+4.7 Afzonderlijke risicodomeinen
---+102. Instellingen moeten ervoor zorgen dat de stresstesten van individuele risico’s in verhouding …
---+103. Instellingen moeten op het individuele niveau rekening houden met de impact van …
---+104. Instellingen moeten ten minste een analyse uitvoeren van: a) de mogelijkheid van een …
---+105. Instellingen moeten ervoor zorgen dat hun stresstesten voor kredietrisico binnen de hele …
---+106. Instellingen moeten ernaar streven om specifieke risicofactoren te bepalen en op voorlopige …
---+107. Instellingen moeten ervoor zorgen dat kredietrisico wordt beoordeeld op verschillende niveaus …
---+108. Instellingen moeten risicofactoren onderwerpen aan gevoeligheidsanalyses, die op hun beurt …
---+109. Instellingen moeten verschillende tijdshorizons hanteren bij de toepassing van hun …
---+110. Bij het uitvoeren van stresstesten van de waarde van financieel onderpand moeten instellingen …
---+111. Bij het uitwerken van scenario’s moeten instellingen rekening houden met de impact van …
---+112. Instellingen moeten de impact van het scenario becijferen in termen van kredietverlies (d.w.z. …
---+113. Instellingen moeten waar mogelijk de volgende relevante parameters in acht nemen: PD, LGD …
---+114. Voor de schatting van toekomstige verliezen tijdens stresstesten moeten instellingen in …
---+115. Voor de berekening van EAD moet een instelling ook rekening houden met een …
---+116. Instellingen moeten voor zover nodig interne modellen voor kredietrisico hanteren die …
---+117. Bij het beoordelen van hun risico ten overstaan van tegenpartijen met een hefboomfinanciering …
---+118. Instellingen moeten rekening houden met securitisatierisico’s die voortvloeien uit …
---+119. Instellingen moeten ervoor zorgen dat de stresstesten van gesecuritiseerde activa het …
---+120. Er moet nauwlettend rekening worden gehouden met de gevoeligheid voor systemische …
---+121. Stresstesten moeten rekening houden met alle relevante contractuele overeenkomsten, de …
---+122. Scenario’s moeten ook rekening houden met de wanbetaling van een of meer contractuele …
---+123. Indien de instelling gebruikmaakt van externe ratings om het risico van gesecuritiseerde …
---+124. Bij het uitwerken van de aanpak voor stresstesten moeten instellingen rekening houden met het …
---+125. Instellingen moeten rekening houden met marktrisico, in het bijzonder risico’s die …
---+126. Instellingen moeten stresstesten uitvoeren voor hun posities in financiële instrumenten in …
---+127. Instellingen moeten een reeks ernstige, maar aanneembare scenario’s toepassen voor alle in de …
---+128. Bij het kalibreren van deze stresstesten moeten instellingen rekening houden met ten minste de …
---+129. Aangezien instrumenten en strategieën wijzigen doorheen de tijd moeten instellingen ervoor …
---+130. Instellingen moeten een gepaste aanpak ontwikkelen om indien van toepassing de onderschatting …
---+131. Instellingen moeten in het bijzonder: a) de gevolgen beoordelen van belangrijke …
---+132. Instellingen moeten zich bewust zijn van het feit dat relevante risicoparameters gekoppeld aan …
---+133. Met het oog op een stresstest van relevante risicoparameters moeten instellingen het effect in …
---+134. Omdat operationeel verlies kan leiden tot tweede-ronde-effecten (d.w.z. reputatierisico) moet …
---+135. Ook idiosyncratische risicofactoren moeten verkend en gebruikt worden als input voor de …
---+136. Instellingen moeten rekening houden met de wisselwerking van, en individuele blootstelling aan …
---+137. Instellingen moeten zorgvuldig de mogelijke wisselwerking van verliezen door operationeel …
---+138. De analyse van de stresstesten zou gepaard moeten gaan met deskundig oordeel om ten minste …
---+139. Instellingen moeten ernstige, maar aanneembare stressgebeurtenissen uitwerken. …
---+140. Instellingen moeten hun programma voor stresstesten uitwerken op grond van zowel interne als …
---+141. Instellingen moeten ermee rekening houden dat aan gedrag gekoppeld risico als onderdeel van …
---+142. In hun stresstesten moeten instellingen de relevantie en de betekenis van de volgende …
---+143. Bij het meten van aan gedrag gekoppeld risico moeten instellingen rekening houden met (a) de …
---+144. Om het risico aan te pakken dat voorzieningen ontoereikend of inconsistent qua timing zijn …
---+145. Instellingen moeten kwantitatieve en kwalitatieve informatie over de omvang van hun …
---+146. In zeldzame gevallen waarin een instelling niet in staat is om een schatting te geven voor een …
---+147. Stresstesten moeten in voorkomend geval ook gebruikt worden voor het beoordelen van …
---+148. Instellingen moeten een beeld krijgen van de onverwachte verliezen die kunnen voortvloeien uit …
---+149. Instellingen moeten ermee rekening houden dat liquiditeitsrisico’s of financieringsrisico’s …
---+150. Instellingen moeten ermee rekening houden dat liquiditeitsrisico’s of financieringsrisico’s …
---+151. Instellingen moeten zichzelf analyseren en waarderen ten opzichte van risicofactoren die …
---+152. De analyse van risicofactoren door de instellingen moet rekening houden met, maar mag niet …
---+153. Instellingen moeten deze risicofactoren onderwerpen aan gevoeligheidsanalyses, die op hun …
---+154. Instellingen moeten de volgende drie soorten stressscenario’s toepassen: een idiosyncratisch …
---+155. Instellingen moeten verschillende tijdhorizons opnemen in hun stresstesten: de tijdhorizons …
---+156. Instellingen moeten de stresstest van het liquiditeitsrisico op korte tot middellange termijn …
---+157. Instellingen moeten een set van ongunstige veronderstellingen betreffende het gedrag …
---+158. Bij het uitwerken van scenario’s moeten instellingen rekening houden met de impact van …
---+159. Als belangrijkste methode voor het berekenen van de omvang van de impact moet het profiel van …
---+160. Instellingen moeten in voorkomend geval de analyse uitbreiden naar andere parameters, zoals …
---+161. Bij het toepassen van de verschillende stressscenario’s moeten instellingen compenserende …
---+162. Parameters voor stresstesten voor liquiditeit omvat, indien aangewezen en in het bijzonder …
---+163. Instellingen moeten in voorkomend geval de stresstest voor liquiditeit opnemen in hun …
---+164. Deze paragraaf is onverminderd de EBA-richtsnoeren voor renterisico dat voortvloeit uit …
---+165. Stresstesten moeten een ondersteuning zijn voor, en een integraal deel uitmaken van het intern …
---+166. De rentescenario’s die gebruikt worden voor stresstesten, inclusief ten behoeve van de …
---+167. Instellingen moeten ervoor zorgen dat de in de vorige paragrafen vermelde tests niet enkel …
---+168. Instellingen moeten rekening houden met de volgende elementen: a) het spreadrisico, dat …
---+169. Instellingen moeten zich bewust zijn van mogelijke indirecte rente-effecten die zorgen voor …
---+170. Waar minder complexe financiële instrumenten worden gebruikt, moeten instellingen het effect …
---+171. Stresstesten zouden een belangrijk instrument moeten zijn voor het identificeren van …
---+172. Bij het beoordelen van dit risico in hun programma’s voor stresstesten moeten instellingen …
---+173. Bij het uitvoeren van stresstesten, in het bijzonder voor de hele instelling en met inbegrip …
---+174. Stresstesten moeten rekening houden met wijzigingen die zich kunnen voordoen in de …
---+175. De manier waarop geconcentreerde blootstellingen zich gedragen in reactie op dezelfde …
---+176. Instellingen moeten rekening houden met de impact op handelsportefeuilles van blootstelling …
---+177. Om het ex-anteniveau van concentratierisico en/of de impact van het scenario op het …
---+178. Instellingen moeten rekening houden met het mogelijke bestaan van overlappingen tussen …
---+179. Instellingen moeten ermee rekening houden dat het risico van kredietverlening in vreemde …
---+180. In hun programma’s voor stresstesten moeten instellingen rekening houden met het risico van …
---+181. Bij het uitwerken of implementeren van hun stresstestscenario’s moeten instellingen rekening …
---+182. Instellingen moeten stressscenario’s ontwerpen door verschillende parameters te wijzigen zodat …
---+183. Om de potentiële kwetsbaarheid te beoordelen moeten instellingen in staat zijn om bijkomende …
---+184. Bij het uitvoeren van stresstesten op het risico van kredietverlening in vreemde valuta moeten …
---+185. Instellingen moeten rekening houden met mogelijke significante zwakheden van interne modellen …
---+186. Bij het beoordelen van de mogelijke impact van kredietverlening in buitenlandse valuta op de …

4.7 Afzonderlijke risicodomeinen

4.7 Afzonderlijke risicodomeinen

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
102. Instellingen moeten ervoor zorgen dat de stresstesten van individuele risico’s in verhouding …

Instellingen moeten ervoor zorgen dat de stresstesten van individuele risico’s in verhouding zijn tot de aard, omvang en complexiteit van de activiteit en de risico’s.

103. Instellingen moeten op het individuele niveau rekening houden met de impact van …

Instellingen moeten op het individuele niveau rekening houden met de impact van tweede-ronde-effecten bij het individueel risico voor stresstesten.

4.7.1 Kredietrisico en tegenpartijrisico

104. Instellingen moeten ten minste een analyse uitvoeren van: a) de mogelijkheid van een …

Instellingen moeten ten minste een analyse uitvoeren van:

  • a) de mogelijkheid van een kredietnemer om zijn verplichtingen na te komen, bijvoorbeeld de wanbetalingspercentages (PD);
  • b) het terugvorderingspercentage in geval van wanbetaling van een kredietnemer, inclusief de verslechtering van de waarde van onderpand of kredietwaardigheid van de garantieverstrekker, bijvoorbeeld verlies bij wanbetaling (LGD); en
  • c) de omvang en dynamiek van kredietblootstelling, inclusief het effect van onbenutte kredietlijnen door kredietnemers, bijvoorbeeld het uitstaande bedrag bij wanbetaling (EAD).
105. Instellingen moeten ervoor zorgen dat hun stresstesten voor kredietrisico binnen de hele …

Instellingen moeten ervoor zorgen dat hun stresstesten voor kredietrisico binnen de hele instelling al hun posities bij banken en in hun handelsportefeuille dekken, met inbegrip van afdekkingsposities en blootstellingen aan centrale clearinginstelling.

106. Instellingen moeten ernaar streven om specifieke risicofactoren te bepalen en op voorlopige …

Instellingen moeten ernaar streven om specifieke risicofactoren te bepalen en op voorlopige basis te bepalen hoe deze factoren hun totale verliezen door kredietrisico en kapitaalvereisten kunnen beïnvloeden. Instellingen moeten ernaar streven om die bepaling uit te voeren per individuele blootstellingsklasse (factoren die relevant zijn voor hypotheken kunnen bijvoorbeeld verschillen van factoren die relevant zijn voor klassen van bedrijfsactiva).

107. Instellingen moeten ervoor zorgen dat kredietrisico wordt beoordeeld op verschillende niveaus …

Instellingen moeten ervoor zorgen dat kredietrisico wordt beoordeeld op verschillende niveaus van schokscenario’s, van eenvoudige gevoeligheidsanalyses tot stresstesten binnen de hele instelling, of stresstesten binnen de hele groep, in het bijzonder:

  • a) schokscenario’s voor de hele markt (bijvoorbeeld een sterke vertraging van de economie die de portefeuillekwaliteit aantast voor alle crediteuren);
  • b) schokscenario’s die specifiek zijn voor de tegenpartij en idiosyncratische schokscenario’s (zoals faillissement van de grootste bankcrediteur);
  • c) sectorspecifieke en regiospecifieke schokscenario’s; en
  • d) een combinatie van het bovenstaande.
108. Instellingen moeten risicofactoren onderwerpen aan gevoeligheidsanalyses, die op hun beurt …

Instellingen moeten risicofactoren onderwerpen aan gevoeligheidsanalyses, die op hun beurt kwantitatieve achtergrondinformatie zouden moeten verschaffen voor het ontwerp van scenario’s.

109. Instellingen moeten verschillende tijdshorizons hanteren bij de toepassing van hun …

Instellingen moeten verschillende tijdshorizons hanteren bij de toepassing van hun stressscenario’s. De tijdshorizon moet variëren van de ene dag op de andere (eenmalige effecten) tot langere periodes (bijvoorbeeld een sluipende economische vertraging).

110. Bij het uitvoeren van stresstesten van de waarde van financieel onderpand moeten instellingen …

Bij het uitvoeren van stresstesten van de waarde van financieel onderpand moeten instellingen omstandigheden identificeren die een ongunstige impact zouden hebben op de realiseerbare waarde van hun onderpandposities, inclusief een verslechtering van de kredietkwaliteit van uitgevers van onderpand of illiquiditeit van de markt.

111. Bij het uitwerken van scenario’s moeten instellingen rekening houden met de impact van …

Bij het uitwerken van scenario’s moeten instellingen rekening houden met de impact van stressgebeurtenissen op andere soorten risico’s, zoals liquiditeitsrisico en marktrisico en de mogelijkheid van spillovers tussen instellingen.

112. Instellingen moeten de impact van het scenario becijferen in termen van kredietverlies (d.w.z. …

Instellingen moeten de impact van het scenario becijferen in termen van kredietverlies (d.w.z. voorzieningen), risicoblootstelling, inkomsten en vereiste eigen middelen. Daarbij moeten instellingen in staat zijn om deze impact te becijferen per relevant segment/relevante portefeuille.

113. Instellingen moeten waar mogelijk de volgende relevante parameters in acht nemen: PD, LGD …

Instellingen moeten waar mogelijk de volgende relevante parameters in acht nemen: PD, LGD, EAD, verwacht verlies (EL) en bedrag van de risicoblootstelling, en de impact op kredietverliezen en vereiste eigen middelen.

114. Voor de schatting van toekomstige verliezen tijdens stresstesten moeten instellingen in …

Voor de schatting van toekomstige verliezen tijdens stresstesten moeten instellingen in voorkomend geval gebruikmaken van andere parameters voor kredietrisico dan de parameters die toegepast worden bij de berekening van kapitaalvereisten, die meestal through-the-cycle of hybride parameters zijn (een combinatie van through-the-cycle en point-in-time parameters) voor PD en bij teruggang voor LGD. In het bijzonder moeten instellingen voor zover relevant schattingen gebruiken op grond van point-in-time parameters in overeenstemming met de ernst van het scenario met het oog op het schatten van kredietverliezen.

115. Voor de berekening van EAD moet een instelling ook rekening houden met een …

Voor de berekening van EAD moet een instelling ook rekening houden met een kredietconversiefactor (CCF) en, in het bijzonder, het effect van de rechtsbevoegdheid van de instelling om eenzijdig onbenutte bedragen van toegekende kredietlijnen te annuleren, vooral in stressomstandigheden.

116. Instellingen moeten voor zover nodig interne modellen voor kredietrisico hanteren die …

Instellingen moeten voor zover nodig interne modellen voor kredietrisico hanteren die historische relaties en gegevens en simulaties van migratie van kredietkwaliteit tussen categorieën van blootstelling evalueren om een schatting te doen van verliezen.

117. Bij het beoordelen van hun risico ten overstaan van tegenpartijen met een hefboomfinanciering …

Bij het beoordelen van hun risico ten overstaan van tegenpartijen met een hefboomfinanciering of schaduwbankentiteiten moeten instellingen rekening houden met risicoconcentraties en ze mogen niet uitgaan van het bestaan van onderpand of aanhoudende overeenkomsten voor margebijstortingen, die mogelijk niet beschikbaar zijn in geval van ernstige marktschokken. Instellingen moeten ernaar streven om deze gecorreleerde staartrisico’s op adequate wijze aan te pakken.

4.7.2 Securitisatie

118. Instellingen moeten rekening houden met securitisatierisico’s die voortvloeien uit …

Instellingen moeten rekening houden met securitisatierisico’s die voortvloeien uit gestructureerde kredietproducten, die meestal gecreëerd worden door het herverpakken van de kasstroom uit een pool van activa in verschillende tranches of effecten op onderpand van activa, rekening houdend met de verschillende posities die instellingen kunnen hebben in het securitisatieproces door op te treden als initiator, sponsor of belegger.

119. Instellingen moeten ervoor zorgen dat de stresstesten van gesecuritiseerde activa het …

Instellingen moeten ervoor zorgen dat de stresstesten van gesecuritiseerde activa het kredietrisico van de onderliggende pool van activa aanpakken, inclusief het wanbetalingsrisico, de mogelijke niet-lineaire en dynamische wanbetalingscorrelaties en de evolutie van de waarde van onderpand. Instellingen moeten rekening houden met alle relevante informatie met betrekking tot de specifieke structuur van elke securitisatie, zoals de anciënniteit van de tranche, de dikte van de tranche, kredietverbeteringen en granulariteit, uitgedrukt in termen van effectief aantal blootstellingen.

120. Er moet nauwlettend rekening worden gehouden met de gevoeligheid voor systemische …

Er moet nauwlettend rekening worden gehouden met de gevoeligheid voor systemische markteffecten die bijvoorbeeld een invloed hebben op het opdrogen van liquiditeit of toenemende correlatie van activa, op alle niveaus van het gestructureerde product. Daarnaast moet ook het effect van reputatierisico’s worden beoordeeld, die bijvoorbeeld kunnen leiden tot problemen op het vlak van financiering.

121. Stresstesten moeten rekening houden met alle relevante contractuele overeenkomsten, de …

Stresstesten moeten rekening houden met alle relevante contractuele overeenkomsten, de mogelijke impact van ingebouwde triggers (zoals voorzieningen voor voortijdige afschrijving), de hefboomwerking van de securitisatiestructuur en de liquiditeitsrisico’s/financieringsrisico’s die voortvloeien uit de structuur (d.w.z. incongruenties op het vlak van kasstromen en voorwaarden voor vooruitbetaling inclusief met betrekking tot renteschommelingen).

122. Scenario’s moeten ook rekening houden met de wanbetaling van een of meer contractuele …

Scenario’s moeten ook rekening houden met de wanbetaling van een of meer contractuele tegenpartijen bij de securitisatiestructuur, vooral deze die optreden als garantieverstrekker van bepaalde tranches.

123. Indien de instelling gebruikmaakt van externe ratings om het risico van gesecuritiseerde …

Indien de instelling gebruikmaakt van externe ratings om het risico van gesecuritiseerde producten te beoordelen, moeten de externe ratings kritisch worden beoordeeld en moeten stressscenario’s voor de ratings, inclusief de specifieke percentages van bijzondere waardevermindering voor ratingklassen worden beoordeeld, bijvoorbeeld door het uitvoeren van stresstesten van (historische) matrices voor transitie van rating.

124. Bij het uitwerken van de aanpak voor stresstesten moeten instellingen rekening houden met het …

Bij het uitwerken van de aanpak voor stresstesten moeten instellingen rekening houden met het volgende:

  • a) de impact van stresstesten voor gestructureerde kredietproducten zal voelbaar zijn op het niveau van de activapool bij verhoogde wanbetaling (of indien van toepassing PD’s en LGD’s) en bijgevolg kan men zich verwachten aan hogere percentages verwacht verlies/bijzondere waardevermindering en wettelijke kapitaalvereisten (en meer kans op downgrade) tijdens schokken; en
  • b) verdere impact kan veroorzaakt worden door dalingen van de netto kasstroom, stijgingen van handelsverliezen en waardeaanpassingen, of door de verslechtering van wettelijke parameters zoals de netto stabiele financieringsratio.

4.7.3 Marktrisico

125. Instellingen moeten rekening houden met marktrisico, in het bijzonder risico’s die …

Instellingen moeten rekening houden met marktrisico, in het bijzonder risico’s die voortvloeien uit verliezen als gevolg van ongunstige wijzigingen van de waarde van posities door schommelingen van de marktprijzen zoals grondstofrisico, kredietrisico, aandelenrisico, wisselkoersrisico en renterisico. Renterisico bij posities in de handelsportefeuille moet door instellingen worden beschouwd als een element van marktrisico.

126. Instellingen moeten stresstesten uitvoeren voor hun posities in financiële instrumenten in …

Instellingen moeten stresstesten uitvoeren voor hun posities in financiële instrumenten in handelsportefeuilles en portefeuilles van reële waarde opgenomen bij niet-gerealiseerde resultaten (d.w.z. boekhoudkundige termen voor het classificeren van financiële activa), inclusief securitisatie-instrumenten/posities en gedekte obligaties. Deze stresstesten moeten uitgevoerd worden als onderdeel van een stresstest voor de hele instelling en met het oog op het beheer van marktrisico en berekening.

127. Instellingen moeten een reeks ernstige, maar aanneembare scenario’s toepassen voor alle in de …

Instellingen moeten een reeks ernstige, maar aanneembare scenario’s toepassen voor alle in de vorige paragraaf vermelde posities, zoals uitzonderlijke wijzigingen van marktprijzen, tekorten aan liquiditeit op de markten en wanbetaling door grote marktspelers. Afhankelijkheden en correlaties tussen verschillende markten en bijgevolg ongunstige wijzigingen van correlaties moeten in voorkomend geval ook overwogen en ingecalculeerd worden. De impact op de boekhoudkundige verwerking van aanpassingen van de kredietwaardering (CVA) en op reserves voor portefeuilles van instellingen (bijvoorbeeld reserves voor liquiditeit, voor het modelleren van onzekerheden) moet op gelijke wijze overwogen worden in stresstesten. Stresstesten van reserves voor marktrisico moeten onderbouwd worden.

128. Bij het kalibreren van deze stresstesten moeten instellingen rekening houden met ten minste de …

Bij het kalibreren van deze stresstesten moeten instellingen rekening houden met ten minste de aard en de kenmerken van hun portefeuilles en daaraan gekoppelde financiële instrumenten (zoals eenvoudige/exotische producten, liquiditeit, maturiteit), hun handelsstrategieën, en de mogelijkheid van, kostprijs gekoppeld aan, en potentiële tijd gespendeerd aan afdekken of beheer van risico’s in ernstige marktomstandigheden.

129. Aangezien instrumenten en strategieën wijzigen doorheen de tijd moeten instellingen ervoor …

Aangezien instrumenten en strategieën wijzigen doorheen de tijd moeten instellingen ervoor zorgen dat hun stresstesten evolueren om met deze wijzigingen rekening te houden.

130. Instellingen moeten een gepaste aanpak ontwikkelen om indien van toepassing de onderschatting …

Instellingen moeten een gepaste aanpak ontwikkelen om indien van toepassing de onderschatting van staartrisico door historische gegevens (fat tails) aan te pakken, bijvoorbeeld door toepassing van ernstige hypothetische scenario’s, en, indien risico wordt beoordeeld op basis van percentiel vertrouwensniveaus, moeten ze rekening houden met staartgebeurtenissen boven deze vertrouwensniveaus.

131. Instellingen moeten in het bijzonder: a) de gevolgen beoordelen van belangrijke …

Instellingen moeten in het bijzonder:

  • a) de gevolgen beoordelen van belangrijke marktverstoringen en aannemelijke situaties identificeren die zouden kunnen leiden tot buitengewoon hoge verliezen, die, indien van toepassing, ook gebeurtenissen zouden moeten omvatten met een lage waarschijnlijkheid voor alle belangrijke soorten risico’s, vooral de verschillende componenten van marktrisico; voor stresstesten op portefeuilleniveau kunnen de effecten van ongunstige wijzigingen van correlaties verkend worden; en verzachtende effecten van beheersmaatregelen kunnen overwogen worden indien ze gebaseerd zijn op aannemelijke veronderstellingen over marktliquiditeit; en
  • b) beschikken over een lijst van de maatregelen die limieten inhouden en andere mogelijke maatregelen die worden getroffen om risico’s te verminderen en eigen middelen te bewaren; in het bijzonder moet, in voorkomend geval, rekening worden gehouden met wisselkoersrisico, renterisico, aandelenrisico en grondstofrisico tegenover de resultaten van de berekeningen van de stresstesten.

4.7.4 Operationeel risico

132. Instellingen moeten zich bewust zijn van het feit dat relevante risicoparameters gekoppeld aan …

Instellingen moeten zich bewust zijn van het feit dat relevante risicoparameters gekoppeld aan operationeel risico kunnen voortvloeien uit inadequate of mislukte interne processen, mensen en systemen, inclusief wettelijk risico, of door externe gebeurtenissen, en dat deze een weerslag kunnen hebben op alle producten en activiteiten binnen de instelling.

133. Met het oog op een stresstest van relevante risicoparameters moeten instellingen het effect in …

Met het oog op een stresstest van relevante risicoparameters moeten instellingen het effect in winst en verlies van operationeel verlies hanteren als de belangrijkste parameter. Elke intrinsieke impact van operationeel risico moet worden beschouwd als een verlies door operationeel risico (bijvoorbeeld intrinsieke impact van alternatieve kosten, of interne kosten zoals overwerk/premies, enz., indien deze verband houden met een operationeel risico). Daarnaast, en enkel met het oog op stresstesten, moet elk verlies van toekomstige inkomsten door operationeel risico (uitgezonderd tweedelijnseffecten op de macro-economische context) worden opgenomen. Ten minste moeten de instellingen in overeenstemming met de geavanceerde meetbenadering (AMA) voor het berekenen van de bijkomende kapitaalvereisten ook met deze verliezen rekening houden wanneer ze in de interne database van verliezen terechtkomen. Bij het gebruik van historische gegevens, externe gegevens of scenario’s als input voor zowel projecties voor winst en verlies als risicogewogen activa, moeten instellingen rekening houden met mogelijke effecten van dubbeltelling bij input, en deze vermijden.

134. Omdat operationeel verlies kan leiden tot tweede-ronde-effecten (d.w.z. reputatierisico) moet …

Omdat operationeel verlies kan leiden tot tweede-ronde-effecten (d.w.z. reputatierisico) moet het programma voor stresstesten voor operationeel risico, met het oog op de weergave van deze effecten, grondig geïntegreerd worden in de stresstest voor de hele instelling en moet deze onderlinge verbanden met liquiditeit en vereiste eigen middelen omvatten. Instellingen moeten ten minste een analyse uitvoeren van:

  • a) de blootstelling van de instelling aan activiteiten en haar daaraan gekoppeld risicocultuur en operationele verliezen in het verleden, met de nadruk op het niveau en de wijzigingen van verliezen en bruto-inkomsten van de voorbije jaren;
  • b) de bedrijfsomgeving, inclusief geografische locaties, waarin de instelling actief is en de macro-economische omstandigheden;
  • c) de evolutie van het aantal personeelsleden en de omvang en complexiteit van de balans tijdens de voorbije jaren, inclusief structurele wijzigingen omwille van bedrijfsgebeurtenissen zoals fusies en overnames;
  • d) wijzigingen van significante elementen van de IT-infrastructuur;
  • e) de mate en oriëntatie van incentives in vergoedingsregelingen;
  • f) de complexiteit van processen en procedures, producten en IT-systemen;
  • g) de mate van uitbesteding in verband met het concentratierisico gekoppeld aan alle overeenkomsten voor uitbesteding en externe marktinfrastructuren; en
  • h) de kwetsbaarheid van modelrisico, vooral binnen domeinen gekoppeld aan de handel van financiële instrumenten, risicowaardering en -beheer, en toewijzing van kapitaal.
135. Ook idiosyncratische risicofactoren moeten verkend en gebruikt worden als input voor de …

Ook idiosyncratische risicofactoren moeten verkend en gebruikt worden als input voor de uitwerking van scenario’s. Indicatief moeten instellingen in overeenstemming met de AMA hun bedrijfsomgeving en interne controlefactoren (BEICF’s) onderwerpen aan een stresstest.

136. Instellingen moeten rekening houden met de wisselwerking van, en individuele blootstelling aan …

Instellingen moeten rekening houden met de wisselwerking van, en individuele blootstelling aan deze idiosyncratische risicofactoren bij het bepalen van hun algemene blootstelling aan operationeel risico.

137. Instellingen moeten zorgvuldig de mogelijke wisselwerking van verliezen door operationeel …

Instellingen moeten zorgvuldig de mogelijke wisselwerking van verliezen door operationeel verlies met krediet- en marktrisico’s analyseren.

138. De analyse van de stresstesten zou gepaard moeten gaan met deskundig oordeel om ten minste …

De analyse van de stresstesten zou gepaard moeten gaan met deskundig oordeel om ten minste gebeurtenissen met een lage frequentie en hoge mate van ernst te omvatten.

139. Instellingen moeten ernstige, maar aanneembare stressgebeurtenissen uitwerken. …

Instellingen moeten ernstige, maar aanneembare stressgebeurtenissen uitwerken. Veronderstellingen kunnen verschillen van veronderstellingen gehanteerd in stressscenario’s voor kredietrisico en marktrisico. Wanneer een instelling haar activiteiten op de lokale of internationale markten uitbreidt via fusies en overnames, het ontwerp van nieuwe producten of nieuwe divisies, dan moeten de ernstige, maar aanneembare stresstestscenario’s gebaseerd zijn op deskundig oordeel om het mogelijke gebrek aan historische informatie op te vangen.

140. Instellingen moeten hun programma voor stresstesten uitwerken op grond van zowel interne als …

Instellingen moeten hun programma voor stresstesten uitwerken op grond van zowel interne als externe gegevens, en ze moeten een zorgvuldige analyse uitvoeren van:

  • a) het gebruik van schaalfactoren (in een situatie waarin externe gegevens naar beneden geschaald werden, kan de schaalfactor bijvoorbeeld verlaagd worden) en de mogelijke behoefte aan bijkomende impact als gevolg van wijzigende schaalfactoren in een stresssituatie; en
  • b) De criteria voor het bepalen van de relevantie van gegevens (niet als relevant beschouwde gegevens over een groot verlies kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden in de stresstest, naast vereisten volgens de Verordening kapitaalvereisten (in het Engels afgekort als CCR)). 4.7.5 Aan gedrag gekoppeld risico en daaraan gekoppelde proceskosten
141. Instellingen moeten ermee rekening houden dat aan gedrag gekoppeld risico als onderdeel van …

Instellingen moeten ermee rekening houden dat aan gedrag gekoppeld risico als onderdeel van juridisch risico onder het toepassingsgebied van operationeel risico, ontstaat omwille van het actuele of toekomstige risico van verliezen door het op onbehoorlijke wijze verlenen van financiële diensten en de daaraan gekoppelde proceskosten, inclusief gevallen van nalatigheid of moedwillige fouten.

142. In hun stresstesten moeten instellingen de relevantie en de betekenis van de volgende …

In hun stresstesten moeten instellingen de relevantie en de betekenis van de volgende blootstellingen aan aan gedrag gekoppeld risico en daaraan gekoppelde proceskosten beoordelen;

  • a) de misleidende verkoop van producten, zowel in retail- als groothandelsmarkten;
  • b) de opgelegde koppelverkoop van producten aan retailklanten, zoals pakketten met bankrekeningen of add-on producten die klanten niet nodig hebben;
  • c) belangenconflicten bij het uitvoeren van activiteiten;
  • d) de manipulatie van rentevoeten van benchmarks, wisselkoersen of alle andere financiële instrumenten of indexen om de winst van een instelling te vergroten;
  • e) oneerlijke barrières voor het wijzigen van financiële producten tijdens hun levensduur en/of het overstappen naar andere financiële dienstverleners;
  • f) slecht ontworpen distributiekanalen die kunnen leiden tot belangenconflicten met valse incentives;
  • g) oneerlijke automatische verlenging van producten of boetes bij uitstap; en
  • h) de oneerlijke verwerking van klachten van klanten.
143. Bij het meten van aan gedrag gekoppeld risico moeten instellingen rekening houden met (a) de …

Bij het meten van aan gedrag gekoppeld risico moeten instellingen rekening houden met

  • (a) de onzekerheid rond voorzieningen of verwachte verliezen als gevolg van aan gedrag gerelateerde gebeurtenissen; en (b) extreme verliezen gekoppeld aan staartrisico’s (onverwachte verliezen). Instellingen moeten hun kapitaalbehoeften bij dergelijke gebeurtenissen en scenario’s beoordelen en ook rekening houden met het effect op hun reputatie van verliezen als gevolg van gedrag. In principe moeten verwachte verliezen als gevolg van gekende aan gedrag gerelateerde kwesties gedekt worden door voorzieningen en opgenomen worden in de winst- en verliesrekening, terwijl onverwachte verliezen becijferd en gedekt worden door kapitaalvereisten van de instelling. Het eventuele overschot van bedragen na projectie van gestreste verliezen als gevolg van gedrag moet worden opgenomen in de beoordeling van potentiële kapitaalbehoeften door de instelling.
144. Om het risico aan te pakken dat voorzieningen ontoereikend of inconsistent qua timing zijn …

Om het risico aan te pakken dat voorzieningen ontoereikend of inconsistent qua timing zijn, moeten instellingen verwachte verliezen als gevolg van aan gedrag gekoppeld risico die meer bedragen dan de bestaande boekhoudkundige voorziening beoordelen en incalculeren in hun projecties. In voorkomend geval moeten instellingen beoordelen of toekomstige winst al dan niet voldoende zal zijn om deze bijkomende verliezen of kosten in de scenario’s te dekken en ze moeten deze informatie opnemen in hun kapitaalplannen.

145. Instellingen moeten kwantitatieve en kwalitatieve informatie over de omvang van hun …

Instellingen moeten kwantitatieve en kwalitatieve informatie over de omvang van hun activiteiten in relevante kwetsbare gebieden verzamelen en analyseren. Instellingen moeten ook informatie verschaffen als ondersteuning voor veronderstellingen van materieel belang die onderliggend zijn aan hun schattingen van aan gedrag gerelateerde kosten.

146. In zeldzame gevallen waarin een instelling niet in staat is om een schatting te geven voor een …

In zeldzame gevallen waarin een instelling niet in staat is om een schatting te geven voor een individueel aan gedrag gekoppeld risico van materieel belang omwille van de mate van onzekerheid, moet de instelling verduidelijken dat dit het geval is en moet ze bewijs en veronderstellingen voorleggen ter ondersteuning van haar beoordeling.

147. Stresstesten moeten in voorkomend geval ook gebruikt worden voor het beoordelen van …

Stresstesten moeten in voorkomend geval ook gebruikt worden voor het beoordelen van uitzonderlijke verliezen gekoppeld aan staartrisico’s (onverwachte verliezen) en of al dan niet bijkomend kapitaal moet worden aangehouden in overeenstemming met Pijler 2.

148. Instellingen moeten een beeld krijgen van de onverwachte verliezen die kunnen voortvloeien uit …

Instellingen moeten een beeld krijgen van de onverwachte verliezen die kunnen voortvloeien uit aan gedrag gekoppelde gebeurtenissen op grond van een combinatie van:

  • a) oordelen;
  • b) ervaring met verliezen in het verleden (bijvoorbeeld het grootste aan gedrag gekoppeld verlies van de instelling gedurende de voorbije vijf jaar);
  • c) het niveau van het verwacht jaarlijks verlies voor aan gedrag gekoppeld risico;
  • d) aan gedrag gekoppelde scenario’s die rekening houden met potentiële blootstelling gedurende een kortere tijdshorizon (bijvoorbeeld vijf jaar); en
  • e) verliezen geleden door gelijkaardige entiteiten of door entiteiten in gelijkaardige situaties (bijvoorbeeld in geval van proceskosten).

4.7.6 Liquiditeitsrisico

149. Instellingen moeten ermee rekening houden dat liquiditeitsrisico’s of financieringsrisico’s …

Instellingen moeten ermee rekening houden dat liquiditeitsrisico’s of financieringsrisico’s ontstaan wanneer een instelling niet in staat is om te voldoen aan actuele en toekomstige kasstromen.

150. Instellingen moeten ermee rekening houden dat liquiditeitsrisico’s of financieringsrisico’s …

Instellingen moeten ermee rekening houden dat liquiditeitsrisico’s of financieringsrisico’s bestaan uit:

  • a) liquiditeitsrisico’s op korte tot middellange termijn; en
  • b) financieringsrisico’s.
151. Instellingen moeten zichzelf analyseren en waarderen ten opzichte van risicofactoren die …

Instellingen moeten zichzelf analyseren en waarderen ten opzichte van risicofactoren die verband houden met zowel aan activa als aan verplichtingen gekoppeld posten als aan buitenbalansverbintenissen zoals toegelicht in de EBA-richtsnoeren inzake gemeenschappelijke procedures en methoden voor het proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder (in het Engels afgekort tot SREP).

152. De analyse van risicofactoren door de instellingen moet rekening houden met, maar mag niet …

De analyse van risicofactoren door de instellingen moet rekening houden met, maar mag niet beperkt worden tot:

  • a) de impact van macro-economische omstandigheden, zoals de impact van renteschokken op voorwaardelijke kasstromen;
  • b) de valuta van activa en verplichtingen, inclusief buitenbalansposten, om het convertibiliteitsrisico en mogelijke verstoringen van de toegang tot deviezenmarkten weer te geven;
  • c) de locatie van liquiditeitsbehoeften en beschikbare geldmiddelen, liquiditeitstransacties binnen de groep en het risico van beperkingen voor de overdracht van gelden tussen jurisdicties of entiteiten van de groep;
  • d) maatregelen die de instelling kan treffen om haar reputatie of franchise te behouden (bijvoorbeeld de vroegtijdige aflossing van opeisbare schulden);
  • e) de internalisering van risico’s gekoppeld aan specifieke activiteiten, zoals prime brokerage waar tot op zekere hoogte symmetrie kan vereist zijn tussen de leninggever en leningnemer van effecten, d.w.z. longposities van klanten worden gefinancierd via de opbrengsten van shortverkoop van klanten. Deze symmetrie is onderworpen aan het gedrag van tegenpartijen en is daarom gevoelig aan reputatierisico. Een dergelijk risico kan de afwikkeling van transacties uitlokken die er onverwacht voor zorgen dat de instelling effecten op haar balans heeft, samen met de nood om deze te financieren;
  • f) de kwetsbaarheden binnen de structuur voor financieringstermijnen omwille van externe, interne of contractuele gebeurtenissen;
  • g) realistische run-offpercentages in normale omstandigheden die versnellen in moeilijke tijden;
  • h) concentratie van financiering; en
  • i) schattingen van toekomstige groei van de balans.
153. Instellingen moeten deze risicofactoren onderwerpen aan gevoeligheidsanalyses, die op hun …

Instellingen moeten deze risicofactoren onderwerpen aan gevoeligheidsanalyses, die op hun beurt kwantitatieve achtergrondinformatie zouden moeten verschaffen voor het ontwerp van scenario’s.

154. Instellingen moeten de volgende drie soorten stressscenario’s toepassen: een idiosyncratisch …

Instellingen moeten de volgende drie soorten stressscenario’s toepassen: een idiosyncratisch scenario, een scenario voor de hele markt en een combinatie van beide. Een idiosyncratisch stressscenario dient rekening te houden met instellingsspecifieke gebeurtenissen (bijvoorbeeld een neerwaartse herziening van rating, wanbetaling door de grootste financierende tegenpartij, een verlies van markttoegang, een verlies van converteerbaarheid van valuta’s, wanbetaling van de tegenpartij die de grootste instroom levert), terwijl een stressscenario voor de hele markt moet rekening houden met een impact op een groep van instellingen of de financiële sector als geheel (bijvoorbeeld een verslechtering van omstandigheden op de financieringsmarkt of de macro-economische context, of neerwaartse herziening van ratings in landen waarin de instelling actief is).

155. Instellingen moeten verschillende tijdhorizons opnemen in hun stresstesten: de tijdhorizons …

Instellingen moeten verschillende tijdhorizons opnemen in hun stresstesten: de tijdhorizons moeten variëren van de volgende dag tot ten minste 12 maanden; er moeten ook afzonderlijke stresstesten zijn voor liquiditeitsrisico’s binnen de werkdag. De tijdhorizon moet bijvoorbeeld een korte acute fase van stress weergeven (tot 30 dagen om deze periodes te dekken zonder dat het bedrijfsmodel moet gewijzigd worden) gevolgd door een langere periode van minder acute, maar langer aanhoudende stress (tussen 3 en 12 maanden).

156. Instellingen moeten de stresstest van het liquiditeitsrisico op korte tot middellange termijn …

Instellingen moeten de stresstest van het liquiditeitsrisico op korte tot middellange termijn combineren met een stresstest van financieringsrisico, rekening houdend met een tijdhorizon van ten minste 12 maanden.

157. Instellingen moeten een set van ongunstige veronderstellingen betreffende het gedrag …

Instellingen moeten een set van ongunstige veronderstellingen betreffende het gedrag ontwikkelen voor klanten, inclusief rekeninghouders, overige geldverschaffers en tegenpartijen voor elk verschillend scenario en verschillende tijdhorizon.

158. Bij het uitwerken van scenario’s moeten instellingen rekening houden met de impact van …

Bij het uitwerken van scenario’s moeten instellingen rekening houden met de impact van stressgebeurtenissen voor andere soorten risico’s, zoals verliezen door kredietrisico en reputatierisico, op hun liquiditeitspositie, en de mogelijkheid van een impact van uitverkoop van andere instellingen (bijvoorbeeld spillover) of van hun eigen liquiditeitsbuffer op de actuele marktwaarde van andere activa die ze aanhouden.

159. Als belangrijkste methode voor het berekenen van de omvang van de impact moet het profiel van …

Als belangrijkste methode voor het berekenen van de omvang van de impact moet het profiel van de netto kasstromen worden gehanteerd. Voor elk scenario identificeert de instelling op elk stressniveau binnenkomende en uitgaande kasstromen die voor elke toekomstige tijdperiode en de daaruit voortvloeiende netto kasstromen geprojecteerd worden. Instellingen moeten rekening houden met het laagste cumulatieve punt van netto kasstromen binnen de in elk gegeven scenario beoordeeld tijdperiode.

160. Instellingen moeten in voorkomend geval de analyse uitbreiden naar andere parameters, zoals …

Instellingen moeten in voorkomend geval de analyse uitbreiden naar andere parameters, zoals:

  • a) liquiditeitsratio’s en andere binnen het kader gehanteerde parameters die moeten bestaan uit, maar niet mogen beperkt worden tot, toezichthoudende liquiditeitsratio’s en parameters, in het bijzonder de liquiditeitsdekkingsratio en de netto stabiele financieringsratio.
  • b) hun beschikbare liquiditeitsbuffer, bovenop de hierboven vermelde ratio’s, en andere compenserende maatregelen, d.w.z. hun compenserend vermogen, voor elk stressscenario; de stresstesten van deze parameter zou moeten aangevuld worden door een beoordeling van de impact op de evenredigheid en aard van bezwaarde activa;
  • c) de overlevingskansen van de instelling afgeleid van haar compenserend vermogen, d.w.z. het vermogen van de instelling om in het bezit te zijn, of toegang te krijgen tot buitensporige liquiditeit op korte termijn, middellange termijn en lange termijn in reactie op stressscenario’s zoals bepaald door EBA-richtsnoeren inzake gemeenschappelijke procedures en methoden voor het proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder, en te krappe kasstromen, gezamenlijk beschouwd, voor en na de impact van compenserende maatregelen;
  • d) solvabiliteit en winstgevendheid.
161. Bij het toepassen van de verschillende stressscenario’s moeten instellingen compenserende …

Bij het toepassen van de verschillende stressscenario’s moeten instellingen compenserende effecten door centrale banken (monetair beleid) beoordelen en benadrukken en een conservatieve aanpak hanteren.

162. Parameters voor stresstesten voor liquiditeit omvat, indien aangewezen en in het bijzonder …

Parameters voor stresstesten voor liquiditeit omvat, indien aangewezen en in het bijzonder voor ten minste alle materiële valuta’s, een granulariteit per valuta om een analyse mogelijk te maken van valutaspecifieke veronderstellingen in scenario’s (zoals volatiliteit van wisselkoersen of valutamismatches).

163. Instellingen moeten in voorkomend geval de stresstest voor liquiditeit opnemen in hun …

Instellingen moeten in voorkomend geval de stresstest voor liquiditeit opnemen in hun stresstesten voor de hele instelling, en rekening houden met verschillen in de tijdperiodes die aan bod komen in stresstesten voor liquiditeit met deze die aan bod komen in stresstesten voor solvabiliteit voor de hele instelling. Instellingen moeten ten minste de impact beoordelen van toenemende financieringskosten op winst en verlies. Instellingen moeten ermee rekening houden dat het koppelen van financieringskosten aan de solvabiliteitspositie een invloed kan hebben op de stresstest voor liquiditeit, met name een te trage verslechtering van liquiditeit.

4.7.7 Renterisico uit activiteiten buiten handelsportefeuille

164. Deze paragraaf is onverminderd de EBA-richtsnoeren voor renterisico dat voortvloeit uit …

Deze paragraaf is onverminderd de EBA-richtsnoeren voor renterisico dat voortvloeit uit activiteiten buiten handelsportefeuille.

165. Stresstesten moeten een ondersteuning zijn voor, en een integraal deel uitmaken van het intern …

Stresstesten moeten een ondersteuning zijn voor, en een integraal deel uitmaken van het intern beheersysteem voor het renterisico in het bankenboek (in het Engels afgekort tot IRRBB).

166. De rentescenario’s die gebruikt worden voor stresstesten, inclusief ten behoeve van de …

De rentescenario’s die gebruikt worden voor stresstesten, inclusief ten behoeve van de toepassing van artikel 98(5) van Richtlijn 2013/36/EU voor renterisico uit activiteiten buiten handelsportefeuille, moeten afdoende zijn om alle materiële renterisico’s te identificeren, zoals gap risk, basisrisico en optierisico.

167. Instellingen moeten ervoor zorgen dat de in de vorige paragrafen vermelde tests niet enkel …

Instellingen moeten ervoor zorgen dat de in de vorige paragrafen vermelde tests niet enkel gebaseerd worden op een eenvoudige parallelle verschuiving, maar dat ze rekening houden met schommelingen en wijzigingen van de vorm van de rendementscurves in hun scenario-analyses.

168. Instellingen moeten rekening houden met de volgende elementen: a) het spreadrisico, dat …

Instellingen moeten rekening houden met de volgende elementen:

  • a) het spreadrisico, dat voortvloeit uit mismatch van referentierente tussen time-matched financiering en beleggingen; en
  • b) risico’s van vervroegde beëindiging opgenomen in contracten met een ingebouwde optie, die de instelling zouden kunnen dwingen tot een nieuwe transactie tegen minder gunstige voorwaarden.
169. Instellingen moeten zich bewust zijn van mogelijke indirecte rente-effecten die zorgen voor …

Instellingen moeten zich bewust zijn van mogelijke indirecte rente-effecten die zorgen voor verlies elders (een pass-through naar leningtarieven zou bijvoorbeeld kunnen zorgen voor meer verlies door kredietrisico omwille van een verslechtering van het vermogen van klanten om te betalen).

170. Waar minder complexe financiële instrumenten worden gebruikt, moeten instellingen het effect …

Waar minder complexe financiële instrumenten worden gebruikt, moeten instellingen het effect van een schok berekenen door middel van gevoeligheidsanalyse (zonder de identificatie van de oorsprong van de schok, en door middel van de eenvoudige toepassing van de schok op de portefeuille). Indien een instelling meer complexe financiële instrumenten gebruikt waarop de schok meerdere en indirecte effecten heeft, dan dient ze een meer geavanceerde aanpak te hanteren met specifieke definities van ongunstige (stress-)situaties die relevante idiosyncratische risico’s weergeven.

4.7.8 Concentratierisico

171. Stresstesten zouden een belangrijk instrument moeten zijn voor het identificeren van …

Stresstesten zouden een belangrijk instrument moeten zijn voor het identificeren van concentratierisico, omdat ze instellingen toelaten om onderlinge afhankelijkheden tussen blootstellingen op te sporen, die enkel zichtbaar kunnen worden in moeilijke omstandigheden, en verborgen concentraties.

172. Bij het beoordelen van dit risico in hun programma’s voor stresstesten moeten instellingen …

Bij het beoordelen van dit risico in hun programma’s voor stresstesten moeten instellingen rekening houden met het kredietrisico van elke blootstelling, maar ook met bijkomende bronnen van risico’s voortvloeiend uit het gelijkaardige gedrag van bepaalde blootstellingen (d.w.z. hogere correlatie). Deze bijkomende bronnen van risico die worden geanalyseerd, moeten omvatten, maar mogen niet beperkt worden tot:

  • a) concentratie jegens één grote tegenpartij (d.w.z. klant of groep van verbonden klanten zoals vastgelegd in, artikel 4(39) van Verordening (EU) nr. 575/2013);
  • b) sectorale concentraties;
  • c) geografische concentraties;
  • d) productconcentraties; en
  • e) concentraties van onderpand en garantie.
173. Bij het uitvoeren van stresstesten, in het bijzonder voor de hele instelling en met inbegrip …

Bij het uitvoeren van stresstesten, in het bijzonder voor de hele instelling en met inbegrip van stresstesten op groepsniveau, moeten instellingen concentratierisico beoordelen rekening houdend met blootstellingen op en buiten balans, en met bank-, handels- en afdekkingsposities.

174. Stresstesten moeten rekening houden met wijzigingen die zich kunnen voordoen in de …

Stresstesten moeten rekening houden met wijzigingen die zich kunnen voordoen in de bedrijfsomgeving en die zouden leiden tot het ontstaan van concentratierisico. In het bijzonder dienen stresstesten rekening te houden met ongebruikelijke, maar aanneembare wijzigingen in correlaties tussen diverse soorten risicofactoren en met extreme en ongebruikelijke wijzigingen van risicoparameters, die verder gaan dan eenvoudige risicofactoren, om scenario’s te bekijken die rekening houden met onderling gekoppelde risicofactoren en die niet enkel eerste-ronde-, maar ook feedbackeffecten weergeven.

175. De manier waarop geconcentreerde blootstellingen zich gedragen in reactie op dezelfde …

De manier waarop geconcentreerde blootstellingen zich gedragen in reactie op dezelfde risicofactoren moet in de stresstesten ingecalculeerd worden, inclusief het risico van bijkomende verliezen op korte termijn als gevolg van geconcentreerde blootstellingen doorheen de posities in retail- en bedrijfskredieten in portefeuille of doorheen de verschillende entiteiten van een groep.

176. Instellingen moeten rekening houden met de impact op handelsportefeuilles van blootstelling …

Instellingen moeten rekening houden met de impact op handelsportefeuilles van blootstelling aan één enkele risicofactor of meerdere risicofactoren die gecorreleerd zijn.

177. Om het ex-anteniveau van concentratierisico en/of de impact van het scenario op het …

Om het ex-anteniveau van concentratierisico en/of de impact van het scenario op het concentratieniveau te beoordelen, moeten instellingen in voorkomend geval rekening houden met meer of minder complexe indicatoren, zoals de Herfindahl-Hirschman Index (HHI) en Gini-coëfficiënten.

178. Instellingen moeten rekening houden met het mogelijke bestaan van overlappingen tussen …

Instellingen moeten rekening houden met het mogelijke bestaan van overlappingen tussen verschillende concentratiebronnen. Instellingen moeten niet gewoonweg een som maken van de impact van risico’s, maar ze moeten ook aggregatiemethodes hanteren die rekening houden met de onderliggende drivers.

4.7.9 Risico van kredietverlening in vreemde valuta

179. Instellingen moeten ermee rekening houden dat het risico van kredietverlening in vreemde …

Instellingen moeten ermee rekening houden dat het risico van kredietverlening in vreemde valuta:

  • a) kan voortvloeien uit het niet-afgedekte onvermogen van de kredietnemer (d.w.z. retailbedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen die kredietnemer zijn zonder een natuurlijke of financiële afdekking zijn blootgesteld aan een valutamismatch tussen de leningsvaluta en de afdekkingsvaluta, zoals gedefinieerd in EBA/GL/2014/13) om schulden te betalen uitgedrukt in andere valuta’s dan de valuta van de Lidstaat waarin de instelling is toegelaten;
  • b) gekoppeld is aan zuiver kredietrisico en risico van deviezenmarkten;
  • c) gekenmerkt wordt door een niet-lineaire relatie van componenten van kredietrisico en risico van deviezenmarkten;
  • d) beïnvloed wordt door het algemeen wisselkoersrisico; en
  • e) kan voortvloeien uit aan gedrag gekoppeld risico.
180. In hun programma’s voor stresstesten moeten instellingen rekening houden met het risico van …

In hun programma’s voor stresstesten moeten instellingen rekening houden met het risico van kredietverlening in vreemde valuta dat een impact heeft op de kredietfaciliteiten aan de activazijde van de balans en hun vele bronnen van risico, rekening houdend met het feit dat het onvermogen van de debiteur om zijn schuld terug te betalen kan voortvloeien uit:

  • a) risico’s gekoppeld aan de interne bron van inkomsten van de debiteur;
  • b) risico’s gekoppeld aan de economische situatie in het land waarin de valuta is uitgedrukt; en
  • c) wisselkoersrisico.
181. Bij het uitwerken of implementeren van hun stresstestscenario’s moeten instellingen rekening …

Bij het uitwerken of implementeren van hun stresstestscenario’s moeten instellingen rekening houden met het feit dat de impact van risico van kredietverlening in vreemde valuta kan voortvloeien uit de stijging van zowel de uitstaande waarde van schuld en de stroom van betalingen om die schuld af te lossen, als een stijging van de uitstaande waarde van schuld ten opzichte van de waarde van onderpandactiva uitgedrukt in de binnenlandse valuta.

182. Instellingen moeten stressscenario’s ontwerpen door verschillende parameters te wijzigen zodat …

Instellingen moeten stressscenario’s ontwerpen door verschillende parameters te wijzigen zodat ze de prestaties van valutakredietportefeuilles in verschillende gevallen kunnen voorspellen, zoals:

  • a) het veronderstellen van de stijging van de wisselkoers van de valuta van het gastland met een vooraf bepaald percentage;
  • b) het veronderstellen van een verschuiving van de wisselkoers met een vooraf bepaald procentpunt; of
  • c) een combinatie van beide.
183. Om de potentiële kwetsbaarheid te beoordelen moeten instellingen in staat zijn om bijkomende …

Om de potentiële kwetsbaarheid te beoordelen moeten instellingen in staat zijn om bijkomende verliezen door kredietrisico aan te tonen als gevolg van het risico van kredietverlening in vreemde valuta die losstaan van de verliezen als gevolg van kredietrisico en bedragen van risicoblootstelling die voortvloeien uit de impact van het scenario op factoren van kredietrisico’s.

184. Bij het uitvoeren van stresstesten op het risico van kredietverlening in vreemde valuta moeten …

Bij het uitvoeren van stresstesten op het risico van kredietverlening in vreemde valuta moeten instellingen ten minste rekening houden met:

  • a) het soort wisselkoersregime en hoe dit een impact zou kunnen hebben op de evolutie van de wisselkoers tussen binnenlandse en buitenlandse valuta’s;
  • b) de gevoeligheidsimpact van wisselkoersschommelingen op de kredietrating/score en vermogen om schuld af te lossen van een kredietnemer;
  • c) de mogelijke concentratie van leningsactiviteit in één enkele vreemde valuta of in een beperkt aantal in hoge mate gecorreleerde vreemde valuta’s;
  • d) de mogelijke concentratie van leningsactiviteit in een aantal specifieke sectoren van de economie, in de valuta van het land, die hun kernactiviteiten uitoefenen in landen of markten met vreemde valuta’s en de overeenstemmende evolutie van die sectoren die in hoge mate gecorreleerd zijn met vreemde valuta’s; en
  • e) het vermogen om financiering voor dit soort portefeuille af te dekken; voor instellingen die interne modellen hanteren voor de berekening van kapitaalvereisten door kredietrisico moet het bijkomend risico gekoppeld aan kredietverlening in vreemde valuta’s weerspiegeld worden in een hoger risicogewicht van die activa, en de niet-uitputtende lijst van variabelen die gehanteerd worden in de modellen moet rente-ongelijkheden, lening-waarderatio’s, cross-correlatie van valuta’s en volatiliteit omvatten.
185. Instellingen moeten rekening houden met mogelijke significante zwakheden van interne modellen …

Instellingen moeten rekening houden met mogelijke significante zwakheden van interne modellen met een mogelijke onderschatting van waardevermindering van valuta’s in verband met het vermogen van de klant om zijn schuld af te lossen, rekening houdend met de volgende elementen:

  • a) monetair beleid tijdens een crisisperiode legt vaak de nadruk op het stimuleren van de reële economie door een aanzienlijke verhoging van de referentierente, met potentieel misleidende informatie door interne modellen aangaande deze indirecte effecten; en
  • b) waardestijging van valuta’s kunnen gedeeltelijk tegengegaan worden door dalende rente en dit kan leiden tot een onderschatting van risico gekoppeld aan kredietverlening in vreemde valuta omdat, bij een nulrente, een dergelijke wisselwerking niet zou mogelijk zijn op lange termijn.
186. Bij het beoordelen van de mogelijke impact van kredietverlening in buitenlandse valuta op de …

Bij het beoordelen van de mogelijke impact van kredietverlening in buitenlandse valuta op de winstgevendheid in een bepaald scenario moeten instellingen in voorkomend geval het wettelijk regime en de relevante jurisdictie opnemen, waardoor instellingen kunnen genoodzaakt zijn om kredietverlening in vreemde valuta uit te drukken in de binnenlandse valuta tegen wisselkoersen die aanzienlijk lager zijn dan deze op de markt.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/