|
Kredietinstellingen werken beleid uit met betrekking tot het NPE-beheerkader, toetsen dit regelmatig en monitoren de naleving daarvan. Zij stellen beleid vast op de hierna genoemde terreinen, rekening houdend met het evenredigheidsbeginsel, teneinde de tenuitvoerlegging van de strategie van de kredietinstelling te verwezenlijken (waar relevant met inbegrip van haar NPL-strategie en haar operationele plan). Beleid voor het beheer van achterstalligheid In dit beleid wordt het NPE-bedrijfsmodel van de kredietinstelling uiteengezet (zie paragraaf 5.2). Het omvat ten minste de volgende onderdelen: - • de structuur en verantwoordelijkheden van de NPE-HE's, met duidelijke triggers voor overdracht en een koppeling met de groepering van blootstellingen (zie paragraaf 5.2.3);
- • de procedure die de betrokken functies moeten volgen. Deze omvatten ten minste de volgende onderdelen:
- - de procedure en de criteria voor overdracht voor elk stadium van achterstalligheid
- – achterstallige betaling in een vroeg stadium en achterstallige betaling in een laat stadium;
- - de te volgen procedure wanneer een kredietnemer wordt geclassificeerd als niet-meewerkend en/of niet-haalbaar, en de criteria om de kredietnemer als zodanig te classificeren;
- - de communicatie met de lener bij elke stap, in overeenstemming met het wetgevingskader van het land van de activiteiten (bijv. gedragscode);
- - het monitoren van de te gebruiken instrumenten en methoden;
- • de vereiste personele en technische middelen;
- • de rapporten die intern moeten worden geproduceerd ten behoeve van de monitoring en voor regelmatige informatieverstrekking aan het leidinggevend orgaan.
Wanneer kredietinstellingen hun beleid voor het beheer van achterstalligheid uitwerken, houden zij rekening met artikel 28 van Richtlijn 2014/17/EU en in het bijzonder met de bepalingen van de EBA-richtsnoeren inzake achterstallige betalingen en gedwongen verkoop. Respijtbeleid In het in paragraaf 6.2.1 beschreven respijtbeleid wordt ten minste het volgende vastgelegd: - • de financiële en niet-financiële documentatie die moet worden opgevraagd en door de verschillende soorten kredietnemers moet worden verstrekt om de verantwoordelijke kredietmedewerker in staat te stellen terugbetaalcapaciteit op basis van hoofdsom en rente aan te tonen;
- • de minimale financiële kernmaatstaven en -ratio's voor de terugbetaalcapaciteit die de kredietmedewerker moet toepassen, uitgewerkt op portefeuille-/product-/sectorspecifieke basis, teneinde de terugbetaalcapaciteit van de kredietnemer volledig te beoordelen; sectorspecifieke richtsnoeren voor het opstellen van financiële kernmaatstaven en -ratio's op sectorspecifieke basis (mkb en corporates);
- • het proces voor het bepalen en ten uitvoer leggen van de meest passende respijtoplossing voor een kredietnemer:
- - voor retailcliënten worden beslisbomen gebruikt. Het proces voor retailcliënten is in overeenstemming met de bepalingen van de EBA-richtsnoeren inzake achterstallige betalingen en gedwongen verkoop. Voor niet-retailkredietnemers biedt het beleid, als het gebruik van een beslisboom niet passend is, duidelijke instructies voor de kredietmedewerker voor het beoordelen van de geschiktheid van een respijtbehandeling.
- - In het geval van kredietnemers voor wie geen oplossing kan worden bereikt (niet-haalbaar en/of niet-meewerkende kredietnemers), worden een aan termijnen gebonden proces en procedure opgesteld voor de overdracht van deze kredietnemers naar de NPE-HE's die verantwoordelijk zijn voor liquidatie;
- • een toolkit met respijtmaatregelen voor korte en lange termijn, zoals beschreven in hoofdstuk 6;
- • duidelijke instructies aan de kredietmedewerker voor de vereisten voor herwaardering van zekerheid overeenkomstig hoofdstuk 9;
- • het besluitvormingsproces, de goedkeuringsniveaus en -procedures voor elk type respijtmaatregel en voor elke blootstellingsomvang;
- • het proces en de procedure voor het monitoren van verleende respijtoplossingen en prestaties van kredietnemers na voltooiing van een herstructurering, waaronder de frequentie van de toetsing van de kredietnemer, de definitie van hernieuwde wanbetaling, het proces van herbeoordeling en vereisten voor het rapporteren van hernieuwde wanbetaling;
- • het prijsbeleid voor elke respijtmaatregel en elk type kredietnemer. Beleid voor het terugwinnen van schuld/afdwingen van betaling
De NPE-HE's die verantwoordelijk zijn voor de terugwinning van schulden, ondernemen tijdig de meest passende acties om NPE's gedurende een vastgestelde periode doeltreffend te verminderen. Het beleid voor terugwinning van schuld is in lijn met de NPL-strategie en omvat ten minste de volgende onderdelen: - • de beschikbare opties voor elk type zekerheid. De volgende opties (in willekeurige volgorde) zouden kunnen worden overwogen:
- - vrijwillige verkoop van activa (kredietnemer werkt weer mee en stemt erin toe het actief te verkopen);
- - gedwongen verkoop van actief via curatoren/gerechtelijke procedure (activa blijven niet op de balans van de kredietinstelling);
- - executie van actief (activa blijven op de balans van de kredietinstelling);
- - inning van schuld (intern of extern);
- - schuld-activaruil of schuld-aandelenruil;
- - verkoop van lening/leningportefeuille aan derde partij;
- • de procedure die moet worden gevolgd om de meest passende terugwinningsoptie te kiezen en het team van interne en externe deskundigen dat moet worden betrokken bij het nemen van de beslissing;
- • bij de terugwinningsoptie wordt rekening gehouden met het bestaan van zekerheid, het soort juridische documenten, het soort kredietnemer, de lokale marktomstandigheden en de macro-economische vooruitzichten, het wetgevingskader en de potentiële historische terugwinningspercentages voor elke optie versus de kosten die elke optie meebrengt;
- • een duidelijke definitie van niet-meewerkende kredietnemers of een koppeling met gerelateerd beleid waarin een dergelijke definitie is opgenomen;
- • een duidelijk omschreven goedkeuringsproces voor elke fase van het schuldterugwinningsproces voor de verschillende terugwinningsopties waarover de kredietinstelling beschikt;
- • de rol van risicobeheersings- en interne-auditafdelingen in de procedure en het monitoringproces.
Ten aanzien van de liquidatie van zekerheden wordt in het beleid het volgende gedefinieerd: - • de te hanteren methode voor de waardering van het actief (overeenkomstig paragraaf 9.7), met inbegrip van de toe te passen liquidatiekosten. De liquidatiekosten zijn in overeenstemming met de vereisten die zijn vastgelegd in paragraaf 9.3.3;
- • betrokkenheid van interne of externe deskundigen;
- • limieten
- - aan de hoeveelheid activa die de kredietinstelling op enig moment kan aanhouden, rekening houdend met de voor grote blootstellingen geldende grenswaarden die zijn gespecificeerd in de richtlijn kapitaalvereisten, en sectorconcentratierisico, bijvoorbeeld in de vastgoedsector;
- - aan de hoeveelheid teruggenomen of geëxecuteerde activa die binnen een bepaalde periode kunnen worden verworven door de kredietinstelling;
- • de procedure die na een terugneming of executie moet worden gevolgd voor het uitwerken en ten uitvoer leggen van een verkoopstrategie en de eenheid binnen de kredietinstelling die verantwoordelijk is voor het beheer van de betrokken activa (dit kan ook worden gedefinieerd in een afzonderlijk beleid voor een geëxecuteerd/teruggenomen actief).
Kredietinstellingen houden voor NPE-kredietnemers met meerdere kredietverleners (meestal corporate kredietnemers) rekening met de interactie met andere kredietverleners. Daartoe produceren zij een duidelijke procedure voor onderhandeling en interactie met andere financiële instellingen (of andere derden) bij wie de kredietnemer schulden heeft. Beleid met betrekking tot zekerheden Kredietinstellingen ontwikkelen, gezien het belang van de beperking van het kredietrisico in het NPE-herschikkingsproces, een duidelijk en consistent beleid met betrekking tot zekerheden, met inbegrip van beleid voor geëxecuteerde activa. Dit beleid bestrijkt volledig het beheer, de waardering en de rapportage met betrekking tot alle soorten zekerheid. Gezien de complexiteit en het specialistische karakter van sommige soorten zekerheid doen kredietinstellingen een beroep op externe deskundigheid voor het opstellen en toetsen van dit beleid. Kredietinstellingen waarborgen een consistente aanpak van het beheer en de waardering van gelijksoortige zekerheden binnen de portefeuille, zoals beschreven in hoofdstuk 9. Beleid betreffende NPE-monitoring Er wordt een specifiek beleid opgesteld waarin onder meer het volgende wordt vastgelegd: - • de soorten acties die vereist zijn bij de verschillende soorten bevindingen;
- • escalatieprocedures;
- • belangrijkste elementen van de rapportage, en de frequentie en ontvangers daarvan;
- • criteria voor overdracht/koppeling met NPL-procedures.
Beleid met betrekking tot outsourcing/NPL-dienstverlening Er wordt een specifiek beleid opgesteld voor de outsourcing van diensten aan derden, indien dit relevant is. Hierin worden de vereiste procedures opgenomen voor de selectie van outsourcingpartners, de vereiste inhoud van contracten en het besluitvormingsproces voor outsourcingovereenkomsten, evenals het monitoren van deze overeenkomsten.
|