en macro-economische omstandigheden en van de concurrentie- en economische situatie en de mogelijke ontwikkeling daarvan; en
- f) specifieke scenario’s die betrekking hebben op het bedrijfsmodel en het profiel van de instelling.
|
|
100. De uitkomsten van stress-scenario’s dienen als input te worden gebruikt voor de besluitvorming …
|
De uitkomsten van stress-scenario’s dienen als input te worden gebruikt voor de besluitvorming op het passende managementniveau. Hiertoe behoren ook strategische of zakelijke besluiten, de toewijzing van intern kapitaal en risicobeheerbesluiten door het leidinggevend orgaan of zijn gedelegeerden. De uitkomsten dienen ook in aanmerking te worden genomen bij de vaststelling en toetsing van het beleid en de limieten voor IRRBB.
|
|
101. Met het oog op een gevoeligheidsanalyse bij stress-scenario’s dienen instellingen in de …
|
Met het oog op een gevoeligheidsanalyse bij stress-scenario’s dienen instellingen in de economische waardemetingen de beperkingen die samenhangen met het gebruik van een aanname van afbouw en het vermogen van de instelling om het langetermijnrenterisico te ondervangen te evalueren.
|
|
102. Instellingen die balansinstrumenten met aanzienlijke renteherzieningsbeperkingen (bijv. caps …
|
Instellingen die balansinstrumenten met aanzienlijke renteherzieningsbeperkingen (bijv. caps en floors) kennen, dienen voorzichtigheidshalve rekening te houden met het effect dat de verlenging van deze instrumenten zou hebben wanneer zij worden vervangen door andere instrumenten met vergelijkbare kenmerken, ongeacht de aanname dat deze instrumenten worden afgebouwd. Dit moet plaatsvinden voor een voorzichtige tijdshorizon, rekening houdend met het bedrijfsmodel van de bank. 4.3.5 Aannamen voor de IRRBB-meting
|
|
103. Wanneer instellingen IRRBB meten, dienen zij een volledig begrip te hebben van belangrijke …
|
Wanneer instellingen IRRBB meten, dienen zij een volledig begrip te hebben van belangrijke gedrags- en modelleringsaannamen en dienen zij deze te documenteren. Deze aannamen dienen in overeenstemming te zijn met de bedrijfsstrategieën en regelmatig te worden getest. Deze aannamen dienen op evenredige wijze te worden vastgesteld, met name rekening houdend met de materialiteitsdrempels die zijn vastgesteld in artikel 7, lid 12, artikel 8, lid 2, artikel 9, lid 4, artikel 11, lid 3, en artikel 21, lid 1, van de in artikel 84, lid 5, CRD bedoelde technische reguleringsnormen.
|
|
104. Bij het beoordelen van het risico van rentegevoelige producten die gekoppeld zijn aan inflatie …
|
Bij het beoordelen van het risico van rentegevoelige producten die gekoppeld zijn aan inflatie of andere marktfactoren, dienen voorzichtige aannamen te worden gehanteerd. Deze aannamen kunnen bijvoorbeeld gebaseerd zijn op de huidige/laatst waargenomen waarde, op prognoses van een gerenommeerd economisch onderzoeksinstituut of op andere algemeen aanvaarde marktpraktijken (in het geval van inflatie: bijvoorbeeld forward inflation expectation curves).
|
|
105. Wanneer instellingen IRRBB meten, dienen pensioenverplichtingen en pensioenplanactiva te …
|
Wanneer instellingen IRRBB meten, dienen pensioenverplichtingen en pensioenplanactiva te worden meegenomen, tenzij het renterisico daarvan is opgenomen in een andere risicometing.
|
|
106. Instellingen dienen met betrekking tot de diverse metingen van IRRBB in voorkomend geval …
|
Instellingen dienen met betrekking tot de diverse metingen van IRRBB in voorkomend geval rekening te houden met aannamen die zijn gedaan ten behoeve van risicokwantificering betreffende ten minste de volgende gebieden: - a) de uitoefening van (automatische of gedrags)opties met betrekking tot rente door zowel de instelling als haar cliënt onder specifieke renteschok- en stress-scenario’s;
- b) de behandeling van saldi en rentestromen die voortvloeien uit DzVL’s;
- c) de behandeling van deposito’s met een vaste looptijd met een risico van vroegtijdige aflossing;
- d) de behandeling van leningen met een vaste rente en toegezegde leningen met een vaste rente;
- e) de behandeling van eigen vermogen in interne metingen van de economische waarde;
- f) de implicaties van boekhoudkundige praktijken voor het meten van IRRBB en in het bijzonder de doeltreffendheid van hedge-accounting; en
- g) validering van aannamen over diversificatie.
|
|
107. Aangezien marktomstandigheden, concurrentieomgevingen en strategieën in de loop van de tijd …
|
Aangezien marktomstandigheden, concurrentieomgevingen en strategieën in de loop van de tijd veranderen, dienen instellingen significante aannamen voor metingen ten minste jaarlijks te toetsen, en vaker in perioden van snel veranderende marktomstandigheden.
|
|
108. Wanneer instellingen de implicaties van opties beoordelen, dienen zij rekening te houden met …
|
Wanneer instellingen de implicaties van opties beoordelen, dienen zij rekening te houden met: - (a) de potentiële impact van het rentescenario, het onderliggende economische klimaat en de contractuele kenmerken op actuele en toekomstige snelheden van vervroegde aflossing van leningen. Instellingen dienen rekening te houden met de diverse dimensies die van invloed zijn op de ingebedde gedragsopties;
- (b) de elasticiteit van de aanpassing van producttarieven aan veranderingen in de marktrentes;
- (c) de migratie van saldi tussen producttypen als gevolg van veranderingen in de kenmerken en voorwaarden daarvan.
|
|
109. Instellingen dienen over beleid te beschikken voor de vaststelling en de regelmatige …
|
Instellingen dienen over beleid te beschikken voor de vaststelling en de regelmatige beoordeling van de kernaannamen voor de behandeling van posten op en buiten de balans met ingebedde opties in hun renterisicokader. Dit houdt in dat instellingen: - (a) in staat dienen te zijn alle wezenlijke producten en posten met ingebedde opties te identificeren die gevolgen kunnen hebben voor het in rekening gebrachte rentetarief of de door gedrag tot stand gekomen renteherzieningsdatum (in tegenstelling tot de contractuele vervaldatum) van de desbetreffende saldi;
- (b) passende prijsbepalings- en risicobeperkingsstrategieën dienen te hebben (bijv. het gebruik van derivaten) voor het beheer van de impact van opties binnen de risicobereidheid, waartoe kunnen behoren boetes voor de cliënt bij vervroegde aflossing ter compensatie van de mogelijke verbrekingskosten (waar toegestaan);
- (c) dienen te waarborgen dat de modellering van essentiële gedragsaannamen te rechtvaardigen is in relatie tot de onderliggende historische gegevens, en gebaseerd is op prudente hypothesen;
- (d) in staat dienen te zijn aan te tonen dat ze over accurate modellen beschikken (getoetst aan ervaring);
- (e) passende documentatie dienen bij te houden van aannamen in hun beleid en procedures, en een procedure dienen te hebben voor de continue toetsing daarvan;
- (f) inzicht dienen te hebben in de gevoeligheid van de resultaten van hun risicometingen voor deze aannamen, hetgeen onder meer inhoudt dat ze deze aannamen dienen te onderwerpen aan stresstests en bij hun besluiten over de interne toewijzing van kapitaal rekening dienen te houden met de uitkomsten van die stresstests; en
- (g) deze aannamen regelmatig intern dienen te valideren om te verifiëren of deze stabiel blijven in de loop van de tijd en ze indien nodig aan te passen.
|
|
110. Deposito’s zonder vaste looptijd van financiële instellingen mogen niet worden onderworpen aan …
|
Deposito’s zonder vaste looptijd van financiële instellingen mogen niet worden onderworpen aan gedragsmodellen, tenzij het gaat om operationele deposito’s in de zin van artikel 27, lid 1, punt a), van de gedelegeerde LCR-verordening.
|
|
111. Met uitzondering van de in artikel 428 septies, lid 2, punt a), van de CRR bedoelde …
|
Met uitzondering van de in artikel 428 septies, lid 2, punt a), van de CRR bedoelde gereglementeerde spaargelden, maar niet beperkt tot het gecentraliseerde deel, en van die met materiële economische of fiscale beperkingen in geval van intrekking, dient de aangenomen door gedrag tot stand gekomen renteherzieningsdatum voor retaildeposito’s en wholesaledeposito’s van niet-financiële cliënten en operationele deposito’s als bedoeld in punt 110, zonder specifieke renteherzieningsdata (deposito’s zonder vervaldatum), te worden beperkt tot een maximale gewogen gemiddelde renteherzieningsdatum van vijf jaar. De limiet van vijf jaar geldt voor het volledige bedrag (d.w.z. kern- en niet-kernactiviteiten) van de geaggregeerde portefeuille van deze deposito’s en afzonderlijk voor elke valuta.
|
|
112. Wanneer instellingen ten behoeve van renterisicobeheer gedragsaannamen doen met betrekking tot …
|
Wanneer instellingen ten behoeve van renterisicobeheer gedragsaannamen doen met betrekking tot rekeningen zonder specifieke renteherzieningsdata: - (a) dienen zij in staat te zijn “kern”saldi te identificeren, d.w.z. deposito’s die stabiel zijn en waarvan het onwaarschijnlijk is dat de rente wordt herzien, zelfs bij significante veranderingen in het renteklimaat, en/of andere deposito’s waarvan de beperkte elasticiteit voor renteveranderingen door banken zou kunnen worden gemodelleerd;
- (b) dienen zij ervoor te zorgen dat modelleringsaannamen voor deze deposito’s de kenmerken van de deposant (bijv. retail/wholesale) en de kenmerken van de rekening (bijv. transactioneel/niet-transactioneel) weerspiegelen. Hieronder volgt een beschrijving op hoog niveau van de genoemde categorieën:
- i. Transactionele retaildeposito’s omvatten niet-rentedragende en andere retailrekeningen waarvan de beloningscomponent niet relevant is voor de beslissing van de cliënt om geld op de rekening te houden.
- ii. Niet-transactionele retaildeposito’s omvatten retailrekeningen (waaronder gereguleerde retailrekeningen) waarvan de beloningscomponent relevant is voor de beslissing van de cliënt om geld op de rekening te houden.
- iii. Wholesaledeposito’s omvatten rekeningen van bedrijven en andere wholesalecliënten, met uitzondering van interbancaire rekeningen of andere volledig rentegevoelige rekeningen;
- (c) beoordelen zij de potentiële migratie tussen deposito’s zonder specifieke renteherzieningsdata en andere deposito’s die onder verschillende rentescenario’s zouden kunnen leiden tot een verandering van kernaannamen voor gedragsmodellering;
- (d) nemen zij potentiële beperkingen voor de renteherziening van retaildeposito’s in een klimaat met een lage of negatieve rente in beschouwing en het effect dat dergelijke beperkingen kunnen hebben op de stabiliteit van deposito’s in verschillende rentescenario’s;
- (e) zorgen zij ervoor dat aannamen over de vermindering van kern- en andere gemodelleerde saldi prudent zijn en uitgaan van een passende balans tussen de voordelen voor de netto-renteopbrengsten en het extra risico voor de economische waarde als gevolg van het vastzetten van toekomstig renterendement op de met deze saldi gefinancierde activa en de potentiële inkomstenderving in een situatie van stijgende rentetarieven;
- (f) baseren zij zich niet uitsluitend op statistische of kwantitatieve methoden om de door gedrag tot stand gekomen renteherzieningsdata en het kasstroomprofiel van DzVL’s vast te stellen. Bovendien kan de bepaling van passende modelleringsaannamen voor DzVL’s samenwerking van verschillende experts binnen een instelling vereisen (bijv. afdeling risicobeheer en risicocontrole, verkoop en financiën);
- (g) beschikken zij over passende documentatie van deze aannamen in hun beleid en procedures, en over een procedure voor de continue toetsing daarvan;
- (h) hebben zij inzicht in de impact van de aannamen op de risicometingsoutputs die de instelling zelf heeft gekozen en op interne besluiten over kapitaaltoewijzing, onder meer door periodiek gevoeligheidsanalyses uit te voeren voor kernparameters (bijv. percentage en looptijd van kernsaldi op rekeningen en doorwerking), en in de metingen met contractuele looptijden in plaats van gedragsaannamen, om de impact van aannamen op de diverse metingen van IRRBB metingen te isoleren;
- (i) voeren zij stresstests uit om inzicht te krijgen in de gevoeligheid van de gekozen risicometingen voor veranderingen in essentiële aannamen, en houden zij bij besluiten over de interne toewijzing van kapitaal rekening met de uitkomsten van die stresstests.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|