+Richtsnoeren Richtsnoeren inzake het beheer van niet-renderende en respijtblootstellingen (EBA/GL/2018/06)
---+1. Nalevings- en rapportageverplichtingen
------+Status van deze richtsnoeren
---------+1. Dit document bevat richtsnoeren die zijn uitgebracht op grond van artikel 16 van Verordening …
---------+2. De richtsnoeren geven weer wat naar opvatting van EBA passende toezichtpraktijken binnen het …
------+Rapportageverplichtingen
---------+3. Overeenkomstig artikel 16, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1093/2010 stellen bevoegde …
---------+4. Kennisgevingen worden overeenkomstig artikel 16, lid 3, van Verordening nr. 2093/2010 op de …
---+2. Onderwerp, toepassingsgebied en definities
------+Onderwerp
---------+5. Deze richtsnoeren beschrijven goede risicobeheerpraktijken voor kredietinstellingen inzake het …
---------+6. Deze richtsnoeren geven bevoegde autoriteiten ook een leidraad voor de beoordeling van de …
------+Toepassingsgebied
---------+7. Deze richtsnoeren gelden met betrekking tot artikel 74 van Richtlijn 2013/36/EU, waarin wordt …
---------+8. De bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat kredietinstellingen op een individuele …
---------+9. Alle hoofdstukken van deze richtsnoeren gelden voor alle blootstellingen die onder de definities …
---------+10. Ten behoeve van de hierboven genoemde definities van niet-renderende en respijtblootstellingen …
---------+11. Kredietinstellingen met een bruto NPL-ratio van 5% of hoger op geconsolideerd …
---------+12. Wanneer kredietinstellingen een bruto NPL-ratio van minder dan 5% hebben, maar een hoog aandeel …
---------+13. Bovendien kunnen bevoegde autoriteiten bepalen dat andere kredietinstellingen dan die welke …
---------+14. Alle kredietinstellingen passen de hoofdstukken 6 tot en met 9 toe.
---------+15. Kredietinstellingen voldoen aan deze richtsnoeren op een wijze die aansluit bij hun omvang en …
---------+16. Evenredigheid in termen van de beoordeling door de toezichthouder van de NPE-strategie van een …
------+Adressaten
---------+17. Deze richtsnoeren zijn gericht tot bevoegde autoriteiten als gedefinieerd in artikel 4, lid 2 …
------+Definities
---------+18. Tenzij anders aangegeven hebben de termen die worden gebruikt en gedefinieerd in Richtlijn …
---------+19. Daarnaast gelden in het bijzonder, ten behoeve van deze richtsnoeren, de volgende definities. …
---+3. Tenuitvoerlegging
------+Toepassingsdatum
---------+20. Deze richtsnoeren gelden vanaf 30 juni 2019.
---------+21. Voor de eerste toepassing van deze richtsnoeren berekenen kredietinstellingen hun NPL-ratio's …
---+4. NPE-strategie
------+22. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste elementen beschreven voor de uitwerking en uitvoering …
------+23. Kredietinstellingen houden bij de uitwerking en uitvoering van hun NPE-beleid rekening met …
------+4.1 Uitwerking van de NPE-strategie
---------+24. Kredietinstellingen stellen een NPE-strategie vast om een aan termijnen gebonden vermindering …
---------+25. De volgende stappen vormen de belangrijkste bouwstenen van de uitwerking en tenuitvoerlegging …
---------+26. Wanneer kredietinstellingen hun NPE-strategie ontwikkelen, houden ze ook rekening met beleid …
------+4.2 Beoordeling van de bedrijfsomgeving
---------+27. Kredietinstellingen voeren, als eerste fase voor het formuleren en uitvoeren van een passende …
---------+4.2.1 Interne capaciteiten/zelfbeoordeling
------------+28. Kredietinstellingen verrichten een uitgebreide zelfbeoordeling om de actuele situatie te …
------------+29. Instellingen verwerven een volledig inzicht in en voeren een beoordeling uit van: a) de omvang …
------------+30. Kredietinstellingen voeren jaarlijks een uitgebreide zelfbeoordeling uit die ten minste de in …
------------+31. Kredietinstellingen rapporteren de uitkomst van de uitgebreide zelfbeoordeling aan het …
------------+32. Kredietinstellingen overwegen op periodieke basis een beroep te doen op deskundigen van de …
---------+4.2.2 Externe omstandigheden en bedrijfsomgeving
------------+33. Wanneer kredietinstellingen de NPE-strategie en de bijbehorende NPE-reductiedoelen vaststellen …
---------+4.2.3 Gevolgen van de NPE-strategie voor het kapitaal
------------+34. Kredietinstellingen zijn in staat voor elk van de reductiefactoren de gevolgen van de geplande …
------------+35. Kredietinstellingen nemen passende acties op in hun kapitaalplanning om te waarborgen dat er …
------+4.3 Ontwikkeling van de NPE-strategie
---------+36. De NPE-strategie omvat ten minste termijngebonden kwantitatieve NPE-doelen en doelen met …
---------+4.3.1 Opties voor de tenuitvoerlegging van de strategie
------------+37. Kredietinstellingen overwegen om in de NPE-strategie een combinatie van strategieën en opties …
------------+38. Kredietinstellingen bepalen strategieopties voor de middellange en lange termijn die mogelijk …
------------+39. Wanneer een kredietinstelling concludeert dat voor bepaalde portefeuilles of afzonderlijke …
------------+40. Kredietinstellingen die complexe processen willen toepassen, zoals NPE-risico-overdracht en …
---------+4.3.2 Doelen
------------+41. Voordat kredietinstellingen beginnen met het stellen van doelen voor de korte tot middellange …
------------+42. Kredietinstellingen nemen ten minste duidelijk gedefinieerde, realistische maar ambitieuze …
------------+43. Kredietinstellingen stellen doelen als volgt vast: a) naar tijdshorizon (korte termijn …
------------+44. De NPE-doelen voor kredietinstellingen omvatten ten minste een verwachte absolute of relatieve …
------------+45. De NPE-doelen zijn in overeenstemming met de gedetailleerdere operationele doelen. Wanneer dit …
---------+4.3.3 Operationeel plan
------------+46. De NPE-strategie van de kredietinstelling wordt ondersteund door een operationeel plan, dat …
------------+47. Het operationele NPE-plan omvat ten minste: a) duidelijke termijngebonden doelstellingen; b) …
------------+48. In het operationele NPE-plan wordt specifiek aandacht besteed aan interne factoren die het …
------+4.4 Tenuitvoerlegging van het operationele NPE-plan
---------+49. De tenuitvoerlegging van het operationele plan van de NPE-strategie steunt op passend beleid en …
---------+50. Kredietinstellingen rapporteren significante afwijkingen van het plan tijdig bij het …
------+4.5 Inbedding van de NPE-strategie
---------+51. Aangezien veel verschillende onderdelen binnen de kredietinstelling betrokken zijn bij en mede …
---------+52. Kredietinstellingen brengen bij alle relevante medewerkers de belangrijkste onderdelen van de …
---------+53. Kredietinstellingen definiëren en documenteren duidelijk de rollen, verantwoordelijkheden en …
---------+54. Medewerkers en managementleden die betrokken zijn bij NPE-herschikkingsactiviteiten, ontvangen …
---------+55. Alle relevante onderdelen van de NPE-strategie zijn volledig in overeenstemming met en …
---------+56. De NPE-strategie is volledig ingebed in het risicobeheerkader. In dat verband wordt speciale …
---------+57. Kredietinstellingen waarborgen een hoog niveau van monitoring en toezicht door de …
---+5. NPE-governance en operationele NPE-activiteiten
------+58. Er zijn een passende governancestructuur en operationele organisatie aanwezig die …
------+59. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste elementen van governance en operationele activiteiten …
------+60. Kredietinstellingen houden bij de tenuitvoerlegging van hun NPE-governance en operationele …
------+5.1 Sturing en besluitvorming
---------+61. De overkoepelende strategie van een kredietinstelling en de tenuitvoerlegging daarvan omvatten …
---------+62. Het leidinggevend orgaan en de directie besteden een deel van hun capaciteit en voldoende tijd …
------+5.2 NPE-bedrijfsmodel
---------+5.2.1 NPE-herschikkingseenheden
------------+63. Kredietinstellingen stellen, teneinde belangenconflicten bij het beheer van NPE's voldoende te …
------------+64. Wanneer overlappingen met de besluitvormingsorganen, managers of deskundigen die betrokken zijn …
------------+65. Kredietinstellingen beschikken over regelingen om regelmatige terugkoppeling tussen …
------------+66. Bij het ontwerpen van een passende NPE-HE-structuur houden kredietinstellingen rekening met de …
------------+67. Kredietinstellingen overwegen voor homogene NPE-retailportefeuilles geautomatiseerde processen …
------------+68. Kleine en weinig complexe kredietinstellingen (bijv. kredietinstellingen die zijn ingedeeld in …
------------+69. Ten behoeve van de evenredigheid kunnen kleine en niet erg complexe kredietinstellingen (bijv. …
---------+5.2.2 Afstemming op de NPE-levenscyclus
------------+70. NPE-HE's worden zo opgezet dat wordt gewaarborgd dat NPE-herschikkingsactiviteiten en contacten …
------------+71. Kredietinstellingen besteden, mede met inachtneming van de specifieke kenmerken van de …
------------+72. Beheer van geëxecuteerde activa (of andere uit NPE's afkomstige activa): terugneming van …
---------+5.2.3 Groepering van blootstellingen
------------+73. De EBA-richtsnoeren inzake de werkwijzen van kredietinstellingen ten aanzien van het beheer van …
------------+74. Bijlage 1 bevat een lijst met mogelijke selectiecriteria voor de groepering van retail-NPE's in …
------------+75. Voor corporate NPE-portefeuilles wordt groepering per activaklasse of sector (bijv. commercieel …
---------+5.2.4 Personele middelen
------------+76. Kredietinstellingen beschikken over een passend organisatiekader voor hun bedrijfsmodel …
------------+77. Het delen van management en middelen met andere delen van de waardeketen (bijv. …
------------+78. Op basis van de uitkomsten van de zelfbeoordeling door de kredietinstelling van haar …
------------+79. Kredietinstellingen ontwikkelen de relevante deskundigheid die nodig is voor het gedefinieerde …
------------+80. Waar het niet mogelijk of niet efficiënt is om interne deskundigheid en infrastructuur op te …
------------+81. Kredietinstellingen voeren, in overeenstemming met de overkoepelende NPE-strategie en het …
------------+82. Het kader voor het meten van de prestaties van de leden van het leidinggevend orgaan en …
------------+83. Kredietinstellingen stimuleren via hun beloningsbeleid en hun stimuleringskader dat wordt …
---------+5.2.5 Technische middelen
------------+84. Ten aanzien van adequate technische infrastructuur zorgen kredietinstellingen ervoor dat alle …
------------+85. Een adequate technische infrastructuur stelt NPE-HE's ertoe in staat om: a) toegang te krijgen …
------------+86. De toereikendheid van de technische infrastructuur, waaronder gegevenskwaliteit, wordt …
------+5.3 Controlekader
---------+87. Het leidinggevend orgaan is verantwoordelijk voor het vaststellen en monitoren van de …
---------+88. Internecontrolefuncties brengen bij het leidinggevend orgaan regelmatig schriftelijk verslag …
---------+89. Het leidinggevend orgaan volgt de bevindingen van de internecontrolefuncties tijdig en …
---------+90. Het kader voor interne controle omvat alle drie verdedigingslijnen in overeenstemming met de …
---------+91. Grote en complexe kredietinstellingen passen bij de tenuitvoerlegging van het controlekader …
---------+92. Kleine en weinig complexe kredietinstellingen (bijv. kredietinstellingen die zijn ingedeeld in …
---------+5.3.1 Controles van de eerste verdedigingslijn
------------+93. Kredietinstellingen zorgen ervoor dat de eerste verdedigingslijn is ingebed in de procedures en …
------------+94. Om te waarborgen dat toereikende controlemechanismen ten uitvoer worden gelegd, beschikken …
---------+5.3.2 Controles van de tweede verdedigingslijn
------------+95. Tweedelijnsverdedigingsfuncties verrichten op continue basis controles om na te gaan of het …
------------+96. De tweede verdedigingslijn controleert de tenuitvoerlegging van risicobeheermaatregelen door de …
------------+97. Risicobeheersings- en nalevingsfuncties geven ook richtsnoeren voor het proces van het …
---------+5.3.3 Controles van de derde verdedigingslijn
------------+98. De derde verdedigingslijn, de onafhankelijke interne auditfunctie, beschikt over voldoende …
------------+99. De interne auditfunctie verricht ten aanzien van het NPE-kader ten minste regelmatige …
------------+100. Kredietinstellingen houden bij het bepalen van de frequentie, de reikwijdte en de omvang van …
------------+101. De interne auditfunctie doet op basis van de uitkomsten van haar controles aanbevelingen aan …
------+5.4 Monitoring van NPE's en NPE-herschikkingsactiviteiten
---------+102. De monitoringsystemen zijn gebaseerd op de NPE-doelen die zijn goedgekeurd in de NPE-strategie …
---------+103. Kredietinstellingen definiëren en monitoren NPE-gerelateerde KPI's. De NPE-gerelateerde KPI's …
---------+5.4.1 Maatstaven voor NPE's
------------+104. Kredietinstellingen monitoren in hun boeken nauwgezet de relatieve en absolute hoeveelheden …
------------+105. Kredietinstellingen verrichten die monitoringactiviteiten op …
------------+106. Kredietinstellingen monitoren het niveau van bijzondere waardevermindering van NPE's teneinde …
------------+107. Kredietinstellingen vergelijken indicatoren die gerelateerd zijn aan de NPE-ratio en -dekking …
------------+108. Kredietinstellingen monitoren hun afwijkingen van de begroting, zodat het leidinggevend orgaan …
------------+109. Kerncijfers over in- en uitstroom van NPE's worden opgenomen in periodieke rapportages aan het …
------------+110. Kredietinstellingen overwegen of het nuttig zou zijn migratiematrices op te stellen om de …
------------+111. Kredietinstellingen schatten de migratiepercentages en de kwaliteit van de renderende …
------------+112. Kredietinstellingen maken bij hun monitoringactiviteiten gebruik van zowel interne informatie …
---------+5.4.2 Contact met de kredietnemer en inning van geld
------------+113. Wanneer er NPE-HE's zijn ingesteld, worden kerncijfers voor de operationele prestaties ten …
---------+5.4.3 Respijtactiviteiten
------------+114. Om de impact van NPE's weg te nemen of te beperken, verkennen kredietinstellingen de …
------------+115. Respijtmaatregelen hebben als hoofddoel de kredietnemer terug te brengen naar een duurzame …
---------+5.4.4 Liquidatieactiviteiten
------------+116. Kredietinstellingen lossen NPE's ook op wanneer het niet mogelijk is een duurzame …
------------+117. Liquidatieactiviteiten worden door de kredietinstelling gemonitord om informatie te verkrijgen …
------------+118. Kredietinstellingen monitoren de volumes en terugvorderingspercentages van rechtszaken en …
------------+119. Voor blootstellingen die worden gedekt door een zekerheid of ander type garantie, monitoren …
------------+120. Het monitoren van de terugvorderingspercentages uit executies en andere gerechtelijke …
------------+121. Kredietinstellingen monitoren ook de gemiddelde duur van recent afgeronde gerechtelijke …
------------+122. Kredietinstellingen monitoren zorgvuldig zaken waar de schuld is geruild voor een actief of …
---------+5.4.5 Andere zaken die dienen te worden gemonitord
------------+123. Kredietinstellingen monitoren de hoeveelheid rente-inkomsten uit NPE's en rapporteren dit aan …
------------+124. Indien executie onderdeel is van de NPE-strategie van een kredietinstelling, monitort deze ook …
---+6. Respijt
------+125. Kredietinstellingen hanteren bij hun risicobeheer de definities van respijtmaatregelen en …
------+126. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste governance- en operationele aspecten met betrekking …
------+6.1 Respijtmaatregelen en de haalbaarheid hiervan
---------+127. Kredietinstellingen overwegen het gebruik van een combinatie van verschillende …
---------+128. Kredietinstellingen gebruiken respijtmaatregelen met een tijdshorizon van minder dan twee jaar …
---------+129. Kredietinstellingen overwegen respijtmaatregelen met tijdshorizonnen van minder dan twee jaar …
---------+130. De contractvoorwaarden van respijtmaatregelen waarborgen dat de kredietinstelling het recht …
---------+6.1.1 Haalbare versus niet-haalbare respijtmaatregelen
------------+131. Kredietinstellingen maken onderscheid tussen haalbare respijtmaatregelen die bijdragen aan het …
------------+132. Kredietinstellingen kijken naar de volgende factoren bij het beoordelen van de haalbaarheid …
------------+133. De beoordeling van de haalbaarheid wordt gebaseerd op de financiële kenmerken van de …
------+6.2 Goede respijtprocessen
---------+6.2.1 Respijtbeleid
------------+134. Kredietinstellingen ontwikkelen een beleid voor hun respijtactiviteiten. Dit beleid omvat ten …
------------+135. Kredietinstellingen voeren regelmatig toetsingen uit van hun respijtbeleid en hun …
---------+6.2.2 Efficiëntie en effectiviteit van respijtactiviteiten
------------+136. Kredietinstellingen monitoren de kwaliteit van respijtactiviteiten om zich ervan te overtuigen …
------------+137. Kredietinstellingen meten de efficiëntie van het proces van het verlenen van …
------------+138. Kredietinstellingen monitoren de effectiviteit van verleende respijtmaatregelen. Door deze …
------------+139. Kredietinstellingen hanteren bij het monitoren van indicatoren betreffende respijtactiviteiten …
---------+6.2.3 Beoordelen van de terugbetaalcapaciteit van de kredietnemer
------------+140. Kredietinstellingen beoordelen de terugbetaalcapaciteit van de kredietnemer voordat zij …
---------+6.2.4 Gestandaardiseerde respijtproducten en beslisbomen
------------+141. Wanneer kredietinstellingen respijt verlenen, beschikken zij over adequaat beleid en adequate …
------------+142. Kredietinstellingen overwegen het uitwerken van beslisbomen en gestandaardiseerde …
---------+6.2.5 Vergelijking met andere herschikkingsopties voor NPE's
------------+143. Kredietinstellingen hanteren een op de netto contante waarde gebaseerde aanpak om de …
---------+6.2.6 Respijtdoelen en monitoring hiervan
------------+144. Respijtcontracten en -documentatie omvatten een duidelijk omschreven schema van doelen voor de …
---+7. Erkenning van NPE's
------+145. Kredietinstellingen hanteren bij hun risicobeheer de definitie van NPE die wordt gegeven in …
------+146. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste governance- en operationele aspecten met betrekking …
------+7.1 Criterium van achterstalligheid
---------+147. Kredietinstellingen merken blootstellingen aan als achterstallig in overeenstemming met …
------+7.2 Indicaties dat betaling onwaarschijnlijk is
---------+148. Kredietinstellingen erkennen blootstellingen als blootstellingen waarvan betaling …
---------+149. Kredietinstellingen monitoren de terugbetaalcapaciteit van kredietnemers. In het geval van …
------+7.3 Respijt en status renderend of niet-renderend
---------+7.3.1 Respijt
------------+150. Kredietinstellingen zijn in staat om ten behoeve van de tenuitvoerlegging van …
------------+151. De beoordeling van mogelijke financiële problemen bij een kredietnemer wordt uitsluitend …
------------+152. Blootstellingen worden niet geïdentificeerd als respijtblootstelling wanneer concessies worden …
------------+153. Het verlenen van nieuwe voorwaarden, zoals een nieuwe rentevoet, die gunstiger zijn dan de …
------------+154. Kredietnemers kunnen verzoeken om wijzigingen in de contractvoorwaarden van hun leningen …
---------+7.3.2 Classificatie van FBE's als niet-renderend
------------+155. Wanneer kredietinstellingen respijtmaatregelen verlenen aan renderende blootstellingen …
------------+156. Wanneer kredietinstellingen beoordelen of FBE's zouden moeten worden geclassificeerd als …
---------+7.3.3 Zuivering/verlaten van status niet-renderend
------------+157. Kredietinstellingen herclassificeren NPE's, met inbegrip van FBE's, in overeenstemming met …
------------+158. In het beleid van kredietinstellingen voor de herclassificering van niet-renderende FBE's …
------------+159. Bovendien houdt de kredietinstelling, wanneer een kredietnemer andere blootstellingen aan een …
------------+160. Het bestaan van contractvoorwaarden die de terugbetalingsperiode verlengen, zoals …
---------+7.3.4 Identificatie van blootstellingen als renderende FBE's
------------+161. Wanneer FBE's zijn geclassificeerd als renderend, hetzij omdat is voldaan aan alle voorwaarden …
------------+162. In het beleid van kredietinstellingen voor het identificeren van renderende FBE's worden …
------------+163. Overeenkomstig punt 260 van bijlage V bij Uitvoeringsverordening (EU) No 680/2014 van de …
------+7.4 Consistente toepassing van de definitie van niet-renderend
---------+164. In overeenstemming met hoofdstuk 8 van de EBA-richtsnoeren inzake de definitie van wanbetaling …
---------+165. Het beleid van kredietinstellingen waarborgt een consistente behandeling van afzonderlijke …
---------+166. Kredietinstellingen houden, overeenkomstig de EBA-richtsnoeren inzake de definitie van …
---+8. Bijzondere waardeverminderingen en afschrijvingen met betrekking tot NPE's
------+167. Kredietinstellingen ramen voorzieningen voor verliezen met betrekking tot NPE's en FBE's …
------+168. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste governance- en operationele aspecten met betrekking …
------+8.1 Afschrijvingen met betrekking tot NPE's
---------+169. Oninbaarheid wordt in overeenstemming met de EBA-richtsnoeren inzake het beheer van …
---------+170. Afschrijving kan plaatsvinden voordat rechtsvorderingen tegen de kredietnemer om de schuld …
---------+171. Afschrijving betekent verwijdering van de balans (IFRS 9.5.4.4). Indien uiteindelijk geld of …
---------+172. Kredietinstellingen houden gedetailleerde gegevens op portefeuilleniveau bij van alle …
------+8.2 Bijzondere waardeverminderingen en afschrijvingen met betrekking tot NPE's
---------+173. Kredietinstellingen nemen in hun interne beleid richtsnoeren op voor tijdige bijzondere …
------+8.3 Procedures voor bijzondere waardevermindering en afschrijving
---------+174. Kredietinstellingen voeren degelijk beleid en degelijke procedures en controles in voor het …
---------+175. Deze methoden omvatten ook beleid en procedures voor afschrijvingen en terugvorderingen als …
---------+176. Kredietinstellingen beschikken over gemeenschappelijke processen, systemen, instrumenten en …
---------+177. De interne auditfunctie van een kredietinstelling verifieert de gebruikte methoden …
---+9. Waardering van zekerheden in de vorm van roerende en onroerende goederen
------+178. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste elementen beschreven voor de waardering van …
------+9.1 Governance, procedures en controles
---------+9.1.1 Algemeen beleid en procedures
------------+179. Een kredietinstelling beschikt over een schriftelijk beleid en schriftelijke procedures voor …
------------+180. Het beleid en de procedures omvatten de waardering van alle als zekerheid verstrekte roerende …
------------+181. Het beleid en de procedures worden goedgekeurd door het leidinggevend orgaan en worden ten …
---------+9.1.2 Monitoring en controles
------------+182. Kredietinstellingen monitoren en toetsen de door interne of externe taxateurs verrichte …
------------+183. Kredietinstellingen ontwikkelen een robuust intern kwaliteitsborgingsbeleid en robuuste …
------------+184. Daarnaast toetst de interne auditfunctie regelmatig de consistentie en kwaliteit van het …
---------+9.1.3 Afzonderlijke waardering van onroerende goederen en gebruik van indexering
------------+185. Kredietinstellingen monitoren de waarde van als zekerheid verstrekte onroerende goederen …
------------+186. Er mag gebruik worden gemaakt van indexering of soortgelijke methoden om de waarde van een …
------------+187. De indexen die worden gebruikt voor deze indexering, kunnen intern of extern zijn, mits zij …
------------+188. Waarderingen en herwaarderingen van als zekerheid verstrekte onroerende goederen vinden plaats …
------------+189. Bevoegde autoriteiten definiëren een gemeenschappelijke drempel voor de afzonderlijke …
---------+9.1.4 Taxateurs
------------+190. Alle waarderingen van onroerende goederen, met inbegrip van bijgewerkte waarderingen, worden …
------------+191. Kredietinstellingen stellen ten behoeve van externe taxaties een panel van onafhankelijke …
------------+192. Kredietinstellingen waarborgen dat externe taxateurs in het panel een toereikende en geldige …
------------+193. Kredietinstellingen waarborgen dat elke gekwalificeerde taxateur in het panel: a) over …
------------+194. In een panel van taxateurs is deskundigheid aanwezig op verschillende terreinen van de …
------------+195. Om eventuele belangenconflicten voldoende te beperken zorgen kredietinstellingen ervoor dat …
------------+196. Kredietinstellingen waarborgen een voldoende roulering van taxateurs. Dit houdt in dat twee …
------+9.2 Frequentie van waarderingen
---------+197. Kredietinstellingen werken waarderingen van alle gedekte blootstellingen bij overeenkomstig de …
---------+198. De groep zekerheden die op regelmatige basis worden gewaardeerd en geherwaardeerd, wordt …
---------+199. Voor goederen met een bijgewerkte afzonderlijke waardering die binnen de voorafgaande twaalf …
---------+200. Kredietinstellingen voeren frequentere monitoring uit wanneer zich significante negatieve …
---------+201. Daarom definiëren kredietinstellingen in hun beleid voor de waardering van zekerheden criteria …
---------+202. Kredietinstellingen beschikken over passende processen en systemen om verouderde waarderingen …
------+9.3 Waarderingsmethode
---------+9.3.1 Algemene overwegingen
------------+203. Kredietinstellingen beschikken voor elke soort zekerheid over gedefinieerde …
------------+204. Alle zekerheden in de vorm van onroerend goed worden gewaardeerd op basis van de marktwaarde …
------------+205. Voor roerende goederen beoordelen kredietinstellingen, overeenkomstig de vereisten van artikel …
------------+206. Kredietinstellingen voeren voor roerende goederen, overeenkomstig de vereisten van artikel 210 …
------------+207. Algehele waarderingen die uitsluitend zijn gebaseerd op de verdisconteerde vervangingskosten …
------------+208. Zekerheden in de vorm van goederen worden gewaardeerd in overeenstemming met toepasselijke …
---------+9.3.2 Verwachte toekomstige kasstroom
------------+209. Kredietinstellingen schatten de verdisconteerde kasstroom op prudentiële wijze en in …
------------+210. Bij de berekening van de verdisconteerde kasstroom wordt rekening gehouden met gevallen …
------------+211. Wanneer de schatting is gebaseerd op de aanname dat de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten van …
------------+212. Wanneer de raming is gebaseerd op de aanname dat de kasstroom uit bedrijfsuitoefening van de …
------------+213. Naast de hiervoor genoemde liquidatiekosten wordt, waar passend, op de hierna beschreven wijze …
------------+214. In de prijs van het goed op het tijdstip van liquidatie wordt rekening gehouden met bestaande …
------------+215. Ook moeten in verband met de verkoop van goederen waarop een hypotheek rust …
------------+216. De executie van een zekerheid kan zowel consensuele als niet-consensuele (gedwongen) …
------------+217. In de aftrek voor liquidatiekosten wordt de wijze van executie, dat wil zeggen of deze …
------------+218. In de korting op de marktprijs worden de liquiditeit van de markt en de liquidatiestrategie …
------------+219. Kredietinstellingen passen toereikende kortingen op de marktprijs toe ten behoeve van IFRS 9 …
------------+220. Alle kredietinstellingen ontwikkelen hun eigen aannames over liquidatiekosten en kortingen op …
------+9.4 Verdere overwegingen betreffende het schatten van de kasstroom uit de liquidatie van zekerheden in de vorm van goederen
---------+221. Kredietinstellingen gebruiken passende en geloofwaardige aannames bij het schatten van de …
---------+222. Wanneer de waarde van zekerheid wordt gebruikt om het terugvorderbare bedrag van de …
---------+223. Wanneer de waarneembare marktprijs wordt gebruikt om te beoordelen welk bedrag van de …
---------+224. Kredietinstellingen zijn in staat de aannames te onderbouwen die zij hebben gebruikt bij het …
------+9.5 Backtesting
---------+225. Kredietinstellingen tonen via gedegen backtesting aan dat de aannames die zij hebben gedaan …
---------+226. Kredietinstellingen die gebruikmaken van de geavanceerde interne-ratingbenadering (A-IRB) …
------+9.6 IT-databasevereisten met betrekking tot zekerheden
---------+227. Kredietinstellingen beschikken over databases met transacties om kredietrisico goed te kunnen …
---------+228. Deze databases bevatten alle relevante informatie over goederen en andere zekerheden voor de …
------+9.7 Waardering van geëxecuteerde activa
---------+229. Kredietinstellingen overwegen nadrukkelijk om geëxecuteerde activa te classificeren als vaste …
---------+230. Ontvangen geëxecuteerde activa worden gewaardeerd op het laagste van de volgende bedragen: a) …
---------+231. Wanneer de reële waarde niet is verkregen aan de hand van een actieve markt, maar gebaseerd is …
---------+232. Wanneer geëxecuteerde activa van kredietinstellingen nog in aanbouw zijn en besloten wordt de …
---------+233. Wanneer een geëxecuteerd actief langer is vastgehouden dan gemiddeld voor vergelijkbare activa …
---------+234. De frequentie waarmee geëxecuteerde activa worden gewaardeerd en de toepasselijke procedures …
---+10. Evaluatie door de toezichthouder van het beheer van NPE's en FBE's
------+235. Bevoegde autoriteiten monitoren, in het kader van hun continue betrokkenheid bij …
------+236. Als de bevoegde autoriteit concludeert dat de NPE-strategie van een kredietinstelling …
------+237. Als de uitkomst van de beoordeling door de bevoegde autoriteit is dat de NPE-strategie in …
------+238. Bevoegde autoriteiten passen de evaluatie door de toezichthouder op evenredige wijze toe …
------+239. Evenredigheid met betrekking tot de beoordeling door de toezichthouder van de NPE-strategie …
------+240. Bevoegde autoriteiten stellen vragen over de volgende elementen van kredietinstellingen: a) …
------+241. Gezien het belang van vroegtijdige signalering van verslechterende kredietkwaliteit beoordelen …
------+242. Bevoegde autoriteiten beoordelen of kredietinstellingen: a) beschikken over een respijtbeleid …
------+243. Bevoegde autoriteiten waarborgen dat kredietinstellingen beschikken over passend schriftelijk …
------+244. Als kredietinstellingen significante afwijkingen van het operationele plan rapporteren …
------+245. De hierboven vermelde vereisten betreffende de evaluatie door de toezichthouder van het beheer …
---+Bijlage1 – Voorbeelden van criteria voor het groeperen van NPE's
------+1. Natuurlijke of rechtspersoon: a) retail-kredietnemer b) eenmanszaak c) kleine onderneming of …
------+2. Achterstalligheidscategorie/achterstallige dagen ( days past due – dpd) (hoe hoger het niveau …
------+3. Geherstructureerde zaken (geherstructureerde leningen met achterstalligheid, wijzend op …
------+4. Blootstellingssaldo: a) hoge waarde b) lage waarde c) meerdere blootstellingen.
------+5. Risiconiveau (gebaseerd op beoordeling kredietinstelling/gedragsscores/interne …
------+6. Gebaseerd op gedrag kredietnemer: a) seizoensgebonden terugbetalingen b) meewerkend versus …
------+7. Doel van kredietfaciliteit (naar product): a) lening voor particuliere woning (hoofdverblijf) b) …
------+8. Leningvaluta.
------+9. Rentevoet lening (voor leningen met hoge rentes rekening houden met renteverlaging indien …
------+10. Vooruitzichten kredietnemer (leeftijd, gezondheid, soort dienstverband en historie …
------+11. Land van vestiging: a) ingezetenen b) niet-ingezetenen.
------+12. Locatie van de onderliggende zekerheid: a) platteland versus stad b) toplocatie, stadscentrum …
------+13. Soort onderliggende zekerheid: a) grond: i. bouwkavel ii. landbouwgrond b) gebouw: i. huis ii. …
------+14. Op basis van de loan-to-value-ratio (LTV): a) voor leningen met een lage LTV kan verkoop van de …
------+15. Overmachtsituaties (bijv. gezondheidsproblemen, scheiding).
------+16. Beoordeling kredietwaardigheid kredietnemer: a) kan zich terugbetaling van lening veroorloven …
---+Bijlage 2 – Benchmarks voor NPE-monitoring
------+Benchmarks voor NPE-monitoring
------+Maatstaven voor NPE's
------+Benchmarks voor NPE-monitoring
------+Inningsactiviteiten
------+Respijtactiviteiten
------+Benchmarks voor NPE-monitoring
------+Benchmarks voor NPE-monitoring
---+Bijlage 3 – Andere maatstaven voor monitoring
------+Informatie over kredietnemer uit externe bronnen
------+Informatie over kredietnemer uit interne bronnen
------+Informatie over kredietnemer uit externe bronnen
------+Informatie over portefeuille
---+Bijlage 4 – Gemeenschappelijke NPE-gerelateerde beleidsonderdelen
---+Bijlage 5 – Mogelijke respijtmaatregelen
------+1. Alleen rente Gedurende een gedefinieerde Deze maatregel wordt alleen als korte periode wordt …
------+2. Lagere betalingen Verlaging van het bedrag van Zie ‘1. Alleen rente’. aflossingstermijnen Als …
------+3. Betalingsvrije periode/uitstel Een overeenkomst waarmee Zie ‘1. Alleen rente’. van betaling aan …
------+4. Kapitalisatie van achterstallige Respijtmaatregel voor De maatregel wordt alleen …
------+5. Verlaging rente Permanente (of tijdelijke) Blootstellingen met hoge rentes zijn verlaging van …
------+6. Verlenging van de looptijd Verlenging van de looptijd van Als voor de kredietnemer een de lening …
------+7. Aanvullende zekerheid Aanvullende pandrechten op Deze maatregel is geen haalbare op onbezwaarde …
------+8. Onderhandse De kredietinstelling en de Kredietinstellingen herstructureren verkoop/ondersteunde …
------+9. Aanpassing betalingsschema Het bestaande contractuele Aflossingsopties kunnen onder meer …
------+10. Valutaconversie Wanneer de valuta van de Kredietinstellingen geven blootstelling in …
------+11. Andere wijziging van Wanneer de kredietinstelling contractvoorwaarden/convenanten de …
------+12. Herfinanciering/nieuwe Het verstrekken van nieuwe Dit is meestal op zichzelf geen …
------+13. Schuldconsolidatie Het samenvoegen van Dit is meestal op zichzelf geen meerdere blootstellingen …
------+14. Gehele of gedeeltelijke De kredietinstelling doet Deze maatregel wordt gebruikt …
English - European Union - Financial Industry -

Richtsnoeren Richtsnoeren inzake het beheer van niet-renderende en respijtblootstellingen (EBA/GL/2018/06)

Richtsnoeren Richtsnoeren inzake het beheer van niet-renderende en respijtblootstellingen (EBA/GL/2018/06)

https://www.eba.europa.eu/activities/single-rulebook/regulatory-activities/credit-risk/guidelines-management-non-performing – PDF

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
1. Nalevings- en rapportageverplichtingen

1. Nalevings- en rapportageverplichtingen

2. Onderwerp, toepassingsgebied en definities

2. Onderwerp, toepassingsgebied en definities

3. Tenuitvoerlegging

3. Tenuitvoerlegging

4. NPE-strategie

4. NPE-strategie

5. NPE-governance en operationele NPE-activiteiten

5. NPE-governance en operationele NPE-activiteiten

6. Respijt

6. Respijt

7. Erkenning van NPE's

7. Erkenning van NPE's

8. Bijzondere waardeverminderingen en afschrijvingen met betrekking tot NPE's

8. Bijzondere waardeverminderingen en afschrijvingen met betrekking tot NPE's

9. Waardering van zekerheden in de vorm van roerende en onroerende goederen

9. Waardering van zekerheden in de vorm van roerende en onroerende goederen

10. Evaluatie door de toezichthouder van het beheer van NPE's en FBE's

10. Evaluatie door de toezichthouder van het beheer van NPE's en FBE's

Bijlage1 – Voorbeelden van criteria voor het groeperen van NPE's

Bijlage1 – Voorbeelden van criteria voor het groeperen van NPE's

Bijlage 2 – Benchmarks voor NPE-monitoring

Bijlage 2 – Benchmarks voor NPE-monitoring

Bijlage 3 – Andere maatstaven voor monitoring

Bijlage 3 – Andere maatstaven voor monitoring

Bijlage 4 – Gemeenschappelijke NPE-gerelateerde beleidsonderdelen

Kredietinstellingen werken beleid uit met betrekking tot het NPE-beheerkader, toetsen dit regelmatig en monitoren de naleving daarvan.

Zij stellen beleid vast op de hierna genoemde terreinen, rekening houdend met het evenredigheidsbeginsel, teneinde de tenuitvoerlegging van de strategie van de kredietinstelling te verwezenlijken (waar relevant met inbegrip van haar NPL-strategie en haar operationele plan).

Beleid voor het beheer van achterstalligheid

In dit beleid wordt het NPE-bedrijfsmodel van de kredietinstelling uiteengezet (zie paragraaf 5.2). Het omvat ten minste de volgende onderdelen:

  • • de structuur en verantwoordelijkheden van de NPE-HE's, met duidelijke triggers voor overdracht en een koppeling met de groepering van blootstellingen (zie paragraaf 5.2.3);
  • • de procedure die de betrokken functies moeten volgen. Deze omvatten ten minste de volgende onderdelen:
  • - de procedure en de criteria voor overdracht voor elk stadium van achterstalligheid
  • – achterstallige betaling in een vroeg stadium en achterstallige betaling in een laat stadium;
  • - de te volgen procedure wanneer een kredietnemer wordt geclassificeerd als niet-meewerkend en/of niet-haalbaar, en de criteria om de kredietnemer als zodanig te classificeren;
  • - de communicatie met de lener bij elke stap, in overeenstemming met het wetgevingskader van het land van de activiteiten (bijv. gedragscode);
  • - het monitoren van de te gebruiken instrumenten en methoden;
  • • de vereiste personele en technische middelen;
  • • de rapporten die intern moeten worden geproduceerd ten behoeve van de monitoring en voor regelmatige informatieverstrekking aan het leidinggevend orgaan.

Wanneer kredietinstellingen hun beleid voor het beheer van achterstalligheid uitwerken, houden zij rekening met artikel 28 van Richtlijn 2014/17/EU en in het bijzonder met de bepalingen van de EBA-richtsnoeren inzake achterstallige betalingen en gedwongen verkoop. Respijtbeleid

In het in paragraaf 6.2.1 beschreven respijtbeleid wordt ten minste het volgende vastgelegd:

  • • de financiële en niet-financiële documentatie die moet worden opgevraagd en door de verschillende soorten kredietnemers moet worden verstrekt om de verantwoordelijke kredietmedewerker in staat te stellen terugbetaalcapaciteit op basis van hoofdsom en rente aan te tonen;
  • • de minimale financiële kernmaatstaven en -ratio's voor de terugbetaalcapaciteit die de kredietmedewerker moet toepassen, uitgewerkt op portefeuille-/product-/sectorspecifieke basis, teneinde de terugbetaalcapaciteit van de kredietnemer volledig te beoordelen; sectorspecifieke richtsnoeren voor het opstellen van financiële kernmaatstaven en -ratio's op sectorspecifieke basis (mkb en corporates);
  • • het proces voor het bepalen en ten uitvoer leggen van de meest passende respijtoplossing voor een kredietnemer:
  • - voor retailcliënten worden beslisbomen gebruikt. Het proces voor retailcliënten is in overeenstemming met de bepalingen van de EBA-richtsnoeren inzake achterstallige betalingen en gedwongen verkoop. Voor niet-retailkredietnemers biedt het beleid, als het gebruik van een beslisboom niet passend is, duidelijke instructies voor de kredietmedewerker voor het beoordelen van de geschiktheid van een respijtbehandeling.
  • - In het geval van kredietnemers voor wie geen oplossing kan worden bereikt (niet-haalbaar en/of niet-meewerkende kredietnemers), worden een aan termijnen gebonden proces en procedure opgesteld voor de overdracht van deze kredietnemers naar de NPE-HE's die verantwoordelijk zijn voor liquidatie;
  • • een toolkit met respijtmaatregelen voor korte en lange termijn, zoals beschreven in hoofdstuk 6;
  • • duidelijke instructies aan de kredietmedewerker voor de vereisten voor herwaardering van zekerheid overeenkomstig hoofdstuk 9;
  • • het besluitvormingsproces, de goedkeuringsniveaus en -procedures voor elk type respijtmaatregel en voor elke blootstellingsomvang;
  • • het proces en de procedure voor het monitoren van verleende respijtoplossingen en prestaties van kredietnemers na voltooiing van een herstructurering, waaronder de frequentie van de toetsing van de kredietnemer, de definitie van hernieuwde wanbetaling, het proces van herbeoordeling en vereisten voor het rapporteren van hernieuwde wanbetaling;
  • • het prijsbeleid voor elke respijtmaatregel en elk type kredietnemer. Beleid voor het terugwinnen van schuld/afdwingen van betaling

De NPE-HE's die verantwoordelijk zijn voor de terugwinning van schulden, ondernemen tijdig de meest passende acties om NPE's gedurende een vastgestelde periode doeltreffend te verminderen. Het beleid voor terugwinning van schuld is in lijn met de NPL-strategie en omvat ten minste de volgende onderdelen:

  • • de beschikbare opties voor elk type zekerheid. De volgende opties (in willekeurige volgorde) zouden kunnen worden overwogen:
  • - vrijwillige verkoop van activa (kredietnemer werkt weer mee en stemt erin toe het actief te verkopen);
  • - gedwongen verkoop van actief via curatoren/gerechtelijke procedure (activa blijven niet op de balans van de kredietinstelling);
  • - executie van actief (activa blijven op de balans van de kredietinstelling);
  • - inning van schuld (intern of extern);
  • - schuld-activaruil of schuld-aandelenruil;
  • - verkoop van lening/leningportefeuille aan derde partij;
  • • de procedure die moet worden gevolgd om de meest passende terugwinningsoptie te kiezen en het team van interne en externe deskundigen dat moet worden betrokken bij het nemen van de beslissing;
  • • bij de terugwinningsoptie wordt rekening gehouden met het bestaan van zekerheid, het soort juridische documenten, het soort kredietnemer, de lokale marktomstandigheden en de macro-economische vooruitzichten, het wetgevingskader en de potentiële historische terugwinningspercentages voor elke optie versus de kosten die elke optie meebrengt;
  • • een duidelijke definitie van niet-meewerkende kredietnemers of een koppeling met gerelateerd beleid waarin een dergelijke definitie is opgenomen;
  • • een duidelijk omschreven goedkeuringsproces voor elke fase van het schuldterugwinningsproces voor de verschillende terugwinningsopties waarover de kredietinstelling beschikt;
  • • de rol van risicobeheersings- en interne-auditafdelingen in de procedure en het monitoringproces.

Ten aanzien van de liquidatie van zekerheden wordt in het beleid het volgende gedefinieerd:

  • • de te hanteren methode voor de waardering van het actief (overeenkomstig paragraaf 9.7), met inbegrip van de toe te passen liquidatiekosten. De liquidatiekosten zijn in overeenstemming met de vereisten die zijn vastgelegd in paragraaf 9.3.3;
  • • betrokkenheid van interne of externe deskundigen;
  • • limieten
  • - aan de hoeveelheid activa die de kredietinstelling op enig moment kan aanhouden, rekening houdend met de voor grote blootstellingen geldende grenswaarden die zijn gespecificeerd in de richtlijn kapitaalvereisten, en sectorconcentratierisico, bijvoorbeeld in de vastgoedsector;
  • - aan de hoeveelheid teruggenomen of geëxecuteerde activa die binnen een bepaalde periode kunnen worden verworven door de kredietinstelling;
  • • de procedure die na een terugneming of executie moet worden gevolgd voor het uitwerken en ten uitvoer leggen van een verkoopstrategie en de eenheid binnen de kredietinstelling die verantwoordelijk is voor het beheer van de betrokken activa (dit kan ook worden gedefinieerd in een afzonderlijk beleid voor een geëxecuteerd/teruggenomen actief).

Kredietinstellingen houden voor NPE-kredietnemers met meerdere kredietverleners (meestal corporate kredietnemers) rekening met de interactie met andere kredietverleners. Daartoe produceren zij een duidelijke procedure voor onderhandeling en interactie met andere financiële instellingen (of andere derden) bij wie de kredietnemer schulden heeft.

Beleid met betrekking tot zekerheden

Kredietinstellingen ontwikkelen, gezien het belang van de beperking van het kredietrisico in het NPE-herschikkingsproces, een duidelijk en consistent beleid met betrekking tot zekerheden, met inbegrip van beleid voor geëxecuteerde activa. Dit beleid bestrijkt volledig het beheer, de waardering en de rapportage met betrekking tot alle soorten zekerheid. Gezien de complexiteit en het specialistische karakter van sommige soorten zekerheid doen kredietinstellingen een beroep op externe deskundigheid voor het opstellen en toetsen van dit beleid. Kredietinstellingen waarborgen een consistente aanpak van het beheer en de waardering van gelijksoortige zekerheden binnen de portefeuille, zoals beschreven in hoofdstuk 9.

Beleid betreffende NPE-monitoring

Er wordt een specifiek beleid opgesteld waarin onder meer het volgende wordt vastgelegd:

  • • de soorten acties die vereist zijn bij de verschillende soorten bevindingen;
  • • escalatieprocedures;
  • • belangrijkste elementen van de rapportage, en de frequentie en ontvangers daarvan;
  • • criteria voor overdracht/koppeling met NPL-procedures.

Beleid met betrekking tot outsourcing/NPL-dienstverlening

Er wordt een specifiek beleid opgesteld voor de outsourcing van diensten aan derden, indien dit relevant is. Hierin worden de vereiste procedures opgenomen voor de selectie van outsourcingpartners, de vereiste inhoud van contracten en het besluitvormingsproces voor outsourcingovereenkomsten, evenals het monitoren van deze overeenkomsten.

Bijlage 5 – Mogelijke respijtmaatregelen

Respijtmaatregel Beschrijving Haalbaarheid en andere belangrijke overwegingen

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis

Gekoppelde issues

  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/